Posted by: pietg | July 10, 2009

The old devils

Bij het opruimen, als voorbereiding van een verhuizing, vond ik een vertaling van “The old devils” van Kingsley Amis in de boekenkast. Ik weet niet hoe het in de boekenkast kwam; er vielen ook twee krantenknipsels uit die stamden uit het jaar van overlijden van Kingsley Amis. Misschien had ik het ooit antiquarisch gekocht, omdat ik nu eenmaal geïnteresseerd ben in vertalingen, zie ook After Dark en de discussie daarbij.
Anyway,… Ik had het al een keer in het Engels gelezen en heb deze vertaling nu weer geheel gelezen. Wat ik mij herinner van vertalingen van “Lucky Jim” en “That uncertain feeling” is dat in de Nederlandse vertalingen het meeste van wat nu juist leuk was in de oorspronkelijke versie op een of andere manier plat werd en niet meer leuk. Iets wat je aan het denken zet over wendingen in de Engelse taal die geen Nederlandse equivalenten hebben. Dat vond ik in deze vertaling van Joop van Helmond minder het geval; in het Nederlands vond ik dit boek nog steeds ijzersterk.
Volgens zoon Martin Amis is dit het boek waardoor zijn vader in de herinnering zal blijven voortleven (meer nog dan door “Lucky Jim”) en hij zou daar best eens gelijk in kunnen hebben. Wat steeds heel erg in het boek aan de orde is, is Do not go gentle into that good night, hoewel dit nooit expliciet genoemd wordt, het is meer dat dit thema duidelijk voelbaar is; Dylan Tomas komt ook niet met zijn eigen naam hierin voor, maar heet in het verhaal Brydan. De enige van de old devils die inderdaad “into that good night” gaat, gaat daar zeker niet “gentle” in, integendeel! De overgang naar laatstgenoemde gebeurtenis is heel verrassend. Terwijl het boek tot de gebeurtenissen die hierop preluderen nog enigszins gemoedelijk voortkabbelt, met veel grappige conversaties, krijgt het plotseling een veel grimmiger karakter en lijkt het alsof we de wereld ineens zien door de ogen van de stervende A., die eigenlijk ook niet goed weet wat er aan het gebeuren is, met name met hemzelf.

De schrijfstijl van Amis is volgens mij enigszins verwant met die van Vestdijk. In ieder geval is er veel aandacht voor lichamelijke ongemakken, kunstgebitten en “plaatjes”, keiharde nagels van tenen, die bij het afknippen door de kamer schieten, mannen die zo dik zijn geworden dat ze niet meer kunnen bukken en ook alleen nog achter het stuur van hun auto kunnen door de stoel maximaal achteruit te schuiven en meer van dat soort dingen. Hierin zit volgens mij veel zelfspot (die bij Vestdijk trouwens ook aanwezig is). De dikke Peter is duidelijk één van de alter ego’s van de schrijver, en je kunt best in de relatie tussen Peter en Rhiannon veel herkennen van de relatie van Kingsley Amis met zijn eerste vrouw Hilly. Bij een begroeting met een oude bekende wordt Peter omschreven als iemand die op het eerste gezicht een karikatuur van de vroegere Peter lijkt te zijn, maar bij nader inzien de echte Peter is. Ik neem eigenlijk aan dat de schrijver op een soortgelijke manier over zichzelf dacht. Verder zijn zowel de mannen als de vrouwen in het boek onmatige drinkers, wat me om een of andere reden ook weer aan Vestdijk deed denken, die ergens (ik weet niet meer waar; in “De koperen tuin”, “Heden ik, morgen gij”?) een hoofdfiguur laat zeggen dat de beslissende fout die hij gemaakt heeft voordat een belangrijke gebeurtenis plaatsvond was om niet te drinken.

Er is een episode waarin de vrouwelijke hoofdpersoon Rhiannon een uitstapje maakt met een man (Malcolm) die haar vroeger aanbad en nog steeds aanbidt. Het is niet zo duidelijk waarom ze er eigenlijk op in is gegaan (dat aanbod voor een uitstapje). Ook zijn er allemaal typisch Kingsley Amis observaties, zoals het feit dat ze (i.t.t. Hyacinth in de televisie serie “Keeping up appearances”) net iets eerder uit de auto probeert te zijn dan hij tijd nodig heeft om om de auto heen te lopen en haar er uit te helpen.
Op een gegeven moment test hij haar herinneringen, want hij zegt eerst: “Weet je nog dit, weet je nog dat…” en zij antwoordt dan “Ja, natuurlijk” (“Nu de stoom eraf was, zou Rhiannon hebben beaamd dat ze zich de landing van generaal Tate bij Fishguard herinnerde”), en daarna dingen die niet gebeurd zijn die zij ook beaamt, waarna duidelijk is dat ze zich helemaal niets herinnert. Als ze hiermee geconfronteerd wordt begint ze te huilen en Malcolm zegt dan: “Het feit dat je het je zo aantrekt betekent voor mij net zo veel als dat je het nog wel zou weten, vrijwel net zo veel” (vooral dat “vrijwel net zo veel” vond ik erg goed). Dan komt er:
“Dat zette de zaken weer een beetje scheef, maar uiteindelijk was het toch gewoon de bui voor het opklaarde. Ze ging in de weer met papieren zakdoekjes en een kam en hij liep wat rond en poneerde passende mededelingen zoals over de bouw van de kerk, die waarschijnlijk twaalfde eeuws was en de stoffelijke resten van een lid van de familie Courcy herbergde in de zuidmuur van het koor en rond de top van de toren kantelen bezat – precies wat ze wilde horen, geen sarcasme”.
Dat soort dingen vind ik dan weer zo verrassend en eigenlijk ook tamelijk subtiel. Er zijn ook wel oersaaie schrijvers die net als Kingsley Amis de Booker Prize gewonnen hebben (Kingsley Amis kreeg de Booker Prize voor dit boek) en allerlei vervelende lieden haarscherp beschrijven (zoals bijv. McEwan, zie Ian McEwan and the bouquet series). Maar daar blijf je steken in de haarscherpe beschrijving van vervelende mensen, terwijl de conversatie (maar ook de gang van het verhaal) bij Kingsley Amis altijd (voor mij) verrassende wendingen neemt.

Ik herinner me nog dat ik op een vacantie de eerste bladzijde van Lucky Jim van hem las, in een boekwinkel in Terschelling (eigenlijk opmerkelijk dat die boekwinkel in Terschelling zo maar Lucky Jim in het Engels had), met een beschouwing over het verschil tussen de blokfluit (“flute a bec”) en de dwarsfluit, waarvan tussen de regels duidelijk is dat het de (hoofd-)persoon Lucky Jim (Dixon), tot wie deze woorden gesproken worden, niets maar dan ook niets zegt en toen was ik meteen verkocht. Het blijft één van de grappigste boekjes die ik ooit gelezen heb. Wel gedateerd natuurlijk (zullen mensen ongetwijfeld zeggen); Kingsley Amis is een enorm gehate schrijver…
Eigenlijk denk ik dat aanprijzen van Kingsley Amis zinloos is. Hij was (op latere leeftijd) zeer politiek incorrect, dronk te veel, was enorm overspelig en onsympathiek, enz. Maar hij was m.i. toch een heel goede schrijver. Misschien moeten we nog 50 jaar wachten tot hij weer een beetje in de “up” (van de waardering) zal raken. Tegen die tijd is McEwan wel vergeten, denk ik (evenals Harry Mulisch).

