Hoe worden door NRC.NEXT ingezonden brieven mishandeld?

August 11, 2008

Eigenlijk is dit aflevering 3 van mijn feuilleton: “Hoe worden door NRC Handelsblad ingezonden brieven behandeld?”. Maar vandaag, nadat ik gezien heb wat nrc.next van mijn brief heeft gemaakt in de krant van 30 juli, lijkt de bovenstaande aanhef mij meer toepasselijk. Wat ik daar zag staan was gewoon mijn brief niet meer. En dat nog wel nadat ik braaf binnen de toegestane 250 woorden was gebleven!

Hieronder komen wat punten m.b.t de door nrc.next aangebrachte veranderingen.

Wat stond er in mijn oorspronkelijke brief over het heropenen van zaken van CCRS:

“Deze laatste commissie heeft sinds 1997 ongeveer 400 zaken heropend, waarbij in 70 % van de gevallen het oorspronkelijke vonnis vernietigd is. In Nederland zijn sinds 1997 slechts 3 zaken heropend, waaronder de Schiedammer parkmoord, waar een ander dan de veroordeelde heeft bekend.”

Wat staat er in “mijn” brief in nrc.next:

“Deze laatste commissie heeft sinds 1997 ongeveer 400 zaken heropend, waarbij in 70 % van de gevallen het oorspronkelijke vonnis vernietigd is.”

De voor mijn brief heel essentiële zin over het feit dat het er in Nederland in diezelfde tijd slechts 3 zijn geweest, waaronder de Schiedammer parkmoord, waarbij een ander dan de veroordeelde heeft bekend, heeft nrc.next er uit gecensureerd. Is dit van nrc.next een slinkse poging om te proberen te ontkrachten wat ik zeg?

Wat stond er over de Lucia de Berk zaak in mijn brief:

“Hier staan zonder argumenten een aantal beweringen achter elkaar die mij stuk voor stuk onjuist lijken. Waarom is die keuze “op zichzelf juist”? Wat is hiervoor het argument? Lucia de Berk zou nog steeds in de gevangenis zitten als niet door niet-juristen was gewezen op de in deze zaak gemaakte fouten m.b.t. statistiek en toxicologische bewijsvoering.”

Wat staat er in “mijn” brief in nrc.next:

“Dit zijn meerdere beweringen die mij stuk voor stuk onjuist lijken. Waarom is die keuze “op zichzelf juist”? Lucia de B. zou nog steeds in de gevangenis zitten als niet door niet-juristen was gewezen op de in deze zaak gemaakte fouten omtrent de toxicologische bewijsvoering.”

Nrc.next heeft hier onder tafel gewerkt:

1. Dat ze geen argumenten geven in hun hoofdcommentaar: op twee plaatsen hebben ze dat verdonkeremaand door het te herformuleren.

2. Ik zeg: “op de in deze zaak gemaakte fouten m.b.t. statistiek en toxicologische bewijsvoering.” De fouten m.b.t. statistiek zijn in de publicatie van “mijn” brief echter onder tafel gewerkt. De NRC heeft dan ook prof. Elffers in een lang stuk aan het woord gelaten om hem te laten zeggen: “Statistiek doet er nu niet meer toe”. Zie Professor Elffers neemt het op tegen de 80 hoogleraren, en The Lucia de Berk case, part 2, waarin ik o.a. laat zien dat het arrest van het Haagse Hof nog steeds zwaar leunde op statistische overwegingen, hierbij gebruik makend van het rapport van prof. Elffers. NRC Handelsblad heeft mijn repliek op wat Elffers beweerde in de NRC echter niet willen publiceren, onder het mom dat hier al te veel over was geschreven!

Maar er is geen enkele reactie op het stuk van Elffers in de NRC verschenen! Het rapport van de commissie Grimbergen, waarin vorig jaar de aanbeveling werd gedaan de zaak tegen Lucia de Berk te heropenen, besteedde meer dan 10 pagina’s aan de kwalijke rol van de rechtspsycholoog Elffers en zijn “statistische” berekeningen en adviezen. Helaas hebben lezers van NRC Handelsblad of nrc.next hier echter geen kennis van mogen nemen! Misbruik van statistiek is wat de hele zaak tegen Lucia de Berk op gang heeft gebracht! Het is vervelend dat ik dit steeds maar weer moet herhalen, maar als de pers volhoudt slaafs de mededelingen van juristen en de rechtspsycholoog Elffers te volgen dat statistiek geen rol heeft gespeeld in het uiteindelijke arrest, ben ik wel gedwongen te blijven herhalen dat dit een leugen is. Nu word ik dus zelfs geconfronteerd met een censurering door nrc.next van mijn eigen brief m.b.t. dit punt.

