Jan en Willem blikken terug op het concours.

J. Jouw violiste Mayu Kishima heeft het gisteren in hoger beroep bij de jury niet gehaald, hè?
W. Nee.
J. Zie je nou wel! De jury zag ook dwars door dat leugenachtige in haar spel heen!
W. Ik heb een enigszins andere visie op deze hele zaak.
J. Ongetwijfeld! Kom maar op!
W. Ik wil beginnen met op te merken dat de violistes die ik persoonlijk de eerste en tweede plaats zou hebben gegund leerlingen van Zakhar Bron zijn.
J. De leraar van Vadim Repin en Maxim Vengerov?
W. Ja. Ik heb gehoord dat leerlingen van Zakhar Bron het in het algemeen tegenwoordig op concoursen wel kunnen vergeten, omdat hij heel slecht “ligt” bij zijn collega’s, die hem willen pakken via zijn leerlingen.
J. Ik wist het, ik wist het! Dat wil zeggen, ik wist dat je weer met een complottheorie aan zou komen zetten!
W. Ja, en ik weet dat dat volgens jullie juristen het ergste is dat je kunt doen. Al zou het volledig waar zijn, dan nog mag het niet. En waarom mag het niet? Het verstoort de gevestigde orde.
J. Ja, het veroorzaakt geheel onnodig onrust. Laat zo’n jury nu maar gewoon rustig zijn werk doen door cijfertjes op een papiertje te schrijven en door de computer te laten verwerken, objectiever kan het bijna niet. En… de computer doet uiteindelijk het werk, daar zou jij toch helemaal voor moeten zijn?
W. Ja, dat is typisch het denken van een alfa, het spijt me dat ik het moet zeggen. Hoe klungeliger ze zijn met computers, hoe meer respect ze hebben voor wat er “geheel objectief” uit de computer rolt. Ik dacht na afloop van dit concours: “Misschien was het beter geweest als ze er met zijn allen nog even over gepraat hadden en de computer er buiten hadden gelaten, misschien dat ze dan nog enigszins bij zinnen zouden hebben kunnen komen m.b.t. de plaatsingen 4 en 5!”.
J. Die mollige Beierse Koreaanse en die ernstige Russische jongen hebben toch heel “gaaf” gespeeld?
W. Ik zou liever het woord “gaaf” door “braaf” vervangen en hier willen spreken van de “triomf der braafheid”. Dus ik kan wel begrijpen dat jullie juristen daar door gecharmeerd worden.
J. Dat is een beetje onder de gordel, vind je niet?
W. Ja, misschien wel, maar ik voel me ook nog steeds behoorlijk kwaad over deze gang van zaken.
Iets anders is dat ik je even wat zou willen leren over de “niet robuustheid” van het gemiddelde.
J. “Niet robuustheid”?
W. Stel je hebt 3 verschillende getallen, zeg 8, 9 en 10. Wat is “het midden”?
J. Het getal 9 natuurlijk.
W. O.K. Nu gaan we naar de getallen 1, 9 en 10. Wat is nu “het midden”?
J. Nog steeds 9 natuurlijk.
W. Aha! Je kiest voor de mediaan van deze getallen. Dat is een zogenaamde “robuuste” maat voor het midden, omdat hij ongevoelig is voor zg. “outliers”. Maar het gemiddelde is niet robuust. Als ik kijk naar het gemiddelde van deze getallen, dan is dat ongeveer een zes en een half. Men noemt dit wel eens “voldoende tot ruim voldoende”. Dat is behoorlijk veel lager dan jouw 9!
J. Ja, O.K. Maar wat is de relevantie hiervan voor het concours?
W. Stel ik ben jurylid en ik heb de pik op Zakhar Bron. Een leerling van Zakhar Bron komt voorbij en ik denk: “Ha, ik ga die Zakhar eens even pakken door zijn leerling een 1 in plaats van een 8 te geven”. Twee andere juryleden blijven echter bij hun 9 en 10. We gooien het in de computer en die komt met 6.6666… als resultaat. Enorm objectief, hè?
J. Ja.
W. Maar stel eens dat we er over gepraat hadden en die twee die een 9 en 10 hadden gegeven hadden aan mij gevraagd: “Waarom geef je deze kandidate, die de eerste sonate van Prokoviev zo adembenemend heeft gespeeld, in godsnaam een 1?”. Dan kan ik niet zeggen: “Omdat ik de pik heb op Zakhar Bron.” Dan zal ik toch met een of andere smoes aan moeten komen. Dus… misschien was het toch wel beter geweest als ze er met elkaar over hadden gepraat en niet op de “objectiviteit” van de computer hadden vertrouwd. Ik weet natuurlijk niet exact hoe het gaat, maar ik signaleer hier een mogelijk gevaar van het “cijfertjes in de computer gooien”.
J. Mmm… Ik moet hier geloof ik nog eens over nadenken. Ik zou willen zeggen: “Daar zijn die juryleden veel te netjes voor”. Je kunt er toch wel van uitgaan dat die juryleden hun taak met de uiterste zorgvuldigheid hebben uitgevoerd.
W. Daarop zou ik willen antwoorden: “Menschliches, Allzumenschliches”.

Advertisements

2 Responses to Jan en Willem blikken terug op het concours.

  1. Henry de Hoon says:

    Leuk, om iemand eens dieper in te zien gaan op de uitslag en de manier waarop die tot stand komt. Het viel me op dat het Nederlandse panel onderling steeds ongeveer dezelfde mening had en het Belgische ook, maar dan tegengesteld. Ik was het steeds eens met de Nederlanders.
    Zelf werd ik niet warm of koud van die Japanse Mayu.
    En ik vond die Rus, die toch nog 5 werd, eigenlijk helemaal niet zo emotieloos en fantasieloos als het panel steeds zei. Ik vond hem wel wat onrustig en gehaast, maar ik was blij dat hij in de prijzen viel.
    Gelukkig ook een 4e plaats voor de Japanse die een uitglijder maakte; volgens het Belgische panellid omdat ze misschien ongesteld was (opvallend hoe moeizaam hij daarom heen draaide). Tja. Moeilijk te controleren.
    Leuke site hebben jullie. Misschien hebben jullie interesse eens een artikel te schrijven voor de Stichting Skepsis? Zie http://www.skepsis.nl

    • pietg says:

      Jan en Willem zijn hier nog niet over uitgepraat en zullen in het bijzonder terugkomen op de verschillende manier waarop Ray Chen en Soyoung Yoon de sonate van César Franck hebben gespeeld. Willem denkt hier heel anders over dan zowel het Nederlandse panel als het Vlaamse panel! Verder is overigens de vierde plaats voor de Koreaanse (niet Japanse) Kim Suyoen.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s