Een Murakami haatmiddag

January 23, 2011

Mijn zoon, die gisteren (22 januari, 2011) moest optreden en daardoor verhinderd was om naar de door de NRC georganiseerde discussiemiddag over Murakami te komen, had mij de elektronische tickets opgestuurd in een zip file, getiteld “Murakami haatmiddag.zip”. Zo had ik het zelf nog niet gezien, maar hij bleek hierbij een vooruitziende blik te hebben gehad. Wel had ik niet erg hoge verwachtingen, zoals ik al zei in mijn vorige blogje Over Murakami, dat eindigde met:

“Dat die Japanse studenten echt van Murakami zijn gaan houden heeft te maken met het bijzondere gevoel dat door zijn boeken bij de lezer (die daar gevoelig voor is) wordt opgeroepen en misschien ook met de afwezigheid van pogingen om de lezer te intimideren of ergens van te overtuigen. Gezien het panel van de NRC dat hier over gaat praten op zaterdag, zijn mijn verwachtingen voor die discussie op zaterdag niet erg hoog gespannen, maar ik ben van plan er na afloop over te berichten. Ik heb me vast voorgenomen me niet al te boos te maken.”

Aan het laatstgenoemde voornemen heb ik me niet helemaal kunnen houden. Ondanks alles had ik me toch wel enigszins op deze middag verheugd, want ik had verwacht dat er echt over de thema’s en de korte verhalen in de bundel “Blinde wilg, slapende vrouw” gepraat zou worden. Maar ik had natuurlijk kunnen weten dat het zo niet gaat in Nederland, waar discussies over boeken al gauw in de moralistische en levensbeschouwelijke sfeer worden getrokken. Met gebruikmaking van een door Menno ter Braak geïntroduceerde term: deze middag zou eigenlijk het beste “Murakami in domineesland” genoemd kunnen worden.

De middag begon, na een wat mij betreft nodeloos lange inleiding van Pieter Steinz, met een betoog van Sanneke van Hassel, die sprak als een bekeerling bij wie de schellen van de ogen waren gevallen. Langzaam maar zeker was de twijfel gaan knagen en was ze gaan inzien dat het toch eigenlijk allemaal maar niks was. Murakami legde te veel uit, als het al lang duidelijk was wat hij bedoelde kwamen er nog wat overbodige zinnen om het nog eens uit te leggen. Het lijkt me dat Sanneke van Hassel het werk van Marcel Proust dan ook maar meteen bij het vuilnis moet zetten, want die schrijver legt vele malen meer uit dan Murakami zonder dat het de bewonderaars van zijn werk erg schijnt te hinderen. Bovendien was het aan Sanneke van Hassel opgevallen dat Murakami’s werk doortrokken was van het zoeken naar zingeving en kosmische verbanden, wat meteen tot de eerste vraag aan het publiek leidde: “Was het publiek ook dit zoeken naar zingeving en kosmische verbanden opgevallen?”

Het publiek werd door Pieter Steinz erg aangemoedigd om hier iets over te zeggen, waarna een mijnheer op de eerste rij zei dat deze visie op het werk van Murakami zijns inziens onzin was en dat Murakami zelf al in een interview had opgemerkt dat hij totaal niet geloofde in paragnostische verschijnselen en “kosmische zingeving”, maar dat al die wonderbaarlijke dingen nu eenmaal uit zijn pen vloeiden; hij wist eigenlijk zelf ook niet waarom het zo ging. Verder zei deze toehoorder ook nog dat hij dacht dat “het religieuze” evenmin in Murakami’s werk gezocht moest worden.

Deze opmerkingen leken echter volkomen in een leegte te vallen, want daarna zei een dame in het gehoor dat ze wel degelijk “het kosmische” in het werk van Murakami onderkende. Elsbeth Etty zag toen haar kans schoon om daar nog een schepje bovenop te doen door in één moeite door Murakami van “ietsisme” te beschuldigen, wat de start was van een lange serie onzinnige opmerkingen over het werk van Murakami die zij deze middag zou gaan maken (later op de middag zou zij er -natuurlijk- de beschuldiging van “seksisme” aan toevoegen; Elsbeth Etty volgend moeten we Murakami misschien een “seksistisch ietsist” noemen). Over dat veronderstelde “ietsisme” werd nog wat doorgeneuzeld totdat Frits Abrahams het woord kreeg. Aangezien hij was aangekondigd als Murakami scepticus had ik verwacht dat hij allemaal negatieve dingen zou gaan zeggen, maar dat viel eigenlijk erg mee. Hij had een vrij genuanceerd oordeel over het boek, waarvan hij sommige verhalen erg goed vond. Hij noemde deze verhalen ook met name, hiermee Elsbeth Etty een houvast gevend om daar later op de middag nog wat over uit te varen.

