The day after: vrijspraak voor Lucia de Berk

April 15, 2010

Gisteren is Lucia de B., die nu voortaan “Lucia de Berk” genoemd mag worden, zoals allerlei mensen, bijvoorbeeld Richard Gill en ik, al lang deden, definitief vrijgesproken en ook is duidelijk uitgesproken dat het idee dat er sprake was van “moorden” naar het rijk der fabeltjes moet worden verwezen. Inmiddels heeft een aantal juristen zich voor deze vrijspraak echter ten onrechte op de borst geslagen. Gisteren las ik op Teletekst: “De vrijspraak na een gesloten strafzaak bewijst volgens een raadsheer dat het rechtssysteem werkt”. Hoe durft justitie hier nog mee aan te komen! Als niet van buiten het juridische systeem actie was gevoerd zat Lucia nog steeds in de gevangenis!

Er worden nu wel veel krokodillentranen gestort, maar Buruma zei gisteren bijv. in het interview: Lucia de B. definitief vrijgesproken: “In de zaak Lucia de B. zijn 70 deskundigen geraadpleegd”. En verder dat hij niet de noodzaak ziet van procedurele veranderingen in de rechtspraak. Dus met een pleidooi voor een onafhankelijke revisieraad zijn we bij Buruma aan het verkeerde adres (die zich overigens in het interview weer op de borst sloeg voor “zijn” CEAS).

Zijn opmerking “In de zaak Lucia de B. zijn 70 deskundigen geraadpleegd” roept de volgende vragen op:
1. Wat is de definitie van “deskundige” en hoe heeft de rechtbank/het hof deze “deskundigen” gekozen? We weten hoe de “deskundigen” voor de statistiek (de rechtspsycholoog Elffers en de jurist prof. de Mulder met zijn graad in “Business administration”) zijn gekozen.
2. Hoe komt hij aan dit ronde getal van 70?

Bij dit laatste moest ik weer even denken aan zijn opmerking dat 80 hoogleraren statistiek de petitie hadden getekend, en, nadat hij gewezen was op de onjuistheid van deze opmerking: “Dat ik de krant volgde waarin stond dat er 80 statistici waren terwijl het kennelijk ook om vogels van andere wetenschappelijke pluimage ging, is typisch een detail waarvan de relevantie mij ontgaat.”, zie mijn stukje uit 2007: Wie hebben de petitie voor heropening van de Lucia de Berk zaak getekend?

Buruma zei hier ook nog in zijn brief aan een aantal mensen (waar ik toe behoorde): “Want er kunnen 1000 statistici op hun hoofd gaan staan: strikt juridisch heeft de statistiek vrijwel alleen (wellicht) een rol gespeeld in de overtuiging van het hof, niet in de selectie van de bewijsmiddelen.” Een regelrechte onwaarheid, want statistiek over “coïncidenties” was het enige dat het hof had (en in feite ook het hele arrest door gebruikt heeft).
Helaas stelde de interviewer niet de bovenstaande vragen, maar zei hij bijv.: “Misschien heeft het hof wel te veel deskundigen geraadpleegd”.

De voorzitter van de raad voor de rechtspraak, Erik van den Emster, zegt in zijn reactie Voorzitter Raad voor de rechtspraak reageert op vrijspraak Lucia de Berk ook weer allemaal dingen die mij in het verkeerde keelgat schoten, zoals: “Laten we wel wezen: dit zijn gelukkig, hoe ernstig ook, uitzonderlijke zaken.” Dit horen we steeds, maar zo iemand als Knoops denkt daar heel anders over (en ik eigenlijk ook): wat we zien is het topje van de ijsberg.

