Justitie vindt weer iets terug na 9 jaar

September 14, 2009

Het wordt eentonig, maar er moet toch over worden bericht. In de Deventer moordzaak tegen Ernest Louwes zijn nog steeds het vest en de broek die de weduwe Wittenberg aanhad tijdens de moord “zoek”. Wel is op een wonderbaarlijke manier de blouse die zij onder het vest aanhad teruggevonden, hoewel de twee rechercheurs die hierover gingen allebei gezegd hebben dat ze eigenlijk niet weten wat er allemaal met die blouse is gebeurd sinds het begin van de zaak. Eén van de twee rechercheurs die het proces-verbaal hebben opgemaakt was ziek toen dit werd geschreven en heeft meegedeeld er helemaal niets van te weten en de andere rechercheur heeft gezegd dat wat hij in het proces-verbaal heeft opgeschreven in feite een reconstructie was van de afdeling en dat hij eigenlijk ook niet weet wat er mee gebeurd is.
Louwes heeft (vrij snel na zijn vrijlating) tegen deze rechercheurs een procedure aangespannen bij het hof in Leeuwarden, waarbij deze rechercheurs evenwel niet zijn komen opdagen (zie het naschrift in: Ernest Louwes en de media). Louwes is de laatste keer dat hij veroordeeld werd (door het hof in Den Bosch) voornamelijk op het DNA dat op deze blouse werd aangetroffen “schuldig” bevonden. Zouden het vest en de broek ooit ook nog weer plotseling boven water komen?

Vandaag (14-9-09) konden we lezen dat een oude video band die cruciaal was voor een in het jaar 2000 gepleegde moord plotseling toch ineens weer gevonden is, zie Video in oude moordzaak duikt alsnog op. De advocaat van de in 2003 in hoger beroep veoordeelde Danny van den H., Knoester, zei in augustus (toen de band nog “zoek” was) weer allemaal dingen die heel bekend klinken:
“Ik heb nog nooit zo’n slechte veroordeling gezien. Er is geen technisch onderzoek gedaan naar de kogelhulzen. Hij is vooral veroordeeld op grond van getuigenverklaringen, maar die spreken elkaar tegen. De rechters hebben alleen verklaringen gebruikt die passen bij Danny.” En verder: “Technisch bewijs kwam er niet aan te pas, de rechters hebben de videoband merkwaardig genoeg niet eens opgevraagd en bekeken. Ook de agent die er een proces-verbaal van had opgemaakt, is nooit als getuige gehoord.”
Verder lezen we de voor zichzelf sprekende mededeling: “Justitie benadrukt dat de beelden altijd in eigen bezit zijn gebleven en niet onbevoegd te zien zijn geweest.”


Brise marine

September 2, 2009

In de discussie tussen Jan en Willem “Wat is een goede leraar?” komt het gedicht “Brise Marine” ter sprake, dat ik hieronder voor de volledigheid even helemaal geef. Toen ik dit gedicht voor de eerste keer las was ik vooral verbaasd over dat “et j’ai lu tous les livres”. Ik denk dat dit er voornamelijk staat vanwege het erop volgende “Je sens que des oiseaux sont ivres”. En dat vond ik wel weer een mooi beeld, “dronken vogels”, dus dan nam ik dat “et j’ai lu tous les livres” op de koop toe. Er was nu eenmaal in die tijd de dwang om te rijmen. Maar ik las ergens dat dit “et j’ai lu tous les livres” gezien zou moeten worden als een toespeling op Goethes Faust (“savant qui s’ennuie”), zie: Brise marine (Mallarmé, poésies, 1887). Misschien…

Ook zit natuurlijk de associatie moeder-boot in dit gedicht (net als bijvoorbeeld in Nijhoffs gedicht “Ik ging naar Bommel om de brug te zien”).

Hoewel ik nog wel wat meer gedachten over dit gedicht heb, wilde ik echter even ingaan op iets anders, nl. dat het aan komen zetten met een gedicht als dit het volgende gevoel bij mij opwekt: schaamte. Alleen al al die uitroeptekens. (Ik bedoel: Alleen al al die uitroeptekens!).

Even iets over uitroeptekens. Er was een tijd dat ik helemaal geen uitroeptekens meer zette. Maar omdat mijn vrouw (in die tijd) iets zei in de trant van: “Stel je toch niet zo aan met die uitroeptekens, wat is er nou eigenlijk tegen het zetten van uitroeptekens?”, ben ik toen toch maar weer uitroeptekens gaan zetten. Maar een beetje voorzichtig met uitroeptekens moet je toch wel zijn. Er was een vertaling van Homerus van Timmermans waarin zo ongeveer achter elke zin een uitroepteken stond:

Schitterend, ja, om te zien is; maar geestkracht of weerkracht, geen schaduw!
Hebt ge ‘t, zo’n held! waarachtig gewaagd met uw schepen te varen
Over het diep! Hebt ge daarvoor ook nog kameraads kunnen vinden!
Hebt ge inderdaad het gewaagd onder vreemde mensen te leven!
En ook een vrouw durven schaken, zo lieflijk van aanschijn, de zuster
Dier krijgshaftige strijders uit landen, zo verweg gelegen!

Dat is toch echt iets te veel van het goede. En misschien is er nog wel iets meer aan te merken op deze vertaling… Maar ik dwaal af. Een zekere bombast in het gedicht van Mallarmé kan niet ontkend worden. En als je je dan voorstelt dat een leraar dit dan ook nog eens op gezwollen toon gaat voorlezen in de klas, een gezwollenheid waartoe ook die uitroeptekens toch wel uitnodigen, dan kun je je best voorstellen dat de Franse collega van W. dacht: “Dit gedicht, daar wil ik niets meer mee te maken hebben. En ik heb het nog uit mijn hoofd moeten leren ook!”.

Brise marine

La chair est triste, hélas! et j’ai lu tous les livres.
Fuir! là-bas fuir! Je sens que des oiseaux sont ivres
D’être parmi l’écume inconnue et les cieux!
Rien, ni les vieux jardins reflétés par les yeux
Ne retiendra ce cœur qui dans la mer se trempe
Ô nuits! ni la clarté déserte de ma lampe
Sur le vide papier que la blancheur défend
Et ni la jeune femme allaitant son enfant.
Je partirai! Steamer balançant ta mâture,
Lève l’ancre pour une exotique nature!
 
Un Ennui, désolé par les cruels espoirs,
Croit encore à l’adieu suprême des mouchoirs!
Et, peut-être, les mâts, invitant les orages,
Sont-ils de ceux qu’un vent penche sur les naufrages
Perdus, sans mâts, sans mâts, ni fertiles îlots…
Mais, ô mon cœur, entends le chant des matelots!