Daarna was het al gauw pauze, waarna Elsbeth Etty aan de beurt was om haar verhaal te doen. Tijdens haar betoog dat ongeveer 20 minuten in beslag nam, kwamen we vooral veel te weten over Elsbeth Etty. Wat grappig was in verband met het feit dat zij Murakami onder andere van ijdeltuiterij beschuldigde. Ze had dit betoog de afgelopen nacht geschreven. Wat moesten we daar eigenlijk mee? Hieruit afleiden dat ze zich niet goed had voorbereid? Of klappen omdat ze de afgelopen nacht zo’n prachtig verhaal had geschreven? We kwamen ook te weten dat ze het boek van Murakami dat ze moest lezen “gelukkig” was kwijtgeraakt bij een vliegreis, want ze wilde het ook eigenlijk niet lezen, maar ze had toen Murakami maar in het Duits gelezen. Over de vertalingen van Ursula Gräfe is trouwens al eerder in deze blogs gediscussieerd, zie After Dark, en ik had hier eigenlijk ook nog iets over willen opmerken, maar ik kreeg geen kans.

Verder had Elsbeth Etty het over haar verblijf in het ziekenhuis, waar ze onder andere de volgende passage uit het titelverhaal van de bundel had gelezen, waarbij de ik van het verhaal in de kantine van een ziekenhuis zit:

“Aan het tafeltje naast ons zat een keurig echtpaar van middelbare leeftijd een broodje te eten en te praten over hun kennis die met longkanker in het ziekenhuis lag. Dat hij vijf jaar geleden was gestopt met roken, maar dat het toch te laat was geweest, dat hij ‘s ochtends bij het opstaan bloed ophoestte – zo’n soort gesprek. De vrouw stelde vragen, de man gaf antwoord. De man legde uit dat kanker in zekere zin ook een uitkristallisering was van iemands levenshouding”.

Elsbeth Etty had zich bijzonder gestoord aan deze passage. Ze had zelf veertig jaar gerookt en was ook bang longkanker te krijgen. Ik begreep uit haar betoog zoiets als: “Nou, dan lig je in het ziekenhuis, bang voor longkanker, en dan lees je zo’n ongevoelige passage. Daar zit (lig) je dan toch ook niet op te wachten!”. Terwijl Murakami hier volgens mij alleen maar (vrij goed) het soort gesprek dat je in zo’n kantine van een ziekenhuis kan beluisteren weergeeft zonder daar een oordeel aan te verbinden. Het lijkt net alsof onze bijzonder hoogleraar Literaire Kritiek hier wat een personage in een boek zegt gelijkstelt met de mening van de schrijver! Terwijl toch het begin van alle literatuurwijsheid is deze elementaire fout niet te maken!

Zelf moest ik bij deze passage sterk denken aan de laatste alinea van “De ondergang van de familie Boslowits” van onze eigen volksschrijver Gerard Reve. (Het feit dat Murakami eigenlijk ook een “volksschrijver” is werd gelukkig benadrukt door een Japanse dame, met wie ik na afloop nog even heb gesproken. Ten overvloede: “volksschrijver” is hier niet pejoratief bedoeld, i.t.t. de opmerking van Elsbeth Etty dat Murakami met McDonalds kon worden vergeleken; inderdaad begint overigens “After Dark” in Denny’s, één van de redenen waarom Murakami wel “postmodern” wordt genoemd, de hoofdpersonen verkeren meestal niet in de “high society” en als er over muziek wordt gepraat is het niet altijd – maar vaak ook wel- over klassieke muziek.)

(Laatste alinea van “De ondergang van de familie Boslowits”:)
“Tot die tijd besprak men alle dingen: de afstanden der planeten, de vermoedelijke duur van de oorlog en het al dan niet bestaan van een god. Ook namen beide mannen kennis van de mededeling van de verpleegster, die wist te vertellen, dat het geld van oom Hans zeker nog tot een jaar onderhoud had kunnen strekken. `Dat is de reden niet geweest’, zei ze”.
(Dit nadat oom Hans gestorven is, waarschijnlijk na het innemen van een overdosis achtergehouden slaappillen.)