Naschrift. Ik zocht nog even naar het essay van Brigid Brophy dat een of andere titel had in de trant van “Lucky Jim never grew up”, maar ik heb het niet gevonden. Wel vond ik onderstaand citaat, waarin Brigid Brophy zich boos maakt over “when Jim hears a tune by the composer whom either he or Mr. Amis . . . thinks of as ‘filthy Mozart’”. Ik vond dit bijzonder grappig, ik bedoel: het feit dat Brigid Brophy zich daar zo boos over maakt. Ik zou me kunnen voorstellen dat één van de helden van Kingsley Amis, die volgens mij zelf behoorlijk muzikaal was, een melodie hoort en dan (misschien zelfs “affectionately”) bij zichzelf denkt: “Good old, filthy Mozart”. Voor de volledigheid komt hieronder het volledige citaat, gecopieerd uit: Amis, Kingsley (William) (1922-1995):

Jim Dixon, the protagonist of Lucky Jim, is, according to Anthony Burgess in The Novel Now: A Guide to Contemporary Fiction, “the most popular anti-hero of our time.” Though a junior lecturer at a provincial university, Jim has no desire to be an intellectual—or a “gentleman”—because of his profound, almost physical, hatred of the social and cultural affectations of university life. This characteristic of Jim has led several critics to conclude that he is a philistine, and, moreover, that beneath the comic effects, Amis was really attacking culture and was himself a philistine. Brigid Brophy, for example, wrote in Don’t Never Forget: Collected Views and Reviews that the “apex of philistinism” is reached “when Jim hears a tune by the composer whom either he or Mr. Amis . . . thinks of as ‘filthy Mozart.’” Ralph Caplan, however, claimed in Charles Shapiro’s Contemporary British Novelists that Lucky Jim “never [promises] anything more than unmitigated pleasure and insight, and these it keeps on delivering. The book [is] not promise but fulfillment, a commodity we confront too seldom to know how to behave when it is achieved. This seems to be true particularly when the achievement is comic. Have we forgotten how to take humor straight? Unable to exit laughing, the contemporary reader looks over his shoulder for Something More. The trouble is that by now he knows how to find it.”

Posted by: pietg | June 2, 2009

Elisabeth concours (slot)

W. Het is geloof ik tijd voor wat nuance.
J. Jij en nuance, laat me niet lachen! Je lijkt de NRC wel, de krant die de nuance zoekt!
W. Je weet nog helemaal niet wat ik ga zeggen en je gaat al in de aanval!
J. Het zal wel weer over dat Elisabeth concours gaan.
W. Inderdaad, J. Er zijn wat harde woorden gevallen, speciaal in de Franstalige commentaren, over de winnaar Ray Chen en de tweede prijswinnaar Lorenzo Gatto die ik toch wat zou willen nuanceren.
J. Aha!
W. In de eerste plaats is zo’n concours een onding.
J. De gesel van de markt, W.!
W. Ja, ja, haal Annemarie Jorritsma er maar weer bij! Jouw partij en de VVD zitten wat dit betreft erg op één lijn. De “as van de markt” in plaats van (of misschien als verlengstuk van?) de “as van het kwaad” van Bush, die CDA en de VVD verbindt.
J. Mag ik je eraan herinneren dat wedstrijden tussen musici van alle tijden zijn? Ik meen te weten dat Händel en Scarlatti een wedstrijd hebben gehouden, waar Scarlatti als de beste clavecinist en Händel als de muzikaalste uit tevoorschijn kwam. Het was dus “onbeslist”. Of dit verhaal helemaal waar is weet ik niet, maar ik geloof wel dat het op iets dat werkelijk heeft plaatsgevonden is gebaseerd. En verder meen ik te weten dat zelfs jouw Bach aan wedstrijden deed, waaruit hij overigens altijd als winnaar tevoorschijn kwam.
W. Ik weet het J. Maar toch… Philippe Hirschhorn, die ook ooit dit concours gewonnen heeft, sprak over het concours als een loterij, en zei dat hij het gevoel had de jury “misleid” te hebben. En verder dat er in zo’n jury mensen (“old men”) met esthetische idealen van 50 jaar of langer geleden zitten. Ik zou het zelf bijvoorbeeld niet prettig vinden om voor een jury te spelen waar Jaime Laredo in zit, hoewel hij me verder in het interview dat ik met hem zag wel een aardige vent leek. Met mensen als Dumay en Laredo in de jury komt vanzelf zo’n bekkentrekker als Ray Chen bovendrijven.
J. Goed, goed, maar je begon over “nuance”.
W. Ja, ik heb nog wat naar de halve finales geluisterd voor een vollediger beeld en vond bijvoorbeeld dat Lorenzo Gatto daar de Havanaise van Saint-Saens toch wel erg mooi speelde. En de andere dingen die hij speelde Schnittke, Ysaye, Ledoux en de Wals-scherzo van Tchaikovsky en het vijfde concert in A van Mozart, ik vond dat hij dat eigenlijk ook heel mooi deed. Wel blijf ik er bij dat ik de meer duistere krachten mis in zijn spel en dat ik hem daarom niet de ideale Paganini speler vind, terwijl ik die duistere krachten wel gehoord heb in het spel van de laaggeplaatste Mayu Kishima.
J. Je aapt nu Menuhin na, die zei dat hij in het spel van Kreisler het “demonische” miste.
W. Ik ben inderdaad bekend met die uitspraak en ik probeerde (kennelijk tevergeefs) die enigszins te omzeilen. Maar het gaat hier wel om iets belangrijks. Weet je op welke violist het meest onsympathieke personage van “A la recherche du temps perdu” van Marcel Proust geïnspireerd is?
J. Nee.
W. Op Jacques Thibaud aan wie Ysaye zijn meest duistere solosonate heeft opgedragen. Als je dat zoetgevooisd gaat spelen, dan sla je toch wel de plank volledig mis. En met Paganini is het al net zo.
J. Goed, daar heb je misschien een beetje gelijk in. Maar ik zou graag nog wat meer over de “nuance” horen.
W. Het valt me op dat als ik naar die filmpjes kijk, waarin de kandidaten geïnterviewd worden, ik ze allemaal eigenlijk zo enorm aardig vind, allemaal op hun eigen manier natuurlijk. Zelfs Ray Chen, die je in een soort speeltuintje met kleuters ziet spelen, waarbij je de kleuter op de voorgrond verrast op ziet kijken. Dat “verkoopt” natuurlijk enorm, zo’n aandoenlijk tafereeltje, maar ik vond het desondanks wel leuk.
Maar goed, wat de nuance betreft. Mijn slotconclusie is toch dat je door zo’n wedstrijd de kans krijgt te luisteren naar allerlei verrassende interpretaties van stukken die je wel of niet kent en dat je (ik) daardoor weer zin krijg(t) de stukken die je hoort zelf te spelen.
J. Voorbeelden?
W. Li-yoon Park speelde in de halve finale Caprice d’après l’étude en forme de valse opus 52 van Saint-Saens in een transcriptie van Ysaye. Het was echt fenomenaal! Je kunt nu al deze dingen ook via youtube zien en beluisteren, hoewel de geluidskwaliteit nog iets beter is op Elisabeth Concours Live en dan kun je daar ook (op youtube) nog even luisteren en kijken naar Vengerov die daar het zelfde stuk speelt met enorm veel meer poeha en bekkentrekkerij. Wel enorm goed, natuurlijk, daar gaat niets van af, ondanks de vrijheden die hij zich veroorlooft, maar toch “not my cup of tea”. Merkwaardig genoeg was dit nummer dit jaar verplicht voor de kandidaten van het nationaal (Oscar Back) vioolconcours. Tot nu toe had ik geen enkele behoefte om het zelf te gaan spelen, maar na Li-yoon Park gehoord te hebben, wil ik het wel eens proberen. En ik had al gezegd dat ik ook al zo genoot van haar sonate van Ravel in de finale.
En Soyoung Yoon speelde in de halve finale het bekende Poème van Chausson, waar ik in het algemeen vreselijk de pest aan heb, hoewel iemand van wie ik les had ooit zei dat ik dit misschien als pièce de résistance op het repertoire zou moeten nemen. Ik zei zelfs tegen hem dat ik dat “zeikstuk” niet wilde spelen. Maar na het luisteren naar Soyoung Yoon, die hier trouwens ook heel mooi op de piano werd begeleid, zal ik dit toch nog eens heroverwegen (ze vloog tijdens een solo in dit stuk trouwens een keer vreselijk uit de bocht, maar kennelijk is haar dit niet te erg aangerekend; dat soort dingen moet ik de jury toch weer nageven). Dit is duidelijk zo’n stuk waarvoor geldt: “Minder is meer”.
Ik had het al over de sonate van Prokoviev in de versie van Mayu Kishima, maar zoals die het Poème élégiaque op. 12 van Ysaye speelde! Ik heb meteen de bladmuziek gekocht om het ook te gaan spelen. En die rare maar mij toch ook wel sympathieke Ilian Garnet speelde de derde Brahms sonate op een heel opmerkelijke manier, die me weer aan het denken heeft gezet m.b.t het eerste deel, waarin hij een enorm rustig tempo nam en erg ingetogen speelde. Hij speelde deze sonate überhaupt erg “kalm” op zijn viool van onbekend merk; heel verrassend vond ik dat!
J. Je wordt nu wel erg technisch, W.! Laten we er maar over ophouden.