Ten overvloede herhaal ik nog maar eens wat ik hier in mijn stukje de grote misleiding over heb gezegd:
In de uitzending van NOVA/Den Haag Vandaag van 4 november 2003 Statistiek in het strafproces zegt de hoogleraar strafrecht Theo de Roos nog: “In de Lucia de B. zaak is het statistisch bewijs ontzettend belangrijk geweest. Ik zie niet hoe men zonder dat bewijs tot een veroordeling zou zijn gekomen.”. In deze uitzending komt ook de rechtspsycholoog Elffers aan het woord, die hier stelt dat de kans dat een verpleegkundige, werkzaam op de drie ziekenhuisafdelingen, bij toeval bij zoveel van de onverklaarbare overlijdensgevallen en reanimaties op élk van de drie afdelingen aanwezig is, 1 op 342 miljoen zou zijn.

Nadat alle statistici in Nederland, maar ook statistici buiten Nederland, zich van de kans van 1 op 342 miljoen van prof. Elffers en prof. de Mulder gedistantieerd hadden, heeft het Haagse Hof het doen voorkomen of statistiek geen rol meer heeft gespeeld in het uiteindelijk arrest, maar zoals bijvoorbeeld prof. ‘t Hooft terecht bij zijn ondertekening van de petitie voor heropening van de zaak Lucia de Berk heeft opgemerkt: “Dat het gerechtshof pretendeert geen statistische argumenten te hebben gebruikt wordt door de verwoordingen van het vonnis weerlegd.”

Ik begrijp wel dat het Haagse Hof en prof. Elffers liever niet herinnerd willen worden aan de fouten die ze gemaakt hebben met betrekking tot de statistische argumentatie, maar ik begrijp niet waarom NRC en nrc.next hen hierin slaafs zouden moeten volgen en waarom het dagblad nrc.next zelfs zo ver meent te moeten gaan dat het mijn brief op dit punt censureert.

We gaan verder met mijn brief in nrc.next. In mijn oorspronkelijke brief zeg ik:

“Minister Hirsch-Ballin en ook Mr. Brouwer haasten zich in interviews steeds te zeggen dat rechterlijke dwalingen een hoge uitzondering zijn. Hoe weten ze dat eigenlijk zo zeker?”

In nrc.next staat:

“De minister haast zich steeds te zeggen dat rechterlijke dwalingen een hoge uitzondering zijn. Hoe weten ze dat eigenlijk zo zeker?”

De baas van het Openbaar Ministerie in Nederland, Mr. Brouwer, blijft nu buiten schot, maar nrc.next heeft wel: “Hoe weten ze dat eigenlijk zo zeker?” laten staan.

Ik begin mijn brief met:

“In het redactioneel commentaar van 16-7-08 op het voorstel van minister Hirsch-Ballin, waarin de commissie die de mogelijkheid om rechtszaken te heropenen zou moeten verruimen een aanhangsel van de Hoge Raad wordt, wordt opgemerkt:

Wat staat in nrc.next:

“Minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) heeft voorgesteld om de commissie die gaat over de ruimere mogelijkheden om rechtszaken te heropenen een aanhangsel van de Hoge Raad te laten zijn. In het redactioneel commentaar “Ten halve gekeerd” (nrc.next, 17 juli) wordt daarover gezegd:”

Dat is iets heel anders; het “een aanhangsel van de Hoge Raad maken” van deze commissie is slechts een onderdeel van het voorstel van minister Hirsch Ballin waar ik het niet mee eens ben. Het creëren van een vaste “pool” (dr. le Pair spreekt in dit verband over “poel”) van geregistreerde deskundigen die een cursusje forensische methoden hebben gevolgd is een ander (slecht) onderdeel van het voorstel. Op die manier wordt de situatie waarin de echte deskundigen niet worden geraadpleegd, zoals voor het onderdeel statistiek het geval is geweest in de Lucia de Berk zaak, gecontinueerd. Mijn formulering gaf aan dat “een aanhangsel van de Hoge Raad maken” slechts een onderdeel of gevolg van de plannen was; in de herformulering lijkt het alsof het mij daar alleen maar om gaat.

Zoals ik boven al zei: het is gewoon mijn brief niet meer. Het is allemaal te gek voor woorden wat hier gebeurd is. En dat op een essentiële manier veranderen van mijn brief is gebeurd zonder mij daar iets over mee te delen! Binnenkort kunnen we brieven tegemoet zien in NRC of nrc.next waar onze naam onder staat, maar waarin het tegendeel wordt gezegd van wat we onder de aandacht hebben willen brengen!
De brief zoals ik hem aan de NRC heb aangeboden is te vinden op: in de kranten, waar ook de brieven van Metta de Noo en dr. Kees le Pair worden gegeven.


Is Nederland aan het verbommelen?

August 7, 2008

Maandenlang schrijf ik niets en nu ineens een aantal blogs vlak achter elkaar. Helaas, het moet!
Ik las een recent interview met Kees le Pair in het weekblad Elsevier: Nederland verbommelt, waarin onmiddellijk na de titel wordt gezegd:
Kees le Pair, lange tijd machtig wetenschapsbestuurder, windt zich op over de afnemende waardering voor slimheid in Nederland.
De scherpe logicus Tom Poes legt het steeds meer af tegen de praatjesmaker Ollie B. Bommel, zegt Kees le Pair. Volgens de natuurkundige onderschatten Nederlanders sterk het belang van techniek. De wetenschapsminister biedt helaas geen tegenwicht. `Ronald Plasterk heeft een grote mond, maar hij maakt niks klaar’.”

