De slapende rechter

Stel een jurist zou tegen mij zeggen: Andrew Wiles verdient de Clay Research Award niet, want zijn bewijs van de stelling van Fermat is onjuist. Of hij zou tegen mij zeggen: “U moet die Cambridge prijs (de Rollo Davidson prijs) teruggeven, want u hebt het limietgedrag van de Grenander schatter niet juist gekarakteriseerd” (ik begrijp dat de meeste mensen noch de eerste bewering noch de tweede zullen begrijpen, maar ik kan daar verder op het moment niets aan doen).

Wat zou mijn reactie zijn? Ik zou zeggen: “Interessant, wat is uw argument hiervoor?”. Stel nu omgekeerd dat ik tegen een jurist zeg: “De bewijsvoering in de Lucia de Berk zaak is incorrect” of “Het lijkt me dat het DNA argument in de Louwes zaak niet overduidelijk zijn schuld aantoont”. Wat voor reactie kan ik dan in het algemeen verwachten? De reactie: “Je moet je mond houden, want je bent geen jurist”.

Een wiskundige vraagt om argumenten, een jurist om antecedenten. Pikant detail in het bovenstaande is dat Pierre de Fermat een … jurist was, zie Pierre de Fermat. Gelukkig maar dat zijn diploma’s op het gebied van de rechtenstudie lagen, want als zijn diploma’s op het gebied van de wiskunde zouden hebben gelegen, zou er niet naar hem geluisterd zijn door de juristen: zijn antecedenten zouden dan niet in orde zijn geweest! De wiskundigen hebben echter wel naar hem willen luisteren, want het gaat de (goede) wiskundige nu eenmaal om de inhoud van wat de spreker zegt en niet om zijn antecedenten.

Wagenaar cs. hebben een boek geschreven De slapende rechter. Dit is volgens Marc Loth, die verbonden is aan de Erasmus Universiteit en ook lid van de hoge raad “een mislukt boek”, zie ‘Slapende rechters’ of ‘dwalende deskundigen’?. Hij drukt zich zelfs nog sterker uit: “Hopelijk is `de slapende rechter’ een incidentele uitglijder van enkele `dwalende deskundigen’ en vinden de auteurs nieuwe manieren om hun ideeën voor het voetlicht te brengen”. Tevens zegt hij op pagina 3: “de auteurs hebben te weinig kaas gegeten van het strafrecht” in een alinea die begint met: “Waar de auteurs uit de bocht vliegen is waar zij zich bedienen van suggestief en pejoratief taalgebruik”. Ik vroeg me af: “Waar heb ik die zin “de auteurs hebben te weinig kaas gegeten van het strafrecht” eerder gehoord? En toen herinnerde ik me de uitspraak van zijn vroegere collega op de juridische faculteit van de Erasmus Universiteit, Henk Elffers (de `statisticus’ in de Lucia de Berk zaak die had becijferd dat de kans dat de verpleegkundige Lucia de Berk bij toeval zo veel `incidenten’ betrokken was kleiner of gelijk aan 1 op de 342 miljoen was): “Het probleem is niet zozeer dat juristen statistiek misinterpreteren, maar veeleer dat menig statisticus geen kaas heeft gegeten van het strafproces” (cursivering van mij), zie Professor Elffers neemt het op tegen de 80 hoogleraren.

Bij de bespreking van de acht gevallen die in het boek De slapende rechter aan de orde komen, vindt Marc Loth de Schiedammer parkmoord een aparte plaats innemen. Waarom? Je zou denken dat de aparte plaats o.a. te danken is aan het feit dat een ander dan de veroordeelde heeft bekend, waarna men de veroordeelde wel vrij moest laten. Ook is de zaak uniek omdat hier overduidelijk grove fouten zijn gemaakt door rechtbank en hof, essentiële zinnen in de verklaringen van de ten onrechte veroordeelde zijn weggelaten als deze niet strookten met de “bewijsvoering” en desondanks door de president van het gerechtshof in Den Haag Mr. Verburg verklaard is dat er geen fouten zijn gemaakt bij de veroordeling van Kees B. (zie p. 123-124 van Wagenaar et al.). Ook lijkt de laffe manier waarop Kees B. niet is vrijgesproken, maar in plaats daarvan het OM niet-ontvankelijk is verklaard in het arrest van het Amsterdamse hof mij uniek.

Marc Loth duidt deze zaak aan met het bagatelliserende woord “bedrijfsongeval”. Om precies te zijn, hij zegt: “Wat mij betreft… behoort de Schiedammer parkmoord tot de eerste categorie rechterlijke dwalingen; de bedrijfsongevallen die -hoe tragisch ook- mede door de bijzondere samenloop van omstandigheden als bijna onvermijdelijk moeten worden beschouwd”. Mmm… onvermijdelijk? Is het onvermijdelijk dat zinnen in de bekentenis die niet kloppen met het geconstrueerde tijdspad hieruit worden weggecensureerd? Dat een verzoek van de advocaat om DNA materiaal op flesjes en blikjes in de buurt te onderzoeken domweg wordt geweigerd door het hof? Dat deze manier van doen door de advocaat-generaal van de hoge raad (Machielse) wordt gesanctioneerd? Als dit onvermijdelijk is, is het nog erger dan ik dacht.