Naschrift. De halve finales en finales van het Elisabeth concours kunnen nog steeds bekeken en beluisterd worden op Concours Reine Elisabeth/Koningin Elisabethwedstrijd. Ik kan iedereen aanraden om dit te doen zolang het nog kan, in het bijzonder de halve en hele finale van Mayu Kishima.

Posted by: pietg | June 1, 2009

Elisabeth concours commentaren

Vandaag laat ik even wat Franstalige commentatoren (-trices) aan het woord.

Zie: commentaires.

Le premier prix est une blague de mauvais goût qui dévalorise l’image de ce concours. Un “Lang Lang” aux violon… ce n’est pas drole. C’est dommage que ce jury manque tellement de critère.
Lorenzo Gatto est une deuxième blague, c’est un élève qui a été poussé par le jury par des raisons purement politiques. Si vous voulez écouter un “vrai” Paganini, écoutez l’interprétation de Philippe Hishchorn.
Les resultats du Concours 2009 -GRAND DECEPTION – parcequ’en même temps c’est l’image de la crise spirituelle que nous traversons aujourd’hui.

Mayu Kishima à été magnifique en final. Malheureusement, sa demi final en à laissé plus d’un perplexe.. et automatiquement cela reste dans les mémoires. J’imagine que le jury juge malgré tout l’ensemble des prestations. Il y a sans doute une impression qui reste… Mais oui elle à été magnifique en final et pour ce tour la, elle aurait mérité d être dans les 6 premiers.

Waaraan ik nog toe zou kunnen voegen: iedereen die beweerde dat Mayu Kishima koud of onverschillig speelt, zou misschien nog eens moeten luisteren naar de manier waarop ze in de halve finale Poème élégiaque op. 12 van Ysaye heeft gespeeld via Concours Musical International Reine Elisabeth

Posted by: pietg | May 31, 2009

Smile from your heart

W. De winnaar van het Elisabeth concours Ray Chen liet in het filmpje dat aan hem gewijd was een kaartje zien dat in zijn vioolkist lag, waarop stond “Smile from your heart”.
J. Ja, ontwapenend, hè?
W. Niks ontwapenend! Amerikaanse sales talk! Isaac Stern was ook een beetje op die manier bezig tegen de arme jonge Chineesjes in die documentaire over zijn reis door China.
J. Wat zullen we nou hebben? Ray Chen is geboren in Tai Wan en is daarna genaturaliseerd tot Australiër, al woont hij nu dan ook in Philadelphia. Had dat kaartje ook niet iets met Maxim Vengerov te maken?
W. Ja, dat is heel goed mogelijk; Maxim Vengerov is ook altijd zo bezig met “to smile from his heart”; als hij dat wat minder deed, zou ik hem al wat beter kunnen pruimen. Er is een zekere limiet aan de mate van bekkentrekkerij die ik kan verdragen, maar we zijn wat dat betreft op het moment totaal “over the top”. Denk eens aan de manier waarop Heifetz en Milstein op het podium stonden!
J. Heifetz was een echte ijspegel, dat kun je ook horen als je naar hem luistert.
W. Hier raken we een belangrijk punt, J.: de mensen die Heifetz een ijspegel vonden, luisterden volgens mij niet goed, maar lieten zich misleiden door het feit dat hij niet aan het bekkentrekken was op de manier van Vengerov en Ray Chen. Laten we eens iets nauwkeuriger kijken naar de manier waarop Ray Chen de sonate van César Franck speelde en die vergelijken met de manier waarop de leerlinge van Zakhar Bron, Soyoung Yoon, die speelde. Ray Chen merkte op dat de sonate van César Franck de “four cycles of life” gaf; eerste deel onschuld der jeugd, enz. Ik moest even denken aan de film “Spring, summer, fall, winter, and spring again” van Kim Ki-duk.
J. Ja, vond je dat geen prachtig beeld, die “four cycles of life”?
W. Nee J., ik vond het geen prachtig beeld, hoewel ik me best kan voorstellen waar zo’n gedachte vandaan komt. Het is me allemaal net iets te makkelijk. Ray Chen was het soort Amerikaanse Chinees die Amerikaanser is dan de Amerikanen van Angelsaksische oorsprong; ik heb in Amerika veel van die Chinezen ontmoet. In deze interpretatie wordt het vierde deel van de César Franck het deel van de “berusting” en inderdaad vond ik dat Ray Chen dit deel op een enigszins zalvende manier aan het spelen was, een manier van spelen die misschien wel past bij die “berusting” van de vierde levenscyclus, maar die verschilt van hoe ik over dat vierde deel denk.
J. Hoe denk jij dan over dat vierde deel?
W. Toevallig heb ik daar veel over nagedacht, o.a. omdat een Koreaanse violiste, bij wie ik dit ooit heb ingestudeerd, mij ook vroeg wat voor soort gevoel dit laatste deel bij mij opriep. Maar ik wilde het daar nu even niet over hebben, maar het hebben over de manier waarop Soyoung Yoon, de leerlinge van Zakhar Bron dit deel speelde. Die kreeg nl. van zowel het Vlaamse als het Nederlandse als het Waalse panel enorm op haar donder dat ze het te snel speelde.
J. Nou, als al die panels het hierover eens waren, dan moet het toch wel waar zijn!
W. Nee J., het was volgens mij ook een kwestie van niet goed luisteren. Waarom klonk het alsof het te snel was? Omdat de pianiste in feite het tempo niet bij leek te kunnen benen, waardoor allerlei passages in de pianopartij plotseling gehaast klonken. Als je luisterde naar de violiste klonk het helemaal niet te snel. In haar interpretatie zag je huppelende kindertjes voor je of voetballende jongetjes of iets dergelijks. Niks “berusting van de vierde levenscyclus”! Wel speelde ze af en toe niet zuiver, maar wie daarover valt is een kniesoor.
J. Toch wel belangrijk, W., je zult moeten toegeven dat Ray Chen het wel helemaal zuiver speelde!
W. Niks belangrijk, J.! Het gaat erom wat het oproept. En trouwens, op Ray Chens intonatie was af en toe ook best iets aan te merken, vooral in Tchaikovsky! Maar goed, laten we het ook nog even hebben over het eerste deel van deze sonate, het deel van de onschuld volgens Ray Chen (of de leraar van Ray Chen), weet je wel? In dit deel kun je heel veel glissandi maken en dan kun je kiezen “to lay it on thick” zoals Ray Chen deed of “to lay it on less thick”, zoals Soyoung Yoon dat deed. Je begrijpt zeker wel waar mijn voorkeur naar uitgaat?
J. Je moet je stuk verkopen, W., dat weet je toch? En dat was wat Ray Chen aan het doen was.
W. Als voor één stuk geldt dat je het niet moet “verkopen”, is het wel dat eerste deel van de sonate van César Franck. Dat moet uit het niets opdoemen, het is een soort wakker worden, elke overdrijving of verstoring van het ritme is hier dodelijk. En al die nadrukkelijke “gepassioneerde” glissandi of portamenti, die horen volgens mij niet bij het wakker worden. Wat je je ook nog kunt afvragen is of al die zware glissandi of portamenti consistent zijn met de “onschuld visie” van dit deel. Maar het Vlaamse panel toonde zich zeer enthousiast over al die portamenti van onze Ray Chen. Die vonden het zelfs gedurfd of zo. Bah!
En dan nog wat. De tweede prijswinnaar Lorenzo Gatto speelde Paganini heel welluidend en zoetgevooisd, ik zou bijna zeggen “with a smile from his heart”. Ik zou heel benieuwd zijn hoe Mayu Kishima dit zou spelen. Ik weet zeker dat het niet “with a smile from her heart” zou gaan en het hoeft ook helemaal niet “with a smile from the heart”! In de beschrijvingen van mensen die Paganini hebben horen spelen stortte hij zijn toehoorders van de hemel in de hel, prachtige klanken werden afgewisseld door gekerm van katten en rauwe klanken. Ik acht Mayu Kishima in staat dit te bewerkstelligen, maar ik heb niets van deze afwisseling gehoord in het spel van Lorenzo Gatto dat (toegegeven) wel heel goed was. Wat ik daarentegen zo sympathiek in het spel van Mayu Kishima vond was de totale afwezigheid van zoetgevooisdheid.
J. Je bent een misantroop, W.!

