Een bezoek aan de refuseniks en een conferentie in Tashkent, deel 5

December 9, 2010

Al ongeveer een half jaar denk ik dat ik mijn stukjes over de refuseniks af moet maken, maar er is gewoon geen tijd; “mijn vak roept”, om het zo maar eens te zeggen. Maar vandaag, toen Vrij Nederland in de bus viel, met voorop Lucia de Berk, en daaronder: “Na de vrijspraak. Lucia de B. en Kees B. kregen hun naam terug. Nu hun leven nog.”, probeer ik me aan te gorden om het af te maken.

De mensen die direct of indirect verantwoordelijk zijn geweest voor de veroordeling van Lucia de Berk (waarvan een aantal banden hebben of hadden met de Erasmus Universiteit, Rotterdam) proberen nog steeds op slinkse wijze hun gelijk te halen. Dat verschijnsel van te maken krijgen met mensen die ondanks het feit dat duidelijk de onschuld aan het licht gekomen is nog steeds proberen de veroordeelde verdacht te maken is iets waar Kees Borsboom (die volgens het Vrij Nederland artikel elke dag aan zelfmoord denkt) ook last van heeft.

Lucia de Berk is officieel vrijgesproken, maar dat voorrecht is Kees Borsboom niet ten deel gevallen. Vrijspraak voor Kees Borsboom is op uiterst laffe wijze vermeden door het Openbaar Ministerie “niet ontvankelijk” te verklaren, zie voor informatie hierover bijvoorbeeld het boek “De slapende rechter” van Wagenaar et al. De Rotterdamse officier van justitie die waarschijnlijk bewijsmateriaal heeft achtergehouden om Borsboom achter de tralies te krijgen is inmiddels benoemd tot rechter in Dordrecht. Ik kan me begrijpen dat dit voor Borsboom een onverdraaglijke gedachte is. Voor meer details over deze zaak, zie: De grote misleiding en de Wikipedia artikelen Commissie Posthumus en Schiedammer Parkmoord. Ik citeer: “Harm Brouwer, hoofd van het college van Procureurs-generaal, erkende dat het OM “onmiskenbaar fouten” had gemaakt en dat er “heel veel” was misgegaan, met ernstige gevolgen. Volgens hem was uit het onderzoek echter niet gebleken dat het OM “te kwader trouw of bewust verkeerd” zou hebben gehandeld.”. Groen-Links en de SP hebben in de tweede kamer naar aanleiding van deze zaak een motie van wantrouwen tegen minister Donner ingediend (die in deze kwestie voortdurend het OM de hand boven het hoofd heeft gehouden), maar deze motie kreeg geen meerderheid (want dat durfden de gezagsgetrouwe grote partijen natuurlijk niet aan; merkwaardig genoeg -of misschien niet zo merkwaardig- werd de motie wel gesteund door de “groep Wilders”). Zo lang er in Nederland geen revisieraad naar Engels model is, zal justitie de gemaakte fouten kunnen blijven toedekken.

Ik zou hier graag nog het een en ander over willen zeggen, maar laat ik vandaag maar beginnen met te vertellen hoe dat afliep met Piet Groeneboom en de Bernoulli society na zijn bezoek aan de refuseniks. Jaren later was er een week in Oberwolfach voor kansrekenaars en statistici. Oberwolfach is een klein plaatsje in het Schwarzwald waar een wiskunde instituut op een heuvel ligt. Hier kun je als wiskundige worden uitgenodigd voor een week die gewijd wordt aan een deel van de wiskunde waarin je geacht wordt expert te zijn. Ook kun je worden uitgenodigd als je op een of andere manier een machtige positie in de wereld van de wiskunde hebt en niet per se een expert bent op het gebied waar zo’n week aan is gewijd. Wiskundigen vinden het daar in het algemeen heel leuk; er is bijvoorbeeld een muziekkamer waar ik vaak strijkkwartet heb gespeeld of bijv. (voor het eerst van mijn leven) de Goldberg variaties van Bach in een zetting voor viool, altviool en cello. Ook staat er een vleugel, dus er kunnen ook piano trio’s worden gespeeld, enz. Ik ben er nu al weer een tijdje niet meer geweest, maar er kon ook worden gepingpongd en gebiljart en woensdagmiddag werd er altijd gewandeld in de bergen. En ‘s avonds en ‘s nachts werd er meestal vrij veel gedronken, hoewel dat enigszins van het aanwezige gezelschap afhing; ik ben er ook wel eens geweest in een week waarin iedereen vroeg naar bed ging.