Opmerkelijk genoeg kreeg na de uiteenzetting van Elsbeth Etty over haar verblijf in het ziekenhuis een arts in het gehoor de microfoon, die onder bijval van het publiek Elsbeth Etty een nog veel hardere variant van de passage die zij net had voorgelezen voorschotelde. Hij zei: “Als mevrouw Etty al veertig jaar gerookt heeft, kan ze rustig doorgaan met roken, het maakt nu toch niet meer uit.” Waarna deze arts nog even zijn onvrede uitte over het lage peil van de commentaren van het panel, waarin hij zich in het geheel niet kon vinden. Wat dit betreft moet ik echter een uitzondering maken voor Frits Abrahams, die zelfs nog even een aspect van het verhaal “De zevende man” aan Elsbeth Etty probeerde uit te leggen. Verspilde moeite, leek me. Ook de voorzitter Pieter Steinz liet zich af en toe wat genuanceerder uit.

Het is overigens heel begrijpelijk dat Murakami geen BJ-er (Bekende Japanner) wil worden die dan zou optreden in talk shows om onzinnige vragen te beantwoorden of om te praten over dingen waar hij geen verstand van heeft, op de manier waarop Elsbeth Etty nu optrad in deze discussiemiddag.

Naschrift (26-1-11). Iemand maakte mij attent op het feit dat Frits Abrahams gisteren (dinsdag 25 januari) ook nog even zijn licht heeft laten schijnen op de discussiemiddag. Hij kreeg compassie met het publiek (zo schreef hij). Gelukkig had het publiek geen compassie met de domme opmerkingen van de leden van het panel! In het bijzonder was geen compassie met de opmerkingen van Elsbeth Etty (zie het commentaar van de arts in het publiek hierboven). “Stevige kritiek” lijkt mij ook te veel eer voor de bijdrage van Elsbeth Etty. “In het wilde weg schelden” geeft haar bijdrage beter weer.
Overigens, van NRC zijde wordt steeds gesuggereerd dat bewonderaars van Murakami geen kwaad woord over hem kunnen horen. Ik weet niet waar men dat vandaan heeft, maar het is niet waar. De meeste mensen die van zijn werk houden en die ik hierover gesproken heb, hebben een vrij genuanceerde mening over zijn boeken: een aantal daarvan vinden ze heel goed, andere weer niet. Dat bleek afgelopen zaterdag in het theater aan het Spui ook weer het geval te zijn. En zelf vind ik bijvoorbeeld het boek “Ten zuiden van de grens” niet erg geslaagd, terwijl dat kennelijk nu juist op Frits Abrahams veel indruk heeft gemaakt. Maar het is natuurlijk het gemakkelijkste om de mensen in het gehoor die zich stoorden aan domme opmerkingen van het panel als “Murakami aanhangers die geen kwaad woord over hem willen horen” te beschouwen.
Misschien zijn de liefhebbers van de tamelijk zachtaardige Murakami in het algemeen wat genuanceerder dan zijn tegenstanders, die al gauw hun toevlucht nemen tot een ongenuanceerde schreeuwpartij, zoals bijvoorbeeld ook na zijn lezing ter gelegenheid van de Jeruzalem prijs voor literatuur in 2009 (die aan hem werd toegekend). Bepaalde passages in zijn lezing werden opgevat als “het opnemen voor de Palestijnen” en dit heeft hem heel wat haatmail bezorgd!

Advertisements

Over Haruki Murakami

January 17, 2011

In 2007 kocht ik in een stationsboekwinkeltje in Zürich “After Dark” van Haruki Murakami, zie After Dark. In een Duitse vertaling, want daar was natuurlijk geen Engelse of Nederlandse vertaling. Later heb ik ook de Engelse vertaling gelezen, waarin een toch wel belangrijke figuur in dit boek, die in het Duits met “Grossvater” werd aangeduid in het Engels een “uncle” was geworden. In het Duits was hij een “Lebemann”, wat in het Engels “playboy” was geworden.
Ik heb het (Japanse) origineel niet gezien, maar ik ben er eigenlijk van overtuigd dat de Duitse versie dichter bij het origineel zal staan. Waarom? Het is moeilijk daar “harde feiten” voor aan te voeren, maar het is gebaseerd op een totaalgevoel over deze roman, dus gebaseerd op de context waarin deze grootvader/oom een rol speelt.

Sinds ik dat eerste boek van Murakami heb gelezen, heb ik alles van hem gelezen, zelfs zijn boek over het lopen van marathons, en ik zal ook, zodra deel 3 van de trilogie 1q84 uitkomt dit gaan lezen. Aanstaande zaterdag 22 januari is er een discussiemiddag van de NRC, waar ik door één van mijn zoons (die geabonneerd is op de NRC; ik zelf ben dat niet meer) voor ben uitgenodigd. Er zal dan in het bijzonder gediscussieerd worden over “Blinde wilg, slapende vrouw”.