Posted by: pietg | May 31, 2009

Jan en Willem blikken terug op het concours.

J. Jouw violiste Mayu Kishima heeft het gisteren in hoger beroep bij de jury niet gehaald, hè?
W. Nee.
J. Zie je nou wel! De jury zag ook dwars door dat leugenachtige in haar spel heen!
W. Ik heb een enigszins andere visie op deze hele zaak.
J. Ongetwijfeld! Kom maar op!
W. Ik wil beginnen met op te merken dat de violistes die ik persoonlijk de eerste en tweede plaats zou hebben gegund leerlingen van Zakhar Bron zijn.
J. De leraar van Vadim Repin en Maxim Vengerov?
W. Ja. Ik heb gehoord dat leerlingen van Zakhar Bron het in het algemeen tegenwoordig op concoursen wel kunnen vergeten, omdat hij heel slecht “ligt” bij zijn collega’s, die hem willen pakken via zijn leerlingen.
J. Ik wist het, ik wist het! Dat wil zeggen, ik wist dat je weer met een complottheorie aan zou komen zetten!
W. Ja, en ik weet dat dat volgens jullie juristen het ergste is dat je kunt doen. Al zou het volledig waar zijn, dan nog mag het niet. En waarom mag het niet? Het verstoort de gevestigde orde.
J. Ja, het veroorzaakt geheel onnodig onrust. Laat zo’n jury nu maar gewoon rustig zijn werk doen door cijfertjes op een papiertje te schrijven en door de computer te laten verwerken, objectiever kan het bijna niet. En… de computer doet uiteindelijk het werk, daar zou jij toch helemaal voor moeten zijn?
W. Ja, dat is typisch het denken van een alfa, het spijt me dat ik het moet zeggen. Hoe klungeliger ze zijn met computers, hoe meer respect ze hebben voor wat er “geheel objectief” uit de computer rolt. Ik dacht na afloop van dit concours: “Misschien was het beter geweest als ze er met zijn allen nog even over gepraat hadden en de computer er buiten hadden gelaten, misschien dat ze dan nog enigszins bij zinnen zouden hebben kunnen komen m.b.t. de plaatsingen 4 en 5!”.
J. Die mollige Beierse Koreaanse en die ernstige Russische jongen hebben toch heel “gaaf” gespeeld?
W. Ik zou liever het woord “gaaf” door “braaf” vervangen en hier willen spreken van de “triomf der braafheid”. Dus ik kan wel begrijpen dat jullie juristen daar door gecharmeerd worden.
J. Dat is een beetje onder de gordel, vind je niet?
W. Ja, misschien wel, maar ik voel me ook nog steeds behoorlijk kwaad over deze gang van zaken.
Iets anders is dat ik je even wat zou willen leren over de “niet robuustheid” van het gemiddelde.
J. “Niet robuustheid”?
W. Stel je hebt 3 verschillende getallen, zeg 8, 9 en 10. Wat is “het midden”?
J. Het getal 9 natuurlijk.
W. O.K. Nu gaan we naar de getallen 1, 9 en 10. Wat is nu “het midden”?
J. Nog steeds 9 natuurlijk.
W. Aha! Je kiest voor de mediaan van deze getallen. Dat is een zogenaamde “robuuste” maat voor het midden, omdat hij ongevoelig is voor zg. “outliers”. Maar het gemiddelde is niet robuust. Als ik kijk naar het gemiddelde van deze getallen, dan is dat ongeveer een zes en een half. Men noemt dit wel eens “voldoende tot ruim voldoende”. Dat is behoorlijk veel lager dan jouw 9!
J. Ja, O.K. Maar wat is de relevantie hiervan voor het concours?
W. Stel ik ben jurylid en ik heb de pik op Zakhar Bron. Een leerling van Zakhar Bron komt voorbij en ik denk: “Ha, ik ga die Zakhar eens even pakken door zijn leerling een 1 in plaats van een 8 te geven”. Twee andere juryleden blijven echter bij hun 9 en 10. We gooien het in de computer en die komt met 6.6666… als resultaat. Enorm objectief, hè?
J. Ja.
W. Maar stel eens dat we er over gepraat hadden en die twee die een 9 en 10 hadden gegeven hadden aan mij gevraagd: “Waarom geef je deze kandidate, die de eerste sonate van Prokoviev zo adembenemend heeft gespeeld, in godsnaam een 1?”. Dan kan ik niet zeggen: “Omdat ik de pik heb op Zakhar Bron.” Dan zal ik toch met een of andere smoes aan moeten komen. Dus… misschien was het toch wel beter geweest als ze er met elkaar over hadden gepraat en niet op de “objectiviteit” van de computer hadden vertrouwd. Ik weet natuurlijk niet exact hoe het gaat, maar ik signaleer hier een mogelijk gevaar van het “cijfertjes in de computer gooien”.
J. Mmm… Ik moet hier geloof ik nog eens over nadenken. Ik zou willen zeggen: “Daar zijn die juryleden veel te netjes voor”. Je kunt er toch wel van uitgaan dat die juryleden hun taak met de uiterste zorgvuldigheid hebben uitgevoerd.
W. Daarop zou ik willen antwoorden: “Menschliches, Allzumenschliches”.