In ieder geval: op zo’n avond, of liever gezegd nacht in Oberwolfach, zaten B. en ik, samen met wat Amerikanen en een (van origine) Australiër (die mij de volgende ochtend vertelde “very embarrassed” te zijn door wat zich had afgespeeld) wat te drinken in het hoofdgebouw, toen B. mij ineens vroeg: “Piet, do you still remember our flight from Moscow to Tashkent?” Waarop ik antwoordde: “Of course I remember, B.! That was the flight where you threatened to throw me out of the Bernoulli society if I would persist in my plan to visit the refuseniks!”. B. werd toen bijzonder rood in het gezicht en schreeuwde: “That’s a lie! Take that back! I don’t take that from you, Piet!”. Ik wil even stil staan bij: “I don’t take that from you, Piet!” Wat betekent dat precies? Dat vroeg ik mij toen ook al af. Betekent het dat hij het wel “genomen” zou hebben van een belangrijker iemand, maar niet van zo’n onbelangrijk persoon als ik? Maar goed, ik antwoordde: “Well, I’ll try to reproduce your exact words. I think you said that it would have very serious consequences for my position in the Bernoulli Society”. B. gaf toen toe dat hij dit wel eens gezegd zou kunnen hebben. Want wat was het geval? “I was up for a nomination in the council of the Bernoulli Society” en het was misschien verstandiger om dit niet te laten doorgaan met zo iemand die niet de officiële lijn van de partij, pardon de Bernoulli Society, volgde, en het voornemen om de refuseniks in Moskou op te zoeken ondanks alle waarschuwingen toch doorzette! Grappig genoeg wist ik niets van die eventuele benoeming in de council van de Bernoulli Society en als ik het wel had geweten zou het geen enkel verschil hebben gemaakt. Sommige mensen (waaronder B.) vinden het heerlijk om vereerd te worden met dat soort officiële functies, maar ik behoor niet tot die categorie! Een bevriende collega zei later tegen mij: “Ben je daar even mooi aan ontsnapt!” Inderdaad heeft B. kennelijk mijn benoeming in die council verijdeld, want ik heb er nooit meer iets van gehoord en wist er ook niets van tot dat gesprek in Oberwolfach.

Nu deze kwestie is afgehandeld (eigenlijk is het een stukje geschiedschrijving), kan ik nog iets zeggen over het bezoek aan de refuseniks zelf. Ik had strikte instructies uit Nederland en een telefoonnummer gekregen van Alexander Joffe (een foto die ik van hem zag in een TV uitzending op een zondagmiddag over de refuseniks heeft deze serie blogs “getriggerd”). Die mocht ik niet uit mijn Akademia hotel in Moskou bellen, maar ik moest naar beneden gaan en in een telefooncel op straat bellen. Je gangen en telefoongesprekken in het Akademia hotel werden inderdaad gecontroleerd; er zat bijvoorbeeld een meisje op de overloop van de verdieping waar mijn kamer was, die iets in een boekje schreef als ik wegging of terugkwam. Ik heb dus gebeld uit een telefooncel en met Alexander Joffe afgesproken hem te ontmoeten aan het eind van een metrolijn in een station met spiegels. Kennelijk een bekend ontmoetingspunt, ook voor paartjes…

Een aantal mensen wilde graag met mij meegaan, een bekende Amerikaanse statisticus P.B. (vriend van de Nederlandse B.), mijn promotor K.O., en twee Nederlandse kansrekenaars, die ik zal aanduiden met L. en F.; L. had ook een “briefing” gehad van de Nederlandse organisatie die mij had benaderd over het bezoek en had net als ik het verbod om te gaan genegeerd. P.B. duidde de brief die ons uit Moskou via B. was toegestuurd aan als de “hysterical letter of G.” en vatte dus die verboden om te gaan ook niet al te serieus op. Maar om een of andere reden heb ik toch de volle blaam voor dit bezoek gekregen.