Gelukkig zijn een heleboel mensen over deze reactie van de voorzitter van de raad voor de rechtspraak gevallen, zoals te zien is in de commentaren op deze site, bijvoorbeeld van Willem Wagenaar:
“Het is toch raar dat de Raad voor de Rechtspraak volhoudt dat het systeem werkt. De werkelijkheid is dat de rechterlijke macht alles heeft gedaan om revisie tegen te houden. De zaak is op gang gekomen door de vasthoudendheid van individuele burgers. Daarbij kwam de toevallige omstandigheid dat de CEAS juist in deze periode openstond voor aanmelding van twijfelachtige veroordelingen. Over Lucia was er toen al heel veel twijfel gewekt. De eerste groepen die aangewezen zijn om zaken bij de CEAS te melden zijn politie en OM. Maar hier heeft niemand die taak op zich genomen. Prof. Derksen deed dat wel; zonder hem zou het systeem nooit gewerkt hebben. De CEAS is een tijdelijke commissie die niet bij het systeem hoort. Met de Hoge Raad als uiteindelijke beslisser kan het systeem niet werken, omdat ieder strikt juridisch college de neiging zal vertonen om de fouten van voorgaande colleges te herhalen of zelfs te versterken. De conclusie van de Raad voor de Rechtspraak had moeten zijn dat het systeem niet werkt en dat er een structurele wijziging van het systeem nodig is. Bijvoorbeeld door de instelling van een revisieraad die niet alleen uit juristen bestaat.”
Hij heeft volkomen gelijk!

En een zekere Niek Heering zegt (o.a.): “Het gaat dan ook niet om de foute interpretatie van deskundigenbewijs, zoals de Raad voor de Rechtspraak ons nu wil wijs maken, maar om het feit dat de rechtspraak niet weet wie deskundig is.” Inderdaad!

De zaak Louwes is nu weer wat op de achtergrond. Ik heb me inmiddels vrij grondig in deze zaak verdiept en dat heeft mijn mening dat politie en justitie de ene fout na de andere hebben gemaakt alleen maar versterkt. Onlangs is bijvoorbeeld weer aan het licht gekomen dat tijden op de weerkaarten verkeerd zijn geïnterpreteerd (van de internationale tijd moest twee uur worden afgetrokken), waardoor duidelijk werd dat het gesprek van Louwes van de A28 dat opgevangen was door een mast in Deventer in feite twee uur eerder heeft plaatsgehad dan men aannam. Toen was het windstil en er was geen regen, i.t.t. twee uur later! In die weersomstandigheden was het heel goed mogelijk dat de mast het gesprek van Louwes opving en in ieder geval is het argument van weersomstandigheden die dit onmogelijk zouden maken nu weggevallen. Er is zelfs een filmpje op youtube gezet over deze kwestie: Into each life some rain must fall. Maurice de Hond zei hierover: misschien moeten we niet een “deskundigenregister” opzetten (één van de vele slechte ideeën van justitie om de zaak voor de toekomst dicht te timmeren en op die manier nog meer dan vroeger alleen bevriende “deskundigen” te raadplegen), maar in plaats daarvan een “burgerregister”.

Maar voor Louwes zie ik het somber in. Want ik geloof dat justitie er meer op gericht is het naar buiten komen van dit soort dingen te verhinderen dan dat ze er op gericht zijn meer openheid te creëren.
Het vest en de broek van de weduwe in de Deventer moordzaak zijn nog steeds “zoek”, en niemand weet (of zegt te weten) wat er in al die jaren dat de blouse (die de weduwe onder het vest aanhad) niet als bewijsstuk werd gehanteerd met die blouse is gebeurd. Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat justitie hier mee weg kan komen! Louwes heeft de twee rechercheurs die hier verantwoordelijk voor waren in een artikel 12 procedure voor het hof in Leeuwarden gedaagd. Ze zijn in eerste instantie niet op komen dagen, maar één heeft laten weten die blouse maar even gezien te hebben (hij was ziek in de tijd dat hij dit behandeld zou hebben) en de ander heeft gezegd dat hij ook niet uit eigen ervaring wist wat er met die blouse is gebeurd, maar dat hij had opgeschreven wat hij dacht dat er gebeurd was. De conclusie van het hof was echter dat er geen sprake was van een valselijk opgemaakt proces verbaal, maar dat het alleen ongelooflijk amateuristisch was.