Posted by: pietg | May 29, 2009

Jan en Willem over het Elisabeth concours

J. Jij volgt zeker het Elisabeth concours?
W. Ja.
J. Heb je gisteren ook gekeken en geluisterd?
W. Ja, ik heb eerst op internet geluisterd (en gekeken) naar de live uitzending via Concours Reine Elisabeth en daarna nog eens via Canvas naar de samenvatting gekeken en geluisterd.
J. En?
W. Ik vond de manier waarop Mayu Kishima de eerste sonate van Prokoviev speelde adembenemend! Ik houd erg van die sonate, net als van zijn eerste vioolconcert.
J. Ha! Heb je ook gehoord wat onze twee landgenoten ervan vonden op Canvas?
W. Ja, ik heb het gehoord.
J. En?
W. Het was het stompzinnigste wat ik dit tweetal heb horen zeggen tot nog toe. Het deed me ook weer denken aan wat de officieren van justitie in de processen tegen Louwes zeiden. Het Nederlandse tweetal beschuldigde Mayu Kishima van onoprechtheid en onverschilligheid. “Heel koelbloedig heeft verdachte ons misleid op haar Stradivarius, die bovendien op afstand de beste viool is die we tot nu toe hebben gehoord. Niets van wat zij deed was oprecht”, iets in die trant brachten zij te berde. Ik geloof dat de gemiddelde Nederlander alleen nog ontroerd kan worden als er dingen die het toppunt van wansmaak zijn uit het huis van Pim Fortuyn worden weggehaald of als Paul de Leeuw op TV zegt: “Mensen, wat is het weer gezellig vanavond!”
J. O, jij bent zeker ook weer iemand die tegen dat salaris van 6 ton van Paul de Leeuw is?
W. Dat kan me eerlijk gezegd niets schelen, J. Wel zou het prettig zijn om zijn gezicht even niet op de buis te hoeven zien. Als dat gebeurt, zap ik meteen weg of zet de tv uit!
J. Jij hebt het geloof ik niet zo op onze tv presentatoren, hè? Maar even terug naar Mayu Kishima: je hebt zeker ook wel gehoord dat haar intonatie te wensen overliet?
W. Als je alles gehad hebt, krijg je ook dat nog! “Intonatie liet te wensen over”, dat is net zo’n soort mantra als “de Trias Politica verbiedt ons om hier iets over te zeggen!”, met het verschil dat het eerste tot ons komt via andere kanalen, bijv. via het programma diskotabel op zondagmiddag, radio 4. Ik zou daar heel veel over terug kunnen zeggen, maar ik laat het maar even. De eerste kandidaat Park Ji-Yoon gisteravond speelde duidelijk niet zuiver, in de zin van dat er dingen misgingen, in het vioolconcert van Tchaikovsky, terwijl ze daarvoor toch bijv. de sonate van Ravel heel subtiel gespeeld had en überhaupt erg mooi speelde zodat die dingen die misgingen van geen enkel belang waren. Dat soort dingen waren echter bij Mayu Kishima niet aan de orde.
J. Vond jij het vibrato van Mayu Kishima niet wat te snel. W.?
W. Je slaagt er wel in me bozer en bozer te maken!
J. En zag je hoe ze bij dat interview na afloop de interviewer niet recht aankeek? Ook al zo’n kenmerk van leugenachtigheid en onoprechtheid!
W. Zag je ook hoe die Duitse dame die toevallig voorbijkwam haar omarmde uit dankbaarheid voor haar spel? Heb je trouwens nog meer?
J. Ja, in dat filmpje met haar beweerde ze dat ze daar in België zo van de natuur genoot en voor het eerst van haar leven een paard van dichtbij zag. Dat is natuurlijk gelogen, ze is 22 jaar!
W. Het lijkt me mogelijk dat ze niet liegt, J.!
J. En merkte je ook dat ze geen steun had onder haar viool en dat ze haar kin naast de kinhouder zette op haar viool in plaats van er op? Waarom heb je een kinhouder op je viool als je je kin er naast zet? Ook zei ze dat ze “veel geleerd had van de Stradivarius die ze nu even te leen heeft”. “Geleerd hebben van een niet-levend voorwerp”. Allemaal heel verdacht, W.!
W. We zullen even afwachten hoe deze zaak in hoger beroep bij de jury afloopt op zaterdag, J.! Ik hoop dat ze haar zaak wint bij de jury!

Posted by: pietg | May 27, 2009

Vierde gesprek van Jan en Willem

J. Jij klaagt wel eens over het “leed” dat je wordt berokkend door mijn partijgenoot Balkenende wegens zijn “kwezelig en onoprecht gebabbel” op tv. Buitengewoon beledigend! Ik hoop dat je daar geen last mee krijgt! Klaagde jij niet ook al over het “leed dat Mulisch heet”?
W. Je bent goed geïnformeerd, J., dat moet ik je nageven.
J. Je begrijpt zeker wel dat het leed waar hier sprake van is in geen verhouding staat tot het leed dat ambulance personeel en de personen die ze willen vervoeren wordt aangedaan door het publiek!
W. Ja J., ik moet je al weer gelijk geven. Ben je in de aanval?
J. Nee W.; ik probeer je alleen iets duidelijk te maken. Ik probeer duidelijk te maken dat de strafmaat in een strafzaak wel degelijk samenhangt met de persoon tegen wie het vergrijp heeft plaatsgevonden.
W. Ik weet het niet, J., we raken hier in tamelijk diep vaarwater. Ik zou willen beginnen met een onderscheid aan te brengen tussen hoogte van de straf en uitgebreidheid van de straf.
J. Uitgebreidheid van de straf?
W. Ja, net zoals ik wel eens als taakstraf voor Balkenende spraakles in gedachten had, zou je kunnen denken aan een opvoedende taakstraf voor de mensen die ambulance personeel of brandweerlieden hinderen in hun functie. Je zou die mensen bijv. kunnen laten meerijden met de ambulance om ze aan den lijve te laten ervaren hoe het is om in zaken van leven of dood gehinderd te worden door “het publiek”.
J. Ja, het klinkt aardig, maar ook heel erg onpraktisch. Eerst hebben die mensen dat ambulance personeel al in de weg gelopen uit louter kwaadwilligheid en dan wil jij ze nog eens hetzelfde ambulance personeel in de weg laten lopen tijdens een taakstraf! Bovendien, één van de mensen die veroordeeld is heeft een agent in het oog geprikt en zijn keel dichtgeknepen, wil je die laten meelopen met de politie? Hij heeft een taakstraf van 60 uur gekregen (in plaats van de 80 uur die was geëist). De politie ziet hem al aankomen bij zijn taakstraf van 60 uur! Heel onpraktisch! Strenger straffen, dat is het enige wat er op zit!
W. Ik bevind me plotseling in de voor mij heel eigenaardige situatie dat ik geneigd ben de Amsterdamse rechter te verdedigen. Ik zag Mr. Pulles bij NOVA en vond hem eigenlijk heel redelijk. Dat jouw partij het CDA nu ineens roept om een wet die de rechter zou dwingen om dubbel te straffen, dat vind ik wel weer meteen heel dom en weerzinwekkend. Twan Huys probeerde Pulles te verleiden tot het afvallen van zijn collega mevrouw Falger, al was het slechts één uitlating, maar hij gaf geen krimp. Het gekke is dat ik in dit geval niet het gevoel van de “closed shop” had van het boek van Wagenaar cs. In dit geval ben ik bijna geneigd te zeggen: “Good for you, Mr. Pulles!” Wat mevrouw Falger in feite zei was: “Geweld tegen de politie is erg (ik geef een hogere straf dan normaal), maar geweld tegen ambulance personeel is erger“. En… hoe glibberig het terrein van de strafmaat ook is, ik kan haar gedeeltelijk in deze redenering volgen. Dus ik vind die opgeklopte volkswoede ook weer een beetje overdreven.
J. Je verbaast me, W.!

De uitzending waarover hier gediscussieerd wordt is: Omgaan met geweld ‘risico van het vak’.