Marc Loth vindt dat alternatieve scenario’s niet door de rechter hoeven te worden onderzocht. Hij merkt op: “Wanneer zij prof. Cleiren aanhalen die toelicht dat de strafrechter op basis van de tenlastelegging moet oordelen, overschreeuwen de auteurs haar door te roepen dat de rechter ook alternatieve scenario’s moet onderzoeken” (over pejoratief taalgebruik gesproken trouwens: “overschreeuwen”, “roepen”). Hij licht dit verder toe door te zeggen: “In het institutionele kader van het strafproces gaat het om de (beperkte) vraag of deze verdachte dit verwijt kan worden gemaakt, niet om wat er gebeurd is en wie daarvoor verantwoordelijk is”. Het spijt me wel, maar ik kan “Het gaat niet om wat er gebeurd is en wie daarvoor verantwoordelijk is” niet anders interpreteren dan: het hoort (volgens Marc Loth) de rechter niet te gaan om waarheidsvinding. En er zijn nog wel meer bedenkingen bij deze bewering van Marc Loth, zie wat is een argument? en een gesprek tussen Jan en Willem. Als er al bezorgdheid was over de manier waarop in Nederland recht wordt gesproken, dan wordt deze bezorgdheid door deze opmerking van Marc Loth (lid van de hoge raad) alleen maar aangewakkerd.

Evenzo wordt de bezorgdheid over de manier waarop in Nederland recht wordt gesproken aangewakkerd door de krampachtige pogingen van het ministerie en OM om te verhinderen dat in Nederland een revisieraad komt naar Engels model, waar ook anderen dan juristen de mogelijkheid krijgen invloed uit te oefenen op de heropening van strafzaken (in plaats van dat deze beroepsinstantie wordt verschoven naar een aanhangsel van de hoge raad). En natuurlijk besteedt Marc Loth ook ruim aandacht aan zijn opvatting dat die revisieraad er niet moet komen en verdedigt hij het novumcriterium, o.a. door te zeggen dat dit in de wet is opgenomen en niet afgeschaft. Men kan het feit dat dit in de wet is opgenomen en niet is afgeschaft niet als argument gebruiken om te zeggen dat dit een goed criterium is (op die manier zouden wetten nooit veranderd worden). Het boek De slapende rechter laat zien dat dit criterium de voornaamste bottleneck is voor heropening van strafzaken en dat het heel gemakkelijk gebruikt kan worden om heropening tegen te houden.

Waar zijn juristen als Marc Loth toch zo bang voor? Ik vermoed toch voor een discussie, gevoerd op basis van argumenten, in plaats van een discussie, gevoerd op basis van beroep op autoriteit en antecedenten. Zie ook de open brief aan Marc Loth van H.J. Vonk Schoon schip.

Advertisements

2 Responses to De slapende rechter

  1. tommiehendriks says:

    Het al dan niet verontwaardigd fulmineren tegen Wagenaar et al. [“De slapende rechter”] door lieden als mr M.A. (Marc) Loth [“Het gaat er niet om wat er gebeurd is”], mr G.J.M. (Geert) Corstens [“In het algemeen is het beeld van de slapende rechter onjuist”] en mevr. prof. mr C.P.M. (Tineke) Cleiren “[Rechters vinden de waarheid op een andere manier” (dan deskundigen)] legt zowel het gebrek aan realiteitszin en als het gemis aan besef van urgentie pijnlijk bloot. Niet alleen ontbreekt het deze juristen aan inhoudelijke argumentatie in relatie tot hun gerechtelijk dwalen, ook komt het verbreken van hun tot dan toe hooghartige stilzwijgen zo’n drie decennia te laat. Immers, “De slapende rechter” is het voorlopige eindpunt van een lange, lange reeks publicaties over de problematiek van slapende rechters, die al in 1977 uit de doeken werd gedaan en aan de orde gesteld.
    Ziehier deze reeks:
    Crombag, H.F.M., De Wijkerslooth de Weerdesteijn, J.L., Cohen, M.J. (1977). Een theorie over rechterlijke beslissingen. Groningen: Tjeenk Willink.
    Elberse, P., Nierop, D. (1989, 2003). De Paskamermoord. Feiten en fictie in een Zaanse tragedie. Utrecht/Baarn: Het Spectrum/De Fontein.
    Koppen, P.J. van, Crombag, H.F.M. [Red.] (1991). De menselijke factor. Psychologie voor juristen. Arnhem: Gouda Quint.
    Crombag, H.F.M., Van Koppen, P.J., Wagenaar, W.A. (1992, 1994, 2005). Dubieuze zaken. De psychologie van strafrechtelijk bewijs. Amsterdam: Contact/Olympus.
    Wagenaar, W.A., Van Koppen, P.J., Crombag, H.F.M. (1993). Anchored narratives. The psychology of criminal evidence. Hemel Hampstead: Harvester Wheatsheaf.
    Crombag, H.F.M., Merckelbach, H.L.G.J. (1996). Hervonden herinneringen en andere misverstanden. Amsterdam: Contact.
    Koppen, P.J. van, Hessing, D.J., Crombag, H.F.M. [Red.] (1997). Het hart van de zaak. Psychologie van het recht. Deventer: Gouda Quint.
    Elt, G. den (1998). Schandaal op Schiermonnikoog. Hoe de affaire-Lancee justitie in opspraak bracht. Amsterdam: Veen.
    Blaauw, J.A. (2000). De Puttense moordzaak. Reconstructie van een dubieus moordonderzoek. Baarn: De Fontein.
    Jong, S. de. (2003). De Deventer Moordzaak. De omstreden veroordeling van Ernest L. Amsterdam: Balans.
    Koppen, P.J. van, Dudink, Ch.G.D. (2003). De Schiedammer parkmoord. Een rechtpsychologische reconstructie. Nijmegen: Ars Aequi Libri.
    Blaauw, J.A. (2003). Verdacht van moord. Reconstructie van zes dubieuze Nederlandse moordonderzoeken, waaronder de paskamermoord. Baarn: De Fontein.
    Israëls, H. (J.Th.). (2004). De bekentenissen van Ina Post. Alphen aan den Rijn: Kluwer.
    Wagenaar, W.A., Crombag, H.F.M. (2005). The popular policeman and other cases. Psychological perspective on legal evidence. Amsterdam: Amsterdam University Press.
    Wagenaar, W.A. (2006). Vincent plast op de grond. Nachtmerries in het Nederlands recht. Amsterdam: Bakker.
    Derksen, T. (A.A.). (2006). Lucia de B. Reconstructie van een gerechtelijke dwaling. Diemen: Veen Magazines.
    Knoops, G.-J. (2006). Redressing Miscarriages of Justice. Practice and procedure in national and international criminal law cases. Ardsley, NY: Transnational.
    Gosewehr, D., Timmerman, H. (2007). Wanneer de waarheid… Het ware verhaal over Ina Post. Amsterdam: Rozenberg publishers.
    Vis, J. (2007). Het rijk van de bok. Arnhem: Ellessy Crime.
    Hond, M. de (2007). Zwartboek NFI. Het Nederlands Forensisch Instituut schiet ernstig tekort in professionaliteit en onafhankelijkheid. http://www.geenonschuldigenvast.nl
    Derksen, T. (A.A.). (2008). Het O.M. in de fout. 94 structurele missers. Diemen: Veen Magazines.
    Crombag, H. (H.F.M.), Israëls, H. (J.Th.), Acda, P. (2008). Moord in Anjum. Te veel niet gestelde vragen. Den Haag: Boom Juridische Uitgevers.
    Crombag, H.F.M., Wagenaar, W.A., Tak, P.J.P., Van Koppen, P.J., De Wit, J. (2008). Crisis in de rechtsstaat? Amsterdam: SP Media.
    Wagenaar, W.A., Israëls, H. (J.Th.), Van Koppen, P.J. (2009). De slapende rechter. Waarom het veroordelen van burgers niet alleen aan de rechter kan worden overgelaten. Amsterdam: Prometheus.
    Louwes, E. (2009). Schuldig. Mijn verhaal over de Deventer moordzaak. Utrecht: Kosmos Uitgevers.

    Doornroosje deed er 100 jaar over. De rechters zijn nu 32 jaar aan het snurken. Wie zal er winnen?

  2. Nico Weezenbeek says:

    De problematiek van de slapende, misrekenende rechter lijkt zich nu te verplaatsen naar de civiele rechtspraak. Zie o.a. de recente drie cassatiezaken in de aandelenlease-affaire (arresten van 5 juni jl.) waarin de Hoge Raad met droge ogen de feitenrechters (Hof Amsterdam) volgt en vaststelt dat de gebruikte brochures van aandelenleasebanken NIET misleidend waren. Jaren terug oordeelden de Reclame Code Commissie, vervolgens de AFM en vervolgens de Commissie Oosting anders, namelijk dat folders wel misleidend waren. Zie ook de discussie in NRC Next en de weblog van econome Erica Verdegaal (de misrekenende rechter) en de vele tientallen reacties van statistici en wiskundigen op het voorbeeld van John Allen Paulos dat Verdegaal gebruikte. Het interuniversitaire project ”De rekenende rechter” uit 2005 kan zo weer de kast uit. Er toont zich nog geen verbetering aan de horizon. De botsing tussen mormatieve pseudowetenschap (juristerij) versus de harde empirische wetenschap gaat onverminderd verder,

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s