Maurice de Hond probeert (ondanks het feit dat hij is gesommeerd zijn mond te houden) een herzieningsverzoek voor te bereiden. De advocaat Knoops probeert nu al een jaar de protocollen (die je in Amerika automatisch krijgt van de FBI laboratoria bij contra-expertise) voor het DNA onderzoek van het NFI los te krijgen. Daaruit zou waarschijnlijk blijken dat het NFI zich niet aan de voorschriften van de leverancier van de apparatuur voor het DNA onderzoek heeft gehouden (er is door Knoops vorig jaar december zelfs een dagvaarding naar de landsadvocaat gestuurd). Het NFI weigert echter tot nu toe die protocollen af te geven. Waarschijnlijk is er weer nog een rechtszaak nodig om dit af te dwingen. Er loopt ook nog een (artikel 12) procedure wegens beschuldiging van meineed van Michael de J. (de “klusjesman”) en zijn vriendin Meike, waarnaar het OM ook weigert onderzoek te doen. Van de handschriftproeven van de vriendin van Michael de J. hebben politie en OM overigens ook weer gedeelten “zoekgemaakt”, en Michael de J. en zijn vriendin worden door de politie+OM erg “uit de wind” gehouden. Ook is er natuurlijk het boek van Bas Haan dat inmiddels op een aantal essentiële punten door verschillende mensen is bestreden. Maar Louwes heeft erg de wind tegen en er zou een omslag nodig zijn om dit te keren, net als de omslag die er bij de zaak Lucia de Berk is geweest. We hoeven daarbij niet te hopen dat het OM of de rechterlijke macht die omslag zal bewerkstelligen.


Een bezoek aan de refuseniks en een conferentie in Tashkent, deel 4

April 3, 2010

Aangekomen in Tashkent werden wij per bus naar het centrum met de hotels vervoerd. Ik had mij niet vooraf geregistreerd en daardoor was er in het hotel Uzbekistan geen kamer voor me. Het was in dat hotel trouwens nog heel duidelijk het “pre-computer” tijdperk, want aan de balie waren allemaal meisjes met kleine opschrijfboekjes in de weer, waarin ze namen en kamernummers opschreven. Nadat duidelijk was geworden dat ik uitgenodigd spreker was, kreeg ik echter onmiddellijk een kamer alleen, terwijl de niet-uitgenodigde sprekers met z’n tweeën op een kamer werden gestouwd. Iemand (ik geloof Bernard Silverman) heeft naar aanleiding van deze zeer ongelijke behandeling van uitgenodigde en niet-uitgenodigde sprekers nog opgemerkt: “Nergens is een strenger klassenonderscheid dan in de sovjet unie”.

Het was echter maar goed dat ik me niet geregistreerd had, want anders had ik één of twee chaperonnes gehad en was ik voortdurend in de gaten gehouden. Ook zou ik dan gelogeerd hebben in een gebouw met een hek er omheen, waar je niet zo maar in en uit kon. Hoge Bernoulli society officials, zoals B., logeerden daar ook. Mensen die hier verbleven werden rondgereden in een limousine en op een gegeven tijdstip van de avond met zachte drang van de chaperonnes weer richting “huis” gestuurd (als ze bijvoorbeeld nog wat zaten te drinken in mijn hotel Uzbekistan; ik geloof dat ze om 11 uur binnen moesten zijn).

Als ik me goed herinner, hing er op het hotel Uzbekistan een doek met (Ω,F,P) en op allerlei plekken in de stad was dit (Ω,F,P) ook te zien ter ere van dit eerste wereld Bernoulli congres. Het lijkt me ondenkbaar dat in Amsterdam ter ere van een congres van de Bernoulli society (Ω,F,P) te zien zou zijn op de bus of op openbare gebouwen, maar in Tashkent kon dat dus wel (in 1986). Het suggereert dat de wetenschap daar mogelijk toch in hoger aanzien staat (stond). Het symbool Ω staat voor “kansruimte”, de F voor iets dat de verzameling gebeurtenissen aanduidt waar het kansmodel over gaat en de P voor de kansmaat.

Bij de opening van de conferentie werden wij onder andere toegesproken door een (stevige) dame “van de partij”, die een betoog hield dat simultaan werd vertaald en als teneur had dat alle belangrijke ontwikkelingen in de wetenschap in het Russische rijk, en met name in Tashkent, geïnitieerd waren en dat daarna het Westen hier achteraan was gelopen. In het bijzonder werd in dit verband ook de sterrenkunde belicht. Meteen de eerste dag waren trouwens al allemaal mensen ziek geworden en overal zag je bezoekers met van pijn vertrokken gezicht rondlopen (en luisteren naar deze voordracht, die van zichzelf al enigszins pijnlijk was), met de hand op de maagstreek. Merkwaardig genoeg had ik geen last, misschien omdat ik niet zo veel at en ook niet het kraanwater dronk dat vaak de bekende bruine kleur vertoonde. In de interessante serie van Jelle Brandt Corstius wordt ook aandacht aan dit laatste besteed.