Posted by: pietg | May 27, 2009

Geweld tegen de politie hoort bij beroep

(Een kort gesprek tussen Jan en Willem:)
J. In aansluiting op ons vorige gesprek: heb je gezien dat die belagers van agenten gisteren van mevrouw Falger bij de rechtbank van Amsterdam veel lagere straffen hebben gekregen dan geëist? Daar ben je het zeker helemaal mee eens, hè?
W. Over de hoogte van de straf zul je mij geen uitspraak horen doen; ik ben nu eenmaal geen jurist. Maar de argumentatie van de rechter, mevrouw Falger, klinkt mij krankzinnig in de oren.
J. Wat nu weer?
W. Ik las via internet in het AD, waarvan ik nu maar even aanneem tot het tegendeel blijkt dat dat ze letterlijk citeren: “Omgaan met agressieve personen, ander ongewenst gedrag en zelfs angstaanjagend gedrag, hoort bij het functioneren van politieambtenaren,’’ oordeelde Falger. Hetzelfde geldt voor andere gezagsdragers als straatcoaches, vindt zij. ,,Maar niet voor hulpverleners als ambulancebroeders.’’
J. Dat klinkt toch heel redelijk, W.?
W. Nee J., het is de wereld op zijn kop en een argument van niks. Het is net alsof ze zegt: dat geweld tegen de politie kan best een beetje worden opgeschroefd; ze zijn er nu eenmaal voor opgeleid om hiermee om te gaan” en ook iets in de trant van: “Dat weet je van tevoren (van dat geweld) en dan had je er maar niet aan moeten beginnen.”
J. Jij, als verdediger van de politie, wie had dat ooit gedacht?

Posted by: pietg | May 26, 2009

Een tweede gesprek van Jan en Willem

(Dit is een vervolg op een gesprek tussen Jan en Willem.)

J. Jij hebt zeker wel gekeken naar die uitzending gisteren van NOVA, waar geloof ik de voortreffelijke journalist Bas Haan voor verantwoordelijk was, over het feit dat het percentage vrijspraken verdubbeld is?
W. Ja, ik heb het gezien.
J. Besef je wel hoe erg het inmiddels is geworden? Die rechters doen veel meer vrijspraken, omdat ze anders bang zijn weer gedonder te krijgen. Gelukkig had de VVD onlangs een poster over streng straffen die weer een beetje tegengas geeft tegen dit soort ontwikkelingen.
W. Mmm… Er traden twee BN-ers op in deze uitzending die een totaal andere visie hadden op deze ontwikkeling; de heer van Koppen vond het (misschien) een zorgwekkende ontwikkeling (helemaal duidelijk was zijn standpunt niet, terwijl hij toch vaak zulke stellige meningen verkondigt), maar Spong vond het helemaal geen zorgwekkende ontwikkeling. In tegendeel: Spong vond het een goede ontwikkeling!
J. Ja, allicht vindt Spong dit een goede ontwikkeling, hij is advocaat!
W. Wat bedoel je?
J. Nou hij denkt natuurlijk, als mensen zien dat het aantal vrijspraken omhoog gaat, krijg ik meer klanten!
W. Ik weet niet of het zo werkt J., daar zou misschien eens empirisch onderzoek naar moeten worden gedaan, maar jullie juristen zijn geloof ik in het algemeen heel erg gekant tegen empirisch onderzoek. Bovendien, als ik voor mezelf mag spreken, vind ik het ook een gunstige ontwikkeling, want ik heb ook het gevoel dat heel veel mensen op onvoldoende gronden de bak in worden gedraaid. Zo lang er geen onafhankelijke revisieraad is, zullen we ook niet weten hoe erg het is, want alle eventuele fouten kunnen nu worden toegedekt.
J. Ha! Daar ben je weer met je complottheorie! Niet voor niets is de ondertitel van het boek van Bas Haan over de Deventer moordzaak: “het complot ontrafeld”.
W. Ja, laten we het eens over dat boek hebben. In dat boek wordt Michaël de Jong als een soort heilige opgevoerd tegenover de pathologische leugenaar Ernest Louwes. Hij eindigt zijn boek met: “Voor mij is de Deventer moordzaak gesloten. De ‘boekhouder’ heeft zijn straf er bijna op zitten, `de klusjesman’ is vrijgepleit”. En hij vervolgt met triomfantelijk te zeggen dat Michaël de Jong (dat is `de klusjesman’, weet je wel?) zo ongeveer het meest vergaande bewijs van goed gedrag heeft gekregen dat je in Nederland kunt krijgen. En wat is dat bewijs van goed gedrag? Een vergunning voor het bezit van een vuurwapen, een revolver. Hij had die vergunning aangevraagd voor schietoefeningen bij het trainen van honden. ‘De klusjesman’ is daarmee nu, volkomen legaal, de trotse bezitter van een `Smith & Wesson Chiefs Special 9MM’. Om zijn bewering kracht bij te zetten geeft hij zelfs op p. 241 een afbeelding van deze vergunning. Ik moest erg lachen toen ik dit las.
J. Lachen? Waarom in hemelsnaam?
W. Nou, om het feit dat politie en justitie, die geen enkele moeite hebben gedaan om verder onderzoek te doen naar het kopen van dat mes door Michaël de Jong in plaats van de magneetstrip die hij beweerde gekocht te hebben, hem een vergunning voor een revolver hebben gegeven. En om het feit dat Bas Haan dat krijgen van die vergunning voor een revolver als een bewijs van goed gedrag beschouwt. Die Bas Haan is volgens mij wel erg gezagsgetrouw. Het is jammer dat hij niet in Amerika woont, dan zou hij lid kunnen worden van de National Rifle Association en met nog minder moeite pistolen kunnen kopen in de “gun shops” om ook honden te gaan africhten. Als voorbereiding op het africhten van … De Hond.
J. Bah, wat een flauwe woordspeling is dat!
W. Het zij zo, ik vond hem zelf wel leuk. Het is ook zó voor de hand liggend dat ik me bijna niet kan voorstellen dat niet iemand dit al eens eerder heeft bedacht, een schot voor open doel, zogezegd. En dan ook nog Michaël de Jong, die een pistool nodig heeft om “Honden” af te richten, en de politie die hem de vergunning geeft om in dit kader een pistool te gebruiken! Als dat niet symbolisch overkomt, weet ik het niet meer! Dat was dus ook waar ik om moest lachen. Maar goed, heb jij dat boek van Bas Haan eigenlijk gelezen?
