Elisabeth concours (slot)

W. Het is geloof ik tijd voor wat nuance.
J. Jij en nuance, laat me niet lachen! Je lijkt de NRC wel, de krant die de nuance zoekt!
W. Je weet nog helemaal niet wat ik ga zeggen en je gaat al in de aanval!
J. Het zal wel weer over dat Elisabeth concours gaan.
W. Inderdaad, J. Er zijn wat harde woorden gevallen, speciaal in de Franstalige commentaren, over de winnaar Ray Chen en de tweede prijswinnaar Lorenzo Gatto die ik toch wat zou willen nuanceren.
J. Aha!
W. In de eerste plaats is zo’n concours een onding.
J. De gesel van de markt, W.!
W. Ja, ja, haal Annemarie Jorritsma er maar weer bij! Jouw partij en de VVD zitten wat dit betreft erg op één lijn. De “as van de markt” in plaats van (of misschien als verlengstuk van?) de “as van het kwaad” van Bush, die CDA en de VVD verbindt.
J. Mag ik je eraan herinneren dat wedstrijden tussen musici van alle tijden zijn? Ik meen te weten dat Händel en Scarlatti een wedstrijd hebben gehouden, waar Scarlatti als de beste clavecinist en Händel als de muzikaalste uit tevoorschijn kwam. Het was dus “onbeslist”. Of dit verhaal helemaal waar is weet ik niet, maar ik geloof wel dat het op iets dat werkelijk heeft plaatsgevonden is gebaseerd. En verder meen ik te weten dat zelfs jouw Bach aan wedstrijden deed, waaruit hij overigens altijd als winnaar tevoorschijn kwam.
W. Ik weet het J. Maar toch… Philippe Hirschhorn, die ook ooit dit concours gewonnen heeft, sprak over het concours als een loterij, en zei dat hij het gevoel had de jury “misleid” te hebben. En verder dat er in zo’n jury mensen (“old men”) met esthetische idealen van 50 jaar of langer geleden zitten. Ik zou het zelf bijvoorbeeld niet prettig vinden om voor een jury te spelen waar Jaime Laredo in zit, hoewel hij me verder in het interview dat ik met hem zag wel een aardige vent leek. Met mensen als Dumay en Laredo in de jury komt vanzelf zo’n bekkentrekker als Ray Chen bovendrijven.
J. Goed, goed, maar je begon over “nuance”.
W. Ja, ik heb nog wat naar de halve finales geluisterd voor een vollediger beeld en vond bijvoorbeeld dat Lorenzo Gatto daar de Havanaise van Saint-Saens toch wel erg mooi speelde. En de andere dingen die hij speelde Schnittke, Ysaye, Ledoux en de Wals-scherzo van Tchaikovsky en het vijfde concert in A van Mozart, ik vond dat hij dat eigenlijk ook heel mooi deed. Wel blijf ik er bij dat ik de meer duistere krachten mis in zijn spel en dat ik hem daarom niet de ideale Paganini speler vind, terwijl ik die duistere krachten wel gehoord heb in het spel van de laaggeplaatste Mayu Kishima.
J. Je aapt nu Menuhin na, die zei dat hij in het spel van Kreisler het “demonische” miste.
W. Ik ben inderdaad bekend met die uitspraak en ik probeerde (kennelijk tevergeefs) die enigszins te omzeilen. Maar het gaat hier wel om iets belangrijks. Weet je op welke violist het meest onsympathieke personage van “A la recherche du temps perdu” van Marcel Proust geïnspireerd is?
J. Nee.
W. Op Jacques Thibaud aan wie Ysaye zijn meest duistere solosonate heeft opgedragen. Als je dat zoetgevooisd gaat spelen, dan sla je toch wel de plank volledig mis. En met Paganini is het al net zo.
J. Goed, daar heb je misschien een beetje gelijk in. Maar ik zou graag nog wat meer over de “nuance” horen.
W. Het valt me op dat als ik naar die filmpjes kijk, waarin de kandidaten geïnterviewd worden, ik ze allemaal eigenlijk zo enorm aardig vind, allemaal op hun eigen manier natuurlijk. Zelfs Ray Chen, die je in een soort speeltuintje met kleuters ziet spelen, waarbij je de kleuter op de voorgrond verrast op ziet kijken. Dat “verkoopt” natuurlijk enorm, zo’n aandoenlijk tafereeltje, maar ik vond het desondanks wel leuk.
Maar goed, wat de nuance betreft. Mijn slotconclusie is toch dat je door zo’n wedstrijd de kans krijgt te luisteren naar allerlei verrassende interpretaties van stukken die je wel of niet kent en dat je (ik) daardoor weer zin krijg(t) de stukken die je hoort zelf te spelen.
J. Voorbeelden?
W. Li-yoon Park speelde in de halve finale Caprice d’après l’étude en forme de valse opus 52 van Saint-Saens in een transcriptie van Ysaye. Het was echt fenomenaal! Je kunt nu al deze dingen ook via youtube zien en beluisteren, hoewel de geluidskwaliteit nog iets beter is op Elisabeth Concours Live en dan kun je daar ook (op youtube) nog even luisteren en kijken naar Vengerov die daar het zelfde stuk speelt met enorm veel meer poeha en bekkentrekkerij. Wel enorm goed, natuurlijk, daar gaat niets van af, ondanks de vrijheden die hij zich veroorlooft, maar toch “not my cup of tea”. Merkwaardig genoeg was dit nummer dit jaar verplicht voor de kandidaten van het nationaal (Oscar Back) vioolconcours. Tot nu toe had ik geen enkele behoefte om het zelf te gaan spelen, maar na Li-yoon Park gehoord te hebben, wil ik het wel eens proberen. En ik had al gezegd dat ik ook al zo genoot van haar sonate van Ravel in de finale.
En Soyoung Yoon speelde in de halve finale het bekende Poème van Chausson, waar ik in het algemeen vreselijk de pest aan heb, hoewel iemand van wie ik les had ooit zei dat ik dit misschien als pièce de résistance op het repertoire zou moeten nemen. Ik zei zelfs tegen hem dat ik dat “zeikstuk” niet wilde spelen. Maar na het luisteren naar Soyoung Yoon, die hier trouwens ook heel mooi op de piano werd begeleid, zal ik dit toch nog eens heroverwegen (ze vloog tijdens een solo in dit stuk trouwens een keer vreselijk uit de bocht, maar kennelijk is haar dit niet te erg aangerekend; dat soort dingen moet ik de jury toch weer nageven). Dit is duidelijk zo’n stuk waarvoor geldt: “Minder is meer”.
Ik had het al over de sonate van Prokoviev in de versie van Mayu Kishima, maar zoals die het Poème élégiaque op. 12 van Ysaye speelde! Ik heb meteen de bladmuziek gekocht om het ook te gaan spelen. En die rare maar mij toch ook wel sympathieke Ilian Garnet speelde de derde Brahms sonate op een heel opmerkelijke manier, die me weer aan het denken heeft gezet m.b.t het eerste deel, waarin hij een enorm rustig tempo nam en erg ingetogen speelde. Hij speelde deze sonate überhaupt erg “kalm” op zijn viool van onbekend merk; heel verrassend vond ik dat!
J. Je wordt nu wel erg technisch, W.! Laten we er maar over ophouden.