Harde woorden, aan het adres van minister Plasterk, aan het adres van OBB (voor de niet-kenners: Olivier B. Bommel, vroeger een bekende stripfiguur, gecreëerd door Marten Toonder). Verder in het interview:
Volgens Le Pair had Marten Toonder de Nederlandse mentaliteit goed in de gaten. Le Pair heeft eens een studie geschreven over het werk van de Nederlandse stripmaker (ik denk dat hier wordt gedoeld op Marten Toonder’s thermometer, PG). Hij ziet een verschuiving optreden van Tom Poes naar Heer Bommel. Tom Poes is de scherpe, slimme logicus, Heer Bommel is de man van de mooie praatjes. Le Pair voelt zich verwant met Tom Poes. In het vroege werk van Marten Toonder is deze nog de held, maar gaandeweg wordt Heer Bommel steeds belangrijker. Ook in de benaming van de stripalbums komt dit naar voren. Le Pair denkt dat Toonder zag dat Nederland bewoog in de richting van loze retoriek, aan het `verbommelen’ was, en daarom Heer Bommel een prominentere rol gaf. `De waardering voor slimheid is afgenomen in Nederland. Het gewicht van de natuurwetenschappen neemt ook af.’ Jaren was hij van plan deze theorie aan Toonder voor te leggen, maar toen hij eindelijk het initiatief nam, was het enkele weken voor diens dood. `Hij is er niet aan toegekomen mijn brief te beantwoorden.’

Tja, ik heb daar een heel andere visie op, die ik ook aan de auteur van Marten Toonder’s thermometer heb laten weten. Hoewel ik het vaak met hem eens ben, zoals uit eerdere blogs blijkt, ben ik het in dit geval totaal met hem oneens. Ik denk dat Toonder deze theorie over het belangrijker worden van Bommel in zijn verhalen niet bevestigd zou hebben. Of, dat als hij het al bevestigd zou hebben, hij dat gedaan zou hebben om er van af te zijn. Bij het blog staat al een motto dat in een andere richting wijst:
“Zaken doen is lucht verkopen, dat heb ik nu wel in de gaten.” OBB.
Dat wijst toch op doorbrekend inzicht bij OBB, maar je kunt dan natuurlijk altijd nog zeggen: ook domme mensen zeggen wel eens iets verstandigs.

Kees le Pair merkt in zijn blog op dat hij zich altijd erg heeft geërgerd aan de domme parvenu Bommel, die ook nog de eer opeist van wat de slimme Tom Poes, die wel zijn volledige sympathie heeft, voor elkaar heeft gekregen. Ik moest eerlijk gezegd erg lachen toen ik dat las. Zoals al vaak is beschreven (en ik twijfel ook geen moment aan die beschrijving) gaan auteurs op een gegeven moment van de door hen gecreëerde figuren houden. En het lijdt voor mij geen twijfel: Toonder hield van (de domme parvenu) Bommel. En dat niet alleen: hij ging steeds meer van hem houden. Waardoor ook Bommels steeds prominentere rol in Toonders verhalen verklaard wordt. Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan het prachtige verhaal waarin Sickbock iets heeft gemaakt waardoor het mogelijk wordt “een dag over te doen”. Bommel is de eerste proefpersoon. En welke dag wil Bommel overdoen? De dag dat hij lelijk heeft gedaan tegen zijn buurvrouw Doddel. Hij durft andere mensen nauwelijks meer onder ogen te komen, zo zeer schaamt hij zich!

Dat prominenter worden van Bommel heeft dus m.i. niets met een visie op de veranderende Nederlandse maatschappij te maken! Bommel maakte het Toonder mogelijk allerlei emoties, zoals bijvoorbeeld schaamte, maar ook menselijke zwakten, te tonen via het enigszins verscheurde karakter van zijn creatie Bommel. Kees le Pair is de eerste persoon die ik ontmoet die zich aan Bommel geërgerd heeft; de meeste mensen die ik ken moesten altijd erg lachen om Bommel. Ach, die Bommel die altijd in zeven sloten tegelijk liep, beledigd werd door zijn buurman Markies de Cantecleer van Barneveldt, enz., hoe kun je je daar in hemelsnaam aan ergeren? Zelfs ik ben, waarschijnlijk samen met Toonder, steeds meer van Bommel gaan houden. Tom Poes is daarnaast toch een beetje kleurloos, al is hij dan slimmer. En wat zou Tom Poes moeten beginnen zonder zijn grote vriend Bommel? Hij zou waarschijnlijk geen “engagement” aangaan, hij zou niet reizen, hij zou misschien alleen wat in zijn tuintje werken. Dat Bommel de eer opeist voor dingen die Tom Poes eigenlijk voor elkaar heeft gekregen, zelfs dat willen we (en ook Tom Poes, “Hm, zei Tom Poes”) hem eigenlijk wel vergeven.