J. Nee W., daar heb ik natuurlijk geen tijd voor. Ik heb er wel veel over gehoord. Word jij trouwens niet geacht nog twee boeken op je vakgebied te schrijven? Komt dat niet een beetje in het gedrang door al dat gelees van boeken a la Louwes, Wagenaar, Haan, enz.?
W. Ja J., je hebt daar een goed punt, maar ik kan dat gesol met Louwes van Pauw, Witteman en Knevel, maar ook van Bas Haan+Heijne, gewoon niet aanzien. En zo ging het ook al met Lucia de Berk. Ik zou dolgraag wel vertrouwen hebben in de Nederlandse politie, OM en rechterlijke macht, en me alleen aan mijn eigen vak wijden, maar het vertrouwen is sinds 2007 verdwenen (met de Lucia de Berk zaak, waar ik toen toevallig in ben verzeild via die 1 op de 342 miljoen, weet je nog wel?) en hoe meer ik er over lees, hoe bezorgder ik word. Wat interessant is, is dat ondanks alle snorkende taal over ontrafelen van complottheorieën op de achterflap er allerlei beweringen in het boek van Bas Haan staan waarvan je op een eenvoudige manier kunt nagaan of ze waar of onwaar zijn.
J. Bijvoorbeeld?
W. Pagina 159: Louwes beweert tegen Bas Haan in een telefoongesprek (volgens Bas Haan) in 1999 te hebben meegewerkt aan DNA onderzoek. Bas Haan zegt dat er geen bloedafname is geweest en dat er voor 2003 nooit een DNA profiel is gemaakt. Hij zegt hier voor het eerst Louwes op een leugen te hebben betrapt. Wie spreekt hier onwaarheid?
J. Louwes natuurlijk. Zoals mevrouw Brughuis al zei: “Menig acteur kan een puntje zuigen aan het acteertalent van deze verdachte”. Hij is een geboren leugenaar.
W. Ik heb dit even nageplozen, J. Het OM heeft altijd ontkend dat dit is gebeurd, terwijl Louwes heel gedetailleerd is geweest over afname van DNA begin december 1999. Hij zegt een formulier ondertekend te hebben en beschrijft de afname en de man die het deed. Een half jaar geleden heeft het OM echter toegegeven dat het ondertekende document is gevonden, maar niet de DNA afname. Dat klinkt bekend.
J. Hoezo, dat klinkt bekend?
W. Zelfs volgens het verslag van Bas Haan is de weduwe gevonden met beige broek en een vest. Waar zijn de broek en het vest? Ze zijn “zoek”. Het formulier dat Louwes ondertekend heeft is gevonden, maar de afname zelf is “zoek”. De moeder van Denise Schouten heeft een pot met organen van haar dochter teruggekregen, maar het waren niet de organen van haar dochter, zoals later bleek. Waar zijn die organen? Ze zijn “zoek”. Justitie en het NFI raken toch wel erg veel kwijt.
J. Zeg jij maar niets, jij bent ook een enorme sloddervos!
W. Ja J., je hebt gelijk, maar als ik iemand op zou willen zadelen met moord, zou ik misschien toch wat voorzichtiger met de cruciale bewijsstukken omgaan! Ik begrijp eigenlijk niet waarom zo veel mensen justitie hier zo maar mee weg laten komen.
J. Nou ja, als dat bewijs met het DNA niet werkt, dan is er nog altijd die leugen over het in de file zitten en het financiële motief!
W. Over dat domme gepraat over het financiële motief, dat zelfs in laatste instantie niet door het hof in Den Bosch is gebruikt, maar waar Bas Haan wel een enorm punt van maakt (en in zijn voetspoor natuurlijk ook de media-giganten Pauw en Witteman), heb ik het nog wel een andere keer. Ik wil nu alleen nog iets zeggen over de expliciete beschuldigingen van leugens. Het gaat om vier beschuldigingen.
1. Louwes zou niet ’s ochtends op bezoek zijn geweest bij de weduwe.
2. Hij zou gelogen hebben over zijn thuis eten op die dag (hier heeft de politie ook zijn vrouw nog tegen hem uitgespeeld).
3. Hij zou gelogen hebben over zijn in de file zitten.
4. Hij zou gelogen hebben over zijn telefoontje vanaf de A28.
Ton Derksen laat m.i. zeer overtuigend zien dat geen van deze vier leugens is aangetoond. Sterker nog, hij maakt zeer aannemelijk dat het OM zelf in minstens drie van deze vier gevallen leugenachtige verklaringen heeft afgelegd.
J. Complottheorie denken, W.! Het OM is veel te netjes om te liegen!
W. Mmm… Ik heb begrepen dat de hoge raad het alibi van het in de file zitten heeft “geneutraliseerd”. Ze hebben inmiddels de mogelijkheid van een telefoongesprek vanaf de A28 erkend, maar tegelijk het tijdstip van de moord opgerekt tot 12 uur ’s avonds. De noodzakelijke handelingen voor het vaststellen van het tijdstip van de moord zijn nu eenmaal niet verricht of de informatie daarover is ook weer “zoek”, dus dat geeft een bijna onbeperkte mogelijkheid van “schuiven” (wat weer iets anders is dan “strepen”). Ik moest bij dat “neutraliseren” even denken aan de discussies over de neutronenbom.
J. Hoezo?
W. Nou, in de oorspronkelijke discussies over de neutronenbom hoorde je daar wel eens over spreken als een “schone bom”: een bom die levens verwoest, maar gebouwen heel laat. De analogie is in dit geval dat het gebouw van de hoge raad en meer algemeen het gebouw van de Nederlandse rechtspraak blijft staan, maar dat er wel heel veel levens worden verwoest. Helaas voor deze voorstanders van een “schone bom” verwoest de neutronenbom niet alleen levens, maar ook gebouwen. De bom van de dwaling in de Schiedammer parkmoord zaak heeft echter zelfs nog geen splintertje veroorzaakt in de vesting van de Nederlandse juristen! Hoe veel meer levens moeten nog worden verwoest, vraag ik me wel eens af?
J. Kom, kom, W., overdrijf je nu niet een beetje…