Sommige mensen werden in de loop van de week zo ziek dat ze in een ziekenhuis moesten worden opgenomen. Terry Lyons, over wie ik het al had in deel 1, was zo iemand en heeft mij later verteld dat hij dacht dat het bezoek aan Tashkent een klap aan zijn gezondheid heeft toegebracht waarvan hij nooit meer is hersteld. En het verblijven in een ziekenhuis in Tashkent was ook geen pretje. Hij zei hierover: “They were as anxious to see me leave as I was”.

Omdat ik echter geen last had van darmkrampen of andere narigheden, heb ik me eigenlijk wel vermaakt op die conferentie en in de volle café’s in Tashkent met “live music” en kleine dansvloertjes waar door Tashkentenaren op werd gedanst. Voor de uitgenodigde sprekers was een vliegtuig naar Samarkand georganiseerd, de niet-uitgenodigde sprekers moesten zelf maar uitzoeken hoe ze daar zouden komen en daardoor hebben de meeste van dezen Samarkand gemist, geloof ik. Maar dat zien van Samarkand was eigenlijk één van de aantrekkelijke kanten van deze conferentie in Tashkent voor mij, dus ik ben wel gegaan. Aangekomen in Samarkand werden wij eerst gedwongen te luisteren naar een uiteenzetting van een uur over bontmantels in een schapeninstituut, een absurde Murakami-achtige gebeurtenis. Ik zat daarbij (tegen mijn gewoonte in) tamelijk vooraan, zodat ongemerkt wegglippen niet goed mogelijk was, maar telkens als ik omkeek zag ik stilletjes iemand op de achterste rijen wegglippen. Daarna heb ik echter toch heel wat “islamitische kunst” gezien, die de bewering van Wilders dat de Islam tot barbarij leidt toch enigszins logenstraft.

Ook heb ik nog een tripje gemaakt waarbij ik een berg heb beklommen, wat een tamelijk gevaarlijke onderneming was vanwege de losse rotsblokken, die op een gegeven moment naar beneden begonnen te rollen. Gelukkig was ik deze keer, net als op het schapeninstituut, in de voorhoede. Sterker nog, ik was de voorste klimmer, waardoor ik als enige de top van de berg heb bereikt, terwijl de anderen schuil zochten tegen de rollende rotsblokken (o.a. door mijn klimmen veroorzaakt). Wel is het een wonder dat er bij die “vrije klimpartij” geen ernstige ongelukken zijn gebeurd (we waren in een bus naar het gebergte vervoerd en daarna zonder enige begeleiding op die bergen losgelaten).

Tijdens dit bezoek van Tashkent overkwam mij nog iets merkwaardigs. Ik liep op straat met een aantal Nederlandse bezoekers van de conferentie. Ineens kwam een tamelijk mooie jonge vrouw op mij af met een brief in de hand. Ze zei tegen mij in het Engels: “Zou je deze brief voor mij mee willen nemen naar het Westen en hem daar op de bus willen doen? Je mag die brief lezen, ik heb de enveloppe niet dichtgeplakt. Het is een brief aan een vriend. Als ik hem hier op de post doe, komt hij niet aan.” Ik weet eigenlijk niet meer precies wat mijn collega’s hiervan vonden, maar ik zag eigenlijk geen reden om niet aan haar verzoek te voldoen. Dus ik beloofde haar dat te zullen doen, waarna ze heel dankbaar leek. Ik vroeg me nog wel even af “Why me?”: wat brengt iemand ertoe midden in een groep mensen één persoon uit te kiezen om dit verzoek aan te doen? Hoe kies je? Ik zou zelf geloof ik een seksegenoot kiezen. Wel meen ik me te herinneren dat geopperd werd (door mijn collega’s) dat ik hier last mee zou kunnen krijgen en dat het misschien wel een brief “in code” was, die de sovjet unie uitgesmokkeld moest worden. Maar ach, ik zou door B. toch al de Bernoulli society worden uitgedonderd (dacht ik toen), dus dan kon dit er ook nog wel bij…

Terug in Nederland heb ik toch maar even deze brief gelezen en het bleek een vurige liefdesbrief aan een Franse jongen te zijn, met wie de schrijfster kennelijk het jaar daarvoor een vakantie had doorgebracht (tenzij het “code” was, wat mij echter tamelijk onwaarschijnlijk leek). Het leek me een hopeloze liefde, maar ik heb de brief inderdaad in Nederland op de bus gedaan…