Naschrift. De halve finales en finales van het Elisabeth concours kunnen nog steeds bekeken en beluisterd worden op Concours Reine Elisabeth/Koningin Elisabethwedstrijd. Ik kan iedereen aanraden om dit te doen zolang het nog kan, in het bijzonder de halve en hele finale van Mayu Kishima.

Advertisements

3 Responses to Elisabeth concours (slot)

  1. L. De Maere says:

    Geachte Heer,

    Misschien ontgaat me de humor van uw blog in het algemeen of van het stuk hierboven in het bijzonder. Ik kwam, zoekend naar meer info over Ray Chen, toevallig hier terecht, maar vond het – excuseer – toch allemaal nogal zielig. Deze jongeman, die op één jaar tijd, twee mooie, om niet te zeggen prestigieuze prijzen wint, moet het doen met als enig epitheton ‘bekkentrekker’. Hebt U zelf – of de disputanten hierboven – al veel internationale prijzen gewonnen, voor viool of iets anders?

    Met vriendelijke groet.

    L. De Maere, Antwerpen (B)

  2. pietg says:

    W. deelde mij het volgende naar aanleiding hiervan mee. “Dit is een typisch juridische manier van redeneneren: vragen naar antecedenten in plaats van in te gaan op wat er wordt gezegd. Schermen met autoriteiten en het laten vallen van woorden als “prestigieus”. En het is in feite weer het bekende “je moet je mond houden, want je antecedenten/diploma’s deugen niet”.
    Philippe Hirschhorn mocht dat soort dingen wel zeggen, want hij haalde ooit de eerste prijs. Als hij bijvoorbeeld de tweede prijs had gehaald in deze competitie die volgens hem een “loterij” was, zouden zijn opmerkingen meteen al weer in een kwaad daglicht gesteld kunnen worden. Het is de paradox van het afhankelijk zijn van de toehoorders en het tegelijk niet serieus nemen van de toehoorders, vooral als deze toehoorders een mening hebben die afwijkt van de door de jury uitgeroepen orde”.

  3. Nico says:

    Mijnheer de Maere,

    Blijkbaar vindt u de maat om commentaar te mogen geven het aantal belangwekkende prijzen dat is gewonnen. Zou dat dan geen verschraling van het dispuut betekenen?
    Uw idee is waarschijnlijk gebaseerd op rationele argumenten. Echter ik kan me niet voorstellen welke deze zijn.
    Bobby Fisher laakte die prijzen, net zoals Grigori Perelman zo’n prijs tamelijk betrekkelijk vond en de Fields Medal in 2006 weigerde. (de Fields Medal is de meest belangrijke prijs voor wiskundigen). Srinivasa Ramanujan liet weer op zijn wijze zien dat inhoud telt en niet diploma’s.
    Vandaar dat ik genoten heb van het concours. De prijzen beschouw ik als franje en niet het doel van het concours.
    Zo zie ik ook het dispuut tussen Jan en Willem.
    Toch blijft bij mij de vraag hangen, wat uw beweegreden is om zo’n persoonlijke vraag aan de schrijver te stellen? Probeert u de schrijver op zijn plaats te zetten? Ik kan u verzekeren en dat kan u uit de rest van zijn columns lezen dat zo’n poging to mislukken is gedoemd.
    Hij is eigenwijs.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s