Ik stond eens in de Engelse vertaling “Blind willow, sleeping woman” te lezen op een tramhalte, toen er een leuk meisje op mij afkwam, die tegen mij zei: “Geweldig boek is dat, hè? Ik heb het ook gelezen. Kun jij me een ander boek van hem aanraden?”. Bijna een gebeurtenis die ook in een boek van Murakami zelf zou kunnen voorkomen; iets van deze aard was mij nog nooit overkomen. Ik geloof dat ik haar “Norwegian Wood” heb aangeraden. Nu zou ik misschien “Dans, dans, dans” aanraden.

Zoals al vaak is opgemerkt is “Norwegian Wood” Murakami’s gewoonste boek; het regent niet bloedzuigers, er zijn ook geen geheimzinnige schaapmannen, die alleen op bepaalde tijden waargenomen kunnen worden op de tiende verdieping van het Dolfijn hotel (als ik me het goed herinner). Er is nu zelfs een film “Norwegian Wood”, maar ik heb hem nog niet gezien en vrees eigenlijk het ergste, hoewel hij moeilijk zo beroerd kan zijn als de film “De eenzaamheid van de priemgetallen”, die gebaseerd is op het gelijknamige boek van Paolo Giordano.

Ooit heb ik een filmpje gezien over Murakami, waarbij Japanse studenten werden geïnterviewd. Wat mij daarbij heel erg opviel was: die studenten hielden echt van Murakami. Ik geloof een beetje op dezelfde manier als waarop Murakami zelf van zijn eigen romanfiguren gaat houden tijdens het schrijven. Hij heeft bijvoorbeeld eens gezegd over één van de hoofdpersonen van “Kafka aan het strand” (ik meen Nakata, maar het zou ook de vrachtwagenchauffeur Hoshino kunnen zijn): “Ja, ik ging tijdens het schrijven steeds meer van hem houden”. De Nederlandse vertaling heet trouwens “Kafka op het strand”, maar ik heb een voorkeur voor “Kafka aan het strand”.

Dat die Japanse studenten echt van Murakami zijn gaan houden heeft te maken met het bijzondere gevoel dat door zijn boeken bij de lezer (die daar gevoelig voor is) wordt opgeroepen en misschien ook met de afwezigheid van pogingen om de lezer te intimideren of ergens van te overtuigen. Gezien het panel van de NRC dat hier over gaat praten op zaterdag, zijn mijn verwachtingen voor die discussie op zaterdag niet erg hoog gespannen, maar ik ben van plan er na afloop over te berichten. Ik heb me vast voorgenomen me niet al te boos te maken.


Janine

January 7, 2011

Een paar weken geleden ging ik op een maandagavond kijken naar de film “Janine”. Dichtbij waar ik woon is een “filmhuis” waar deze film werd vertoond. De filmvoorstelling was uitverkocht (ik kreeg net voor aanvang de laatste plaats in de zaal omdat iemand zijn reservering niet was komen ophalen). Toch wel opmerkelijk (dat de filmvoorstelling was uitverkocht), vond ik. Evenals het feit dat er doodstil werd gekeken en geluisterd naar deze documentaire, afgezien van het lachen om de reclamejongens die een glossy aan het maken waren voor Janine en zich in passend jargon aan het beraden waren over hoe ze Janine moesten “marketen”. Hoogtepunt van deze beraadslagingen was het moment van de eerste versie van de “glossy”, waar de bouwer van het instrument waarop Janine Jansen speelt gespeld was als “Stradivarus” (dus een speciaal soort Rus: een Stradivarus).

Van Paganini (een beroemd violist uit de negentiende eeuw) werd verteld dat hij nooit oefende. Op dezelfde manier waarop Janine nu gevolgd werd in deze film, schijnt Paganini gevolgd te zijn door een bewonderaar die hem overal achterna reisde. Hij ging (volgens het verhaal) zelfs zo ver dat hij door het sleutelgat van de hotelkamer van Paganini keek om te kijken wat die aan het doen was. Hierbij was het één keer voorgekomen dat Paganini zijn vioolkist had geopend. Paganini’s “stalker” had toen gedacht: “Nu komt het!”. Maar Paganini had alleen een tijdje naar zijn viool gekeken en vervolgens de kist weer gesloten.
Het is grappig om de beschouwingen over het al dan niet oefenen van Paganini te lezen, bijvoorbeeld: “Dat Paganini nooit meer oefende is uitgesloten!”. Het is net zoiets als: “Dat Fermat zijn eigen laatste stelling echt bewezen heeft is uitgesloten!”. In feite denk ik dat ook, hoewel ik mij iets zekerder voel over de bewering over Fermat dan de bewering over Paganini.