Wel is het zo dat Nederland “verbulsupert”. Denk bijv. aan de rubriek next.lover in nrc.next: ”Meer daten in minder tijd? Ga naar nextlover.nl” (“Hier kunnen we Superzaken mee doen, Hiep! Een lokkertje!”). Personen die het huidige Nederland representeren zijn Bul Super (de witwassers, de aannemers van de bouwfraude, de starters van prestigeprojecten in de regering, enz.), de Zwarte Zwadderneel (Christen Unie), drs. Zielknijper, een kwaadaardige variant van drs. Zielknijper is de forensisch psycholoog (orthopedagoog?) Ruud Bullens, collega van de rechtspsycholoog Elffers aan de Vrije Universiteit, zie de grote misleiding, Dorknoper (al die ambtenaren die je hun macht willen laten voelen; zelf heb ik daar op het moment toevallig erg mee te maken) en Joris Goedbloed. Joris Goedbloed staat voor de juristen die zo kwistig met hun juristen-latijn strooien, maar die in feite de zaak willen bedonderen; ik heb in een vorige blog Joris Goedbloed in dit verband al eens aangehaald.

Bommel, daarentegen, is helemaal niet zo representatief voor het huidige Nederland. Hij is in staat zich te schamen. Mensen die zich schamen over iets dat ze hebben gedaan, en daar nog voor uitkomen ook, die zie je niet zo veel meer in Nederland! Voor recente ervaringen met het “de schaamte voorbij zijn”, zie mijn feuilleton Hoe worden door NRC Handelsblad ingezonden brieven behandeld, Hoe worden door NRC Handelsblad ingezonden brieven behandeld, aflevering 2 en (toevoeging 15-8-08): Hoe worden door nrc.next ingezonden brieven mishandeld.


Hoe worden door NRC Handelsblad ingezonden brieven behandeld, aflevering 2

August 6, 2008

In de eerste aflevering van mijn zo juist gestarte feuilleton Hoe worden door NRC Handelsblad ingezonden brieven behandeld werden enkele hypothesen ontwikkeld over wat voor brieven er wel of niet “door zouden komen”. Kort na het schrijven van deze eerste aflevering deed zich een interessante “test case” voor (gelukkig niet n.a.v. een brief van mijzelf). Kees le Pair had in NRC Handelsblad van 26 juli een m.i. zeer goede brief over de voorstellen van minister Hirsch Ballin geschreven, zie in de kranten, waar ook de brieven van Metta de Noo en mijzelf worden gegeven. Een reactie van juridische zijde waarin zou worden gezegd: “U beschadigt het vertrouwen in de rechterlijke macht” kon natuurlijk niet uitblijven. En jawel, Mr. Kruisdijk heeft in de NRC van 31 juli een (pijlsnel geplaatste!) brief waarin precies deze aantijging staat, samen met wat beschouwingen over het feit dat rechters die naar een functie in een andere standplaats worden gepromoveerd, niet meer zaken mogen behandelen die hebben gediend bij de rechtbank waar ze eerder gedetacheerd waren. Helaas houdt deze juridische logica echter op bij de Hoge Raad, want als daar een zaak wordt aangeboden die eerder door één van de leden van de Hoge Raad is behandeld in een vorige fase van de loopbaan, is er voor ons hoogste rechtscollege geen ontsnappen meer mogelijk aan het behandelen van deze zaak.

Een brief waarin o.a. dit wordt opgemerkt is op 3 augustus door Kees le Pair aan NRC Handelsblad gezonden. Hier komt hij:

Op 31 juli schreef rechter Kruisdijk dat mijn kritiek (NRC 26/7) ‘nodig weersproken’ moet worden. In hoger beroep fungeren geen rechters die al in eerdere instantie met een zaak te maken hadden. Ik beschadig met mijn niet onderbouwde stelling het vertrouwen in de rechterlijke macht.
Rechters, die eerder in de Eper incestzaak fungeerden zitten broederlijk in het college dat over een eventuele herziening mag besluiten. Een rechter, die steken liet vallen in de Puttense moordzaak, gaat zich in de Hoge Raad over herzieningen buigen. De uitlevering van Hörchner geschiedt op last van een rechter, die voordien bij de landsadvocaat werkte, waartegen hij jaren heeft geprocedeerd… Mr. Kruisdijk keek slechts naar ‘hoger beroep’ in engere zin. Ik bezie de procesgang uit het oogpunt van de beklaagde, de ten onrechte gestrafte, kortom de bedreigde burger. Als hij dat ook deed, zouden de voorbeelden niet aan zijn aandacht zijn ontsnapt.
Fijn dat onze magistraten ook zelf waken tegen het bezwaar klevend aan functie hoppen. (Dezelfde persoon gaat opnieuw over dezelfde zaak.) Mogen wij op hun steun rekenen bij ons verzet tegen het voorstel van Minister Hirsch Ballin? Die wil de Hoge Raad verantwoordelijk maken voor de herziening van een gesloten rechtszaak. Hij hanteert dus een contraire logica. Ik wacht op het bericht: “Rechters protesteren tegen het wetsvoorstel herziening gesloten rechtszaken. De beslissingsbevoegdheid moet niet worden gelegd bij een instantie, die verantwoordelijk was in de voorafgaande rechtsgang.”
‘U beschadigt het vertrouwen in de rechterlijke macht’ is een verwijt dat bij de magistratuur los in de mond ligt. Ik trek het mij niet aan. Het is of je bewoners niet moet waarschuwen, wanneer hun huis in brand staat. Ze zouden in paniek kunnen raken. Sinds mensenheugenis riskeren brengers van slechte tijdingen de woede van potentaten. De psychologie daarachter lijkt tijdsinvariant.