Wordt vervolgd…

Posted by: pietg | May 22, 2009

Een gesprek tussen Jan en Willem

We waren in een Amsterdams café aanwezig bij een gesprek tussen J. (Jan de jurist) en W. (Willem de wiskundige).

W. Kijk jij wel eens naar die serie Judge John Deed?
J. Ja, hoezo?
W. Nou, als ik daar naar kijk, denk ik wel eens: zou het nu werkelijk zo gaan?
J. Wat bedoel je?
W. Die Deed, die lijkt een soort parel van onbevangenheid tussen allemaal corrupte rechters en politici, met tegenstanders die over lijken gaan om hun belangen te verdedigen en hun eer hoog te houden.
J. Ja, belachelijk! Echt weer dat complotdenken, zoals bij de moord op Kennedy. En zoals bij die theorie over de “closed shop” in dat mislukte boek van Wagenaar en die andere rechtspsychologen.
W. Mmm… Toch heb ik het gevoel dat er een grond van waarheid zit in wat daar wordt getoond. Ook vind ik die beschrijving op internet van John Deed leuk: “John Deed is een rechter die verschilt van zijn collega’s. Als zoon van een bakker heeft hij het zonder kruiwagens tot rechter geschopt. Hij haalde de hoogste punten tijdens zijn rechtenstudie.
J. Ja, dat is extra ergerlijk. In dit laatste zitten twee heel onware aantijgingen:
1. Dat sociale achtergrond en relaties een rol spelen bij benoemingen van rechters. Altijd maar dat gepraat over kruiwagens!
2. En dan de suggestie dat die eenvoudige bakkerszoon Deed, die zich niet conformeert aan wat de andere (corrupte) rechters van hem willen, intelligenter is dan zij! Dat is ook heel misselijk. Daarmee wordt gesuggereerd dat de modale rechter een domoor is!
W. Mmm.. Je weet J., dat mijn vader rechter was. Hij zei altijd tegen mij: “Je moet in het studentencorps gaan, dat is goed voor je relaties later”. Ik was heel braaf hoor en heel jong toen ik ging studeren. Ik heb het gedaan, maar in mijn vak speelt het geen enkele rol, terwijl ik toch de indruk kreeg dat het voor die rechtenstudenten wel belangrijk was. En ik ben nu dat boek van Wagenaar en zo aan het lezen, en lees daar wat die rechters en raadsheren allemaal aan onzin hebben geslikt van een zekere Jolanda en dan denk ik toch wel: deze rechters en raadsheren leden aan hersenverweking tijdens de behandeling van deze zaak! En twee daarvan zitten nu in de hoge raad!
J. Ja, dat is natuurlijk heel eenzijdige voorlichting van een stel rechtspsychologen die geen kaas hebben gegeten van het strafproces! Niet-juristen willen maar niet begrijpen dat het de rechter alleen maar gaat om of een verdachte een bepaald feit ten laste kan worden gelegd, niet om wat er is gebeurd of wie daarvoor verantwoordelijk is.
W. ????
J. Zelfs een tweedejaars rechtenstudent kan begrijpen wat ik hier zeg; is dat nu zo moeilijk?
W. Ik moet bekennen dat ik het niet begrijp, moet je je bijvoorbeeld niet verdiepen in wat er is gebeurd en wie daarvoor verantwoordelijk is om te weten of een verdachte een bepaald feit ten laste kan worden gelegd?
J. Nee, natuurlijk niet. Je verwart taken, W.! Uit te vinden wat er is gebeurd en wie daarvoor verantwoordelijk is de taak van de politie en OM, daar gaat de rechter niet over!
W. Hoort de rechter niet na te gaan of wat politie en OM aandragen wel klopt? Moet de rechter daar volgens jou blind op vertrouwen?
J. Nou ja, blind vertrouwen, blind vertrouwen, dat is misschien wat sterk uitgedrukt. Maar we kunnen er toch wel van uitgaan dat politie en OM hun taken met de uiterste zorgvuldigheid uitvoeren. Denk ook aan de werkdruk van de rechter! Zij kan dat niet allemaal zelf gaan controleren.
W. Je zei “zij”?
J. Ja, sorry hoor, de meeste rechters zijn meen ik tegenwoordig vrouwen, en bovendien, als ik moet kiezen tussen hij of zij, zeg ik “zij”, om eeuwenlang hij-zeggen een beetje te compenseren.
W. O.K., ik begrijp het. Maar toch, als ik dan dat boek lees, dan word ik steeds bezorgder, bijvoorbeeld over dat “wegstrepen”. Kennelijk mag een rechter in de motivatie van het vonnis zo maar stukken uit de getuigenverklaring wegstrepen om de verklaring met het vonnis in overeenstemming te brengen, zonder zelfs door puntjes aan te geven dat er iets is weggelaten. Ik zou zelf denken: als de verdachte of de getuige in die weggelaten zin iets zegt dat met de bewijsvoering in tegenspraak is, zou ik dat graag voor de volledigheid ook willen zien.
J. Ach W., jij bent typisch zo’n wetenschapper die geen idee heeft van hoe het strafrecht functioneert. Zo’n rechter moet nu eenmaal de zaak rond krijgen. Die kan niet eindeloos gezeur over kleinigheden toelaten. Als de verdachte dingen heeft gezegd die niet bij het vonnis gebruikt kunnen worden, dan moet zo’n rechter dat weg kunnen laten, anders houdt het nooit op!
W. Ik weet het niet J., ik geloof niet dat we het hierover eens worden vanavond. Ook heb ik vaak rechtszaken bijgewoond. Het telt natuurlijk niet, evenmin als het feit dat Wagenaar enorm veel rechtszaken heeft bijgewoond, want hij heeft volgens Marc Loth desondanks geen kaas gegeten van het strafrecht. Maar goed, als ik dan bij zo’n rechtszaak was, kreeg ik vaak de indruk dat er helemaal niet geluisterd werd naar wat de verdachte zei. En de verdachte heeft toch wel recht op een eerlijk proces?
J. Wat ben je toch naïef, W.! Al die liegende verdachten! Als de rechters zouden beginnen met daar allemaal naar te luisteren, dan is het end zoek. Op die manier halen die rechters nooit het efficiency criterium.
W. Ja maar, het efficiency criterium is toch niet het enige dat telt? De verdachte heeft toch recht op een eerlijk proces?
J. Jullie wetenschappers leven in een ivoren toren! Je moet rechtspreken meer als een bedrijf in actie zien, W.! Een bedrijf dat werkt met de forensisch-criminalistische aanpak in plaats van met de wetenschappelijk theoretische aanpak, zoals de uiterst kundige advocaat-generaal van het OM, mevrouw Brughuis, die de zaak tegen Louwes zo voortreffelijk heeft afgehandeld, in de regiezitting van de Lucia de Berk zaak terecht opmerkte. En natuurlijk zijn er dan wel eens bedrijfsongevallen, zoals de Schiedammer parkmoord. Niets aan te doen! Onvermijdelijk! Bovendien heeft de president van het hof in Den Haag nog gezegd dat ze hier niets fout hebben gedaan. Het gaat nu eenmaal niet om wie het heeft gedaan of wat er is gebeurd; het gaat er om of de wet juist is toegepast!
W. Ja, maar die Kees Borsboom had het toch niet gedaan? En heeft desondanks jaren vastgezeten? En dat DNA dat gevonden werd was toch niet van hem? En het tijdspad klopte toch niet? En hier was toch ook weer zo veel “gestreept” in de verklaring van de verdachte en getuigen?
J. Hoe vaak moet ik nu nog zeggen dat het er alleen om gaat een zaak juridisch rond te krijgen; jij hebt het steeds maar over wat er is gebeurd en wie het heeft gedaan, daar gaat het niet om! Bovendien is Kees Borsboom nooit vrijgesproken; het hof in Amsterdam heeft alleen maar het OM niet-ontvankelijk verklaard en zich niet uitgesproken over schuld of onschuld van Kees B.
W. Maar Kees (of Cees) Borsboom had het toch niet gedaan? Wik H. heeft toch bekend dat hij het had gedaan en zijn DNA is toch ook aangetroffen? Als ze het DNA van Louwes kunnen gebruiken om hem te veroordelen, dan kunnen ze toch het DNA van Wik H. gebruiken om Kees Borsboom vrij te spreken? En Wik H. heeft de moord ook nog bekend, terwijl Louwes niet heeft bekend. Het is in Nederland niet eens meer “schuldig tot je onschuld is aangetoond” het is inmiddels: “schuldig ook als je onschuld is aangetoond”. Terwijl het toch eigenlijk zou moeten zijn: “onschuldig tot je schuld is aangetoond”!
J. Onschuldig zijn is juridisch gezien iets heel anders dan het niet gedaan hebben, W.! Maar dat subtiele verschil ontgaat jou kennelijk. We kunnen het je misschien niet kwalijk nemen, want je bent nu eenmaal geen jurist. En denk in deze tijden van economische crisis ook eens aan het kostenplaatje van het onschuldig verklaren en vrijspreken van Kees Borsboom!
W. Het gaat mijn verstand geloof ik te boven. Heb jij trouwens dat boek van Louwes “Schuldig” gelezen?
J. Nee zeg, denk je dat ik het boek van een moordenaar ga lezen, kom nou!
W. Hoe weet je zo zeker dat Louwes een moordenaar is?
J. Nou, door dat DNA bewijs natuurlijk. En trouwens, de voortreffelijke speurder Peter R. de Vries en de eveneens voortreffelijke journalist Bas Haan zeggen ook dat hij schuldig is, dus dan moet het wel waar zijn.
W. Besteedde Peter R. de Vries niet een uitzending aan het aantonen van het “feit” dat het door de politie gevonden mes het moordwapen was? Datzelfde mes waarvan later bleek dat het onmogelijk het moordwapen kon zijn? En jij vindt dus niet dat je dan nog kennis hoeft te nemen van wat Louwes zelf hierover te zeggen heeft?
J. Nee zeg, we kunnen wel aan de gang blijven! Het zou trouwens maar weer onrust geven als we hier aandacht aan gaan besteden en misschien zelfs het vertrouwen in de rechterlijke macht ondermijnen. En niets is erger dan dat! Het lijkt me beter die zaak nu maar te laten rusten.
W. Mmm… ik heb hier niet een erg goed gevoel over, J.!

(Dit gesprek heeft een vervolg in een tweede gesprek van Jan en Willem.)

« Newer Posts - Older Posts »

Categories