Paganini sprak ook over zijn “geheim” (dat hem in staat zou stellen zo goed te spelen). Dat volgen van een beroemd artiest doet daaraan denken: een poging tot ontfutselen van een geheim. Wat dat betreft was het interessant om de opnamen van Janine Jansen te zien op heel jonge leeftijd. Er zijn (zeer krasserige) opnamen van Jascha Heifetz op jonge leeftijd, en volgens mij speelde hij toen een stuk beter dan Janine Jansen op jonge leeftijd. Des te opmerkelijker is om te zien hoe snel Janine beter is gaan spelen; als je naar haar spel als puber luistert -en kijkt- is er werkelijk een wereld van verschil. Dus wat moeten we hieruit afleiden? Ik denk vooral: oefenen onder goede leiding helpt! Of misschien moet ik zeggen: “kan helpen”. Als de aanleg er niet is zal het natuurlijk niet helpen.

Wat vooral interessant was in de film waren de commentaren van haar vriend Julian Rachlin. Hij zei o.a. dat zij alles benaderde vanuit de kamermuziek. Ik denk dat dat waar is. Je zag haar de driestemmige inventionen van Bach spelen, in een zetting voor viool, altviool en cello.
Wat mij weer, niet voor de eerste keer, deed denken dat deze versie eigenlijk ontroerender is dan de versie voor klavecimbel (of piano). In ieder geval: dat is de uitwerking die het op mij heeft.

Ook interessant was het verschil in “nadenken over hoe je het doet” tussen Julian Rachlin en Janine Jansen: Julian Rachlin had het soort training gehad waarbij hij had geleerd zich volkomen bewust te zijn van wat hij deed; volgens hem wilde Janine daar liever niet over nadenken (en daarom ook geen les geven). Wat dat betreft zijn violisten inderdaad zeer verschillend: als je les hebt kun je (volgens mij) maar beter te maken hebben met iemand die wel bereid is daar over na te denken!

En wat “het geheim” betreft: het onttrekt zich aan onze waarneming. Als je elke dag oefent, wordt het steeds beter (of kan het steeds beter worden, zie boven). Wat dat betreft is er een soort analogie tussen de beoefening van wiskunde en het bespelen van een instrument.
Het lijkt er soms op dat er een heleboel ‘s nachts gebeurt, als je slaapt. Bij het opstaan realiseer je je opeens dat… (bij het werken aan een wiskunde probleem). Of je kunt plotseling die passage spelen, waarvan je dacht dat je hem nooit zou kunnen spelen.
Of als componist (of schrijver) weet je ineens hoe je wat je tot nu toe hebt moet voortzetten. Misschien niet heel spectaculair voor de marketing, maar dat is wel hoe het gaat.


2010 in review

January 2, 2011

(WordPress offered a one-click opportunity to publish the summary below in my blog, which I could not resist…)

The stats helper monkeys at WordPress.com mulled over how this blog did in 2010, and here’s a high level summary of its overall blog health:

Healthy blog!

The Blog-Health-o-Meter™ reads Wow.

Crunchy numbers

Featured image

A helper monkey made this abstract painting, inspired by your stats.

A Boeing 747-400 passenger jet can hold 416 passengers. This blog was viewed about 11,000 times in 2010. That’s about 26 full 747s.

In 2010, there were 19 new posts, growing the total archive of this blog to 57 posts. There were 3 pictures uploaded, taking up a total of 206kb.

The busiest day of the year was April 15th with 557 views. The most popular post that day was Lucia de Berk en de amateurstatistici (in Dutch).

Where did they come from?

The top referring sites in 2010 were hetvrijevolk.com, luciadeb.nl, startgoogle.startpagina.nl, ssor.twi.tudelft.nl, and nl.wikipedia.org.

Some visitors came searching, mostly for henk elffers, wat is een argument, piet groeneboom, lucia de berk, and de eenzaamheid van de priemgetallen thema.

Attractions in 2010

These are the posts and pages that got the most views in 2010.

1

Lucia de Berk en de amateurstatistici (in Dutch) May 2007
5 comments

2

Lucia de Berk and the amateur statisticians May 2007
4 comments

3

De eenzaamheid van de priemgetallen October 2009

4

Het Haga Ziekenhuis en Lucia de Berk July 2010
3 comments

5

The day after: vrijspraak voor Lucia de Berk April 2010
2 comments