Het kwam mij voor dat deze brief niet door de normen en waarden van de hoofdredactrice Birgit Donker heen zou komen. Ik schreef dan ook aan Kees le Pair: “Een heel goede en ook nog leuke brief! Het kan bijna niet beter. Alleen vraag ik me af of dit wel mag van Birgit Donker. Ik geloof dat sarcasme niet is toegestaan. Ben benieuwd…” En, …, het is vervelend om te zeggen, maar ik had al weer gelijk! Vandaag verscheen de brief van Kees le Pair in NRC Handelsblad zonder de laatste twee alinea’s. Maar we moeten natuurlijk niet voorbarig zijn in onze conclusie dat dit ligt aan de normen en waarden van de hoofdredactrice en eerst nog even een alternatieve hypothese toetsen.

We kunnen ons bijvoorbeeld afvragen: “Bleef deze brief wel binnen de 250 woorden (of de aan een andere briefschrijver in de krant van 26 juli toegestane 300 woorden, na verzoek tot inkorten)?”. Ik heb even geteld. De brief telt 297 woorden, zit dus wel binnen de limiet van 300 woorden, maar niet binnen de limiet van 250 woorden. Laten we echter de laatste alinea, beginnend met “‘U beschadigt het vertrouwen in de rechterlijke macht’ is een verwijt dat bij de magistratuur los in de mond ligt.” weg, dan houden we 235 woorden over. Dat betekent dat de brief dan zelfs keurig binnen de 250 woorden blijft, maar ook nog een alinea bevat, beginnend met: “Fijn dat onze magistraten ook zelf waken tegen het bezwaar klevend aan functie hoppen.” Het is m.i. duidelijk dat dit niet kon vanwege de normen en waarden van de hoofdredactrice.

Na de brief van Kees le Pair kwam in de NRC van vandaag een brief getiteld: “Bachs Hohe Messe is overduidelijk katholiek”. Ik was even geïnteresseerd in de vraag hoeveel woorden dit stukje bevatte. Hier is het antwoord: 272. Ai! Boven de 250! Maar wat een wereld van geleerdheid wordt hier dan ook niet over ons uitgestort!

Bijvoorbeeld:
“Overigens, de Hohe Messe moge integraal voor het eerst zijn uitgevoerd in 1749, het Kyrië en het Gloria werden al gecomponeerd in 1733 en als proeve van bekwaamheid aangeboden aan de katholieke Friedrich August II, koning van Polen en keurvorst van Saksen.”

Kijk, dit is nu het soort van brieven die een “sieraad voor de krant zijn”, om met Birgit Donker te spreken. Daar is onze kwaliteitskrant heel erg blij mee. Het geeft een bijna cosmetische glans aan de krant. En dat gezeur over onze voortreffelijke Nederlandse juristen en die rechtszaken die niet goed behandeld zouden zijn moet nu maar eens de kop in worden gedrukt!

Dus, de Hohe Messe moge integraal voor het eerst zijn uitgevoerd in 1749, maar het moge ook duidelijk zijn dat de brief van Kees le Pair te pittig was voor de NRC. Sarcasme mag niet, grapjes mogen niet. Men neme een voorbeeld aan de brief “Bachs Hohe Messe is overduidelijk katholiek”, al telt die dan ook meer dan 250 woorden!

Naschrift. (8-8-08). Kees le Pair heeft inmiddels zelf bericht over het door NRC Handelsblad (zonder zijn voorkennis) afhakken van de laatste twee alinea’s van zijn brief, zie: Rechters moet je eren! Vroeger stond er dan in zo’n geval bij een brief: “Van redactiewege bekort”, zodat je wist dat de krant een of andere bewerking op de brief had uitgevoerd.
Ik begin me nu zelf ook enige zorgen te maken dat mijn brief in NRC.Next van 30-7-08 misschien eveneens door de redactie “bewerkt” is. Zelf heb ik deze brief nl. niet in de krant zien staan, omdat ik pas twee dagen later van een redacteur vernam dat hij geplaatst was in de krant van 30 juli (als reactie op een vraag van mij), en omdat ik er via de site niet bij lijk te kunnen komen…
Toevoeging 11-8-08: Het vervolg van dit feuilleton is te vinden in: Hoe worden door NRC.NEXT ingezonden brieven mishandeld?