Tot mijn verbazing ging alles volgens plan. We ontmoetten Alexander Joffe in het metrostation en werden door hem naar een bushalte gebracht. Het was behoorlijk koud en er stonden heel veel mensen te wachten bij die bushalte. De bus was dan ook zo vol dat het onmogelijk was de stempelautomaat te bereiken. We stonden daar als haringen in een ton totdat we dichtbij de flat van Alexander Joffe waren. Bij hem thuis troffen we ook een oudere collega van hem aan (die al 20 jaar probeerde het land uit te komen). Zijn vrouw serveerde lekkere dingen bij de thee. Alexander vertelde dat zijn moeder, zodra hij de wens te kennen had gegeven dat hij naar Israël wilde emigreren, ontslagen was wegens “het niet goed opvoeden van haar kinderen”. Hij zelf kon ook wel vergeten ooit nog als wetenschapper in Moskou aan de slag te kunnen komen, want zodra je de wens te kennen had gegeven het land te verlaten, kreeg je een aantekening op je “conduite” staat dat je “morally unstable” was. En daar nog bijgevoegd dat je jood was maakte dat je alleen nog conciërge kon worden of iets van dien aard. Verder kon je proberen aan geld te komen door bijlessen te geven. Iedereen die ik toen gesproken heb is inmiddels het land uit, dus ik kan er nu vrij over spreken. Freidlin, die hier niet bij was, maar wel bevriend met Alexander Joffe, was ook naar Tashkent geweest en had daar aan het begin van zijn praatje een uiteenzetting over de situatie van de refuseniks gegeven, die simultaan in het Engels, enz. vertaald was; een succesje van de refuseniks, waar Alexander Joffe opgetogen over vertelde.

Ik had op aanraden van de Nederlandse organisatie wat (wiskundige) rapporten meegenomen (de refuseniks hadden geen toegang tot de wiskunde bibliotheken), F. had chocola meegenomen (hij vertelde mij nog onlangs dat hij daar eigenlijk zo’n slecht gevoel over had, maar hij had niets anders kunnen bedenken). Toch goed van F. om ueberhaupt iets mee te nemen (vind ik). Het was voor mij een onvergetelijke avond en ik geloof voor de anderen ook, hoewel ik behalve met F. en L. er daarna nooit meer met de anderen over gesproken heb.

F. herinnert zich dat we in een taxi zijn teruggegaan en daarbij eindeloos door grauwe buitenwijken zijn gereden. Ik herinner me daar eerlijk gezegd niets meer van. Wel herinner ik me de opluchting bij het weer terugzijn in “het Westen”, een opluchting die ik altijd voel als ik het oostblok heb verlaten (moet ik bekennen).

A screen-shot of Biff (B., aka Bill) and his pals. Biff encourages his mates to go after the probabilist-statistician P.G. (not in the picture), who ignored his veto. The guy (boy) with the white-rimmed sunglasses has been identified to be the well-known statistician of British descent R.D.G. (he seems unsure of whether going after P.G. is a wise thing to do; perhaps he is also thinking: “Biff is a very powerful guy, I have to think of my future”, see visit to the refuseniks, part 3).

Epilogue. (I switch to English which I should perhaps have done at the start of this blog.) I lost track of the refuseniks I met that evening in Moscow. On internet I found the following links:

Soviet ‘Refuseniks’: All They Want Is Out
A Refusenik Tries Hunger to Free His Son’s Family.

They are from long ago and roughly date back to the time of my visit. It is interesting to read again about the pretext the refusenik was given for the disallowance to emigrate: this was for “national security” reasons. This pretext was for example also used for the refusal to let Freidlin leave the country (“his wife had had access to “classified material””).

Advertisements