Midori, Nederland en het Delft Chamber Music Festival

August 4, 2008

Op zaterdag 2 augustus jl. speelde de violiste Midori op het Delft Chamber Music Festival, samen met de cellist Johannes Moser en de pianist Jonathan Biss. Eerst ‘s middags het tweede pianotrio opus 80 van Robert Schumann en ‘s avonds het aartshertog trio opus 97 van Ludwig van Beethoven. Het viel me op dat het publiek muisstil was. Er was geen enkel hoestje voor zover ik me herinner. Desondanks hoorde ik na afloop van de uitvoering van het aartshertog trio twee heren achter mij enigszins denigrerend over de uitvoering spreken: ik hoorde de woorden: “gemaniëreerd”, “bizar”, “excentriek”. Ze zouden zo mee hebben kunnen doen in het radioprogramma “Diskotabel” op Nederland 4 op zondagmiddag, waarbij ze dan misschien ook nog hadden kunnen zeggen: “Het sléééépte me niet méééé” of: “de intonatie liet te wensen over” (zoals ik één van de afgelopen zondagen weer één van de heren van diskotabel hoorde zeggen, waarna instemmend gemompel van de anderen volgde). Met deze laatste woorden kun je altijd “scoren”; je zegt: “de intonatie liet te wensen over” en je geeft daarmee aan hoe goed jij dat allemaal wel hoort. Zelfs als het wel zuiver was, denken de personen tegen wie dit gezegd wordt: “O jee, heb ik dat ook wel gehoord?”.

In verband met het beoordelen van intonatie werd mij onlangs door een docent op een Nederlands conservatorium de volgende aardige anekdote verteld. Hij had bij één van de examens naar een meisje (een violiste) geluisterd waarbij hij had gedacht: “Zij heeft een heel goede intonatie”. Het eerste wat één van de andere leden in de examencommissie echter had gezegd was: “The intonation is terrible!”. Hij had zich toen afgevraagd: “Ben ik nou gek of is zij (dat andere lid van de commissie) het”. Tot zijn opluchting had toen de concertmeester van een vooraanstaand orkest in Nederland die ook in de commissie zat gezegd: “Mmmm, I thought the intonation was pretty good!”. Met een variatie op een bekend gezegde: “Intonation is in the ear of the beholder”.

Dus, hoewel de oordelen over intonatie van strijkers nogal uiteen kunnen lopen, denk ik dat de meeste musici het erover eens zullen zijn dat de intonatie van Midori bijzonder goed is. Ik heb haar uitvoering van de 24 caprices van Paganini op CD, haar eerste, een CD die ze heeft opgenomen toen ze 17 was. Die caprices van Paganini, die hoor je maar zelden zuiver spelen! De gevierde violist Itzhak Perlman bijvoorbeeld heeft deze caprices ook opgenomen en er is toch wel enige consensus over het feit dat hij op deze CD opname niet zuiver speelt. Bij een vorig Delft Chamber Music Festival werden ook alle Paganini caprices gespeeld en daarbij ging het soms zo erg mis, o.a. bij een uitvoering van een door mij overigens toch zeer bewonderde violiste (zodat ik het eigenlijk niet eens erg vond, omdat ik in feite toch altijd geniet van haar spel), dat je een huivering door het publiek voelde gaan. Het was des te opmerkelijker omdat deze violiste niet lang daarvoor een concours gewonnen had, waarbij in de schifting van de eerste ronde al verplicht Paganini caprices moeten worden uitgevoerd. Maar Midori is in staat deze caprices zuiver te spelen. En dat niet alleen; ze speelt ze met finesse, net zoals ze in haar Carnegie Hall recital de hels moeilijke variaties op het Ierse “The last rose of summer” van Ernst voor viool solo met finesse speelde.

Het kenmerkende van haar spel is dat het ook in deze virtuoze stukken totaal niet patserig wordt en dat het muzikale aspect altijd voorop blijft staan. En afgezien van het feit dat Itzhak Perlman in zijn opnames van de Paganini caprices minder zuiver speelde, misten deze opnames ook de finesse die Midori wel in deze caprices kon leggen. Ik denk hier bijvoorbeeld aan de subtiele manier waarop ze het Allegretto van de twintigste caprice speelt. Ook is grappig om te horen dat zij in de negende caprice de moeilijke dubbel flageoletten versie speelt bij de terugkeer van het eerste thema, terwijl Perlman daar kiest voor “the easy way out”, door gewoon het thema weer in de oorspronkelijke versie te spelen. Toegegeven, de dubbel flageoletten versie is ad libitum.

Iemand vertelde mij dat “het gerucht gaat” dat ook bij de opnamen van Paganini caprices van Midori “veel valse noten bijgesteld moesten worden”. Omdat ik Midori een aantal keren “live” heb horen spelen, twijfel ik eerlijk gezegd aan de waarheid van dit gerucht; het lijkt me meer iets uit het roddelcircuit. Je vraagt je ook af waarom men het dan in het geval van Perlman zo gelaten heeft. Misschien omdat je een incidentele valse noot wel kunt corrigeren, maar omdat het moeilijker wordt met langere passages?

Eigenlijk is die hele discussie over zuiverheid enigszins oeverloos, zoals ik boven al aangaf. Kreisler speelde behoorlijk vals en toch was hij één van de grootste violisten van de vorige eeuw; in het bijzonder had hij (net als Midori) een prachtige toon. Ik beschouw zijn opnamen van de Beethoven sonates met Franz Rupp als de mooiste die ik ken. Heifetz speelde in het algemeen heel zuiver, maar met zijn opnamen van de Beethoven sonates heb ik toch minder dan met die van Kreisler. Ik heb een DVD waarop Leonid Kogan het vioolconcert van Beethoven speelt. Hij speelt (af en toe) niet zuiver, maar wat speelt hij het mooi! Je kunt hoogstens zeggen dat “other things being equal” het wel prettiger is om live naar een violist(e) te luisteren die in het algemeen heel zuiver speelt, zoals Midori.

Ik was eens bij een concert in Londen waarbij Julia Fischer het vioolconcert van Beethoven speelde. Eigenlijk was ik daar speciaal vanuit Parijs (waar ik toen tijdelijk zat) naar toe gegaan in de hoop Pamela Frank te horen spelen. Maar het was één van de vele optredens van Pamela Frank die gecanceled was vanwege haar handblessure. Het is doodzonde en jammer dat haar carrière hierdoor beëindigd is. Maar goed, Julia Fischer, die voor haar inviel, speelde erg mooi en toen ze klaar was hoorde ik een Engelsman die naast mij zat zeggen: “I didn’t hear her make one mistake!”. Het is net alsof sommige mensen bij een concert alleen maar voortdurend zitten op te letten of ze de solist misschien kunnen betrappen op een foutje of een onzuiver nootje. Maar zo zou het toch eigenlijk niet moeten gaan! Ik geloof dat Glenn Gould vanwege dit soort verschijnselen ook is opgehouden met optreden in het openbaar, waaraan hij trouwens toch al -evenals aan reizen- nogal de pest had.

Het grappige is ook dat er natuurlijk bijna altijd foutjes worden gemaakt, die hoorbaar zijn voor mensen die de stukken ooit zelf hebben ingestudeerd, maar niet voor mensen die zitten op te letten of ze een foutje horen en de uitgevoerde stukken van wat minder nabij kennen, zoals ongetwijfeld deze Engelse mijnheer. In dit geval had ik bijvoorbeeld best kleine oneffenheden voorbij horen komen, maar ze waren van geen enkel belang, ze passeerden ergens aan de periferie van mijn aandacht. Pas toen mijn buurman dit had gezegd realiseerde ik me weer: “O ja, zo kun je ook zitten luisteren”. Wat bijvoorbeeld wel van belang was, was de bijzonder mooie manier waarop Julia Fischer de inzet van (het solistische deel van) het concert speelde, waardoor je er meteen helemaal “in” was. Sommige solisten weten onmiddellijk een eigen sfeer op te roepen en Julia Fischer is één van die solisten.

Toen ik op de middelbare school vioolles had, kreeg ik van mijn vioolleraar altijd te horen: “Je moet je stuk verkopen!” en later bij andere lessen kwam deze mij altijd enigszins misselijk makende opvatting steeds in verschillende gedaanten weer terug: “Je moet altijd overdrijven”, “Die mijnheer die op de achterste rij zit en daarvoor betaald heeft wil toch ook graag waar voor zijn geld hebben en moet je kunnen horen; harder, harder!” Een heel erg Hollandse manier van denken! Er zijn dan ook een aantal Nederlandse violisten die loeihard kunnen spelen en daartoe zelfs op een speciale manier hun vingers om de strijkstok krommen (om misverstanden te voorkomen: ik heb het hier over een generatie die niet meer tot de jongste generatie Nederlandse violisten behoort). In dit verband spreekt men voor de grap ook wel over de …streek, naar een protagonist van deze manier van spelen. Als het echt loeihard moet is het natuurlijk fijn als je dat kunt bewerkstelligen. Maar het kan naar mijn idee best wel eens wat minder; in het bijzonder als er niet fortissimo, maar pianissimo is aangegeven.

Hoe weldadig om afgelopen zaterdag Midori al die eisen zoals “harder, harder!” volledig aan haar laars te zien lappen door bijzonder zacht te spelen en de gespeelde stukken geenszins “te verkopen”, maar alleen vanuit (zo leek mij) innerlijke bewogenheid en niet gericht op effect te spelen, een manier van spelen die door de eveneens fantastische cellist geheel werd overgenomen. Helaas stond daar wel een forse Steinway, die geheel openstond, tegenover, zodat het een beetje een piano recital met strijkersbegeleiding werd (een gevaar dat alijd op de loer ligt als strijkers tegen een kolossale open Steinway op moeten boksen). Ik zat op de tweede (dat was niet de laatste) rij en had er niet zo’n last van; ik kon Midori en Johannes Moser toch goed horen, maar ik weet niet hoe de klanken zich voor de toehoorders op de achterste rijen gemengd zullen hebben. Overigens: de pianist Jonathan Biss was ook voortreffelijk; ik denk echter dat het met een vleugel met een iets bescheidener geluid (een oude Bösendorfer?) nog mooier was geweest.

De hele zaterdag van het Delft Chamber Music Festival was overigens geweldig; André Mosch zong op een meeslepende manier de bijzonder mooie en ook leuke liederen van Schumann en Beethoven (Schotse “Trinklieder”), Anne Gastinel gaf o.a. een prachtige uitvoering van “Chansons Bretonnes” van Koechlin, waarbij ze geheel non-vibrato begon (heerlijk om een cellist(e) non-vibrato te horen beginnen!), en dan was er ook nog een mooie fagot en piano uitvoering van 3 stukken van Koechlin door Bram van Sambeek en Julius Drake. Zowel Julius Drake als Inon Barnatan waren trouwens geïnspireerde begeleiders op de piano. Een gedenkwaardige zaterdag!

Epiloog. Ik wist het en voelde het aankomen: Midori moet in bescherming worden genomen tegen Nederland, Nederlandse violisten en Nederlandse critici. Het was weer onmiddellijk prijs in het Algemeen Dagblad van maandag 4 augustus:
“In de Franse celliste Anne Gastinel heeft Ferschtman een muzikale geestverwant. Ook zij koppelt oprechte muzikaliteit aan volledige toewijding. Innig en nobel klonk het duet dat de twee samen zongen in het tweede deel van Tsjaikovskis Souvenir.
Violiste Midori en cellist Johannes Moser haalden dat niveau niet in een uitvoering van Beethovens Aartshertog-trio. Bij de bevlogen vertolking van de fenomenale pianist Jonathan Biss stak hun ingetogen musiceren wat bleekjes af.”

Nee, dan bijvoorbeeld Hilary Hahn met haar viool als een kanon (een Vuillaume). Die Vuillaume van Hilary Hahn is een soort Russische tank vergeleken bij de Guarneri van Midori, die in haar handen eerder een zacht briesje produceert. Jan Peter Balkenende is dikke maatjes met president Bush en evenzo zijn bijvoorbeeld de violisten van het koninklijk concertgebouworkest dikke maatjes met de zeer Amerikaanse Hilary Hahn en spreken zij meewarig over Midori (althans, de violisten die ik hierover gesproken heb). Hilary Hahn is m.i. een groot violiste, een echte kampioen, eigenlijk een waardig opvolgster van Heifetz. Ook met een voortreffelijke intonatie (volgens mij dan).

Maar toch… We zien haar op youtube het vierentwintigste caprice van Paganini spelen, zie Hilary Hahn Paganini caprice 24, na tegen het publiek gezegd te hebben: “Or if you want to leave, take your car, that’s fine, hè, hè, hè (mijn fonetische notatie voor haar lachen). But I will stay on the stage”. Het was kennelijk een toegift bij een concert. Waarom voel ik bij deze inleidende woorden een lichte irritatie (en zelfs gêne) opkomen? Zou ik daar geheel alleen in staan (in Nederland dan)? Ze speelt daarna overigens die caprice voortreffelijk; in feite is zij een echte Paganini speler.

Ik ken ook Hilary Hahn’s uitvoering van de Bach concerten en haar opnames van Bach solo sonates en partita’s en Mozart sonates. Allemaal heel goed. Maar wel heel agressief gespeeld. Is het bij Mozart nodig om op bijna elke noot te vibreren? Het werkt op den duur een beetje op mijn zenuwen. Wel een mooi vibrato, daar gaat niks van af, maar toch… Eigenlijk een beetje ouderwets soort spel, waarbij het experiment uit de weg wordt gegaan, en ook een beetje te gestroomlijnd (bezwaren die ik ook voel tegen het spel van de pianiste in deze Mozart opnames, trouwens). Hoeveel moderner, in de zin van “meegegaan met voortschrijdende inzichten in interpretatie”, en hoeveel pittiger (wat iets anders is dan “agressief”) zijn dan niet de opnames van de barokvioliste Rachel Podger en de “fortepianist” Gary Cooper van deze sonates! Itzhak Perlman noemt zichzelf een “modern violinist” om hiermee aan te geven dat hij niets van deze interpretaties en manieren van spelen wil hebben (in een antwoord op een vraag over deze kwestie). Een groot misverstand volgens mij; hij is daardoor juist een “non-modern violinist”.

Daarentegen luister ik altijd weer van tijd tot tijd naar Midori’s opnames van de sonates van César Franck en Richard Strauss. De manier waarop Midori bijvoorbeeld het eerste deel van de César Franck sonate speelt of het tweede deel van de sonate van Richard Strauss: dat is juist helemaal niet agressief en is voor mij “musique pure”; je vergeet bijna dat hier viool wordt gespeeld. Dit is nu het echte zingen dat het thema vormt van het huidige Delft Chamber Music Festival! Er hoeft niet altijd hard te worden gezongen! En daarom paste haar spel en dat van Johannes Moser ook zo goed in dit festival, waar ik bijvoorbeeld ook Anne Gastinel heel “modern” vond spelen. Zou dit misschien ooit ook zo door de gevestigde organen van het Nederlandse muziekleven en door de Nederlandse critici worden gezien? Ik vrees dat dit nog best eens een tijd kan duren…