Een bezoek aan de refuseniks en een conferentie in Tashkent, deel 5

December 9, 2010

Al ongeveer een half jaar denk ik dat ik mijn stukjes over de refuseniks af moet maken, maar er is gewoon geen tijd; “mijn vak roept”, om het zo maar eens te zeggen. Maar vandaag, toen Vrij Nederland in de bus viel, met voorop Lucia de Berk, en daaronder: “Na de vrijspraak. Lucia de B. en Kees B. kregen hun naam terug. Nu hun leven nog.”, probeer ik me aan te gorden om het af te maken.

De mensen die direct of indirect verantwoordelijk zijn geweest voor de veroordeling van Lucia de Berk (waarvan een aantal banden hebben of hadden met de Erasmus Universiteit, Rotterdam) proberen nog steeds op slinkse wijze hun gelijk te halen. Dat verschijnsel van te maken krijgen met mensen die ondanks het feit dat duidelijk de onschuld aan het licht gekomen is nog steeds proberen de veroordeelde verdacht te maken is iets waar Kees Borsboom (die volgens het Vrij Nederland artikel elke dag aan zelfmoord denkt) ook last van heeft.

Lucia de Berk is officieel vrijgesproken, maar dat voorrecht is Kees Borsboom niet ten deel gevallen. Vrijspraak voor Kees Borsboom is op uiterst laffe wijze vermeden door het Openbaar Ministerie “niet ontvankelijk” te verklaren, zie voor informatie hierover bijvoorbeeld het boek “De slapende rechter” van Wagenaar et al. De Rotterdamse officier van justitie die waarschijnlijk bewijsmateriaal heeft achtergehouden om Borsboom achter de tralies te krijgen is inmiddels benoemd tot rechter in Dordrecht. Ik kan me begrijpen dat dit voor Borsboom een onverdraaglijke gedachte is. Voor meer details over deze zaak, zie: De grote misleiding en de Wikipedia artikelen Commissie Posthumus en Schiedammer Parkmoord. Ik citeer: “Harm Brouwer, hoofd van het college van Procureurs-generaal, erkende dat het OM “onmiskenbaar fouten” had gemaakt en dat er “heel veel” was misgegaan, met ernstige gevolgen. Volgens hem was uit het onderzoek echter niet gebleken dat het OM “te kwader trouw of bewust verkeerd” zou hebben gehandeld.”. Groen-Links en de SP hebben in de tweede kamer naar aanleiding van deze zaak een motie van wantrouwen tegen minister Donner ingediend (die in deze kwestie voortdurend het OM de hand boven het hoofd heeft gehouden), maar deze motie kreeg geen meerderheid (want dat durfden de gezagsgetrouwe grote partijen natuurlijk niet aan; merkwaardig genoeg -of misschien niet zo merkwaardig- werd de motie wel gesteund door de “groep Wilders”). Zo lang er in Nederland geen revisieraad naar Engels model is, zal justitie de gemaakte fouten kunnen blijven toedekken.

Ik zou hier graag nog het een en ander over willen zeggen, maar laat ik vandaag maar beginnen met te vertellen hoe dat afliep met Piet Groeneboom en de Bernoulli society na zijn bezoek aan de refuseniks. Jaren later was er een week in Oberwolfach voor kansrekenaars en statistici. Oberwolfach is een klein plaatsje in het Schwarzwald waar een wiskunde instituut op een heuvel ligt. Hier kun je als wiskundige worden uitgenodigd voor een week die gewijd wordt aan een deel van de wiskunde waarin je geacht wordt expert te zijn. Ook kun je worden uitgenodigd als je op een of andere manier een machtige positie in de wereld van de wiskunde hebt en niet per se een expert bent op het gebied waar zo’n week aan is gewijd. Wiskundigen vinden het daar in het algemeen heel leuk; er is bijvoorbeeld een muziekkamer waar ik vaak strijkkwartet heb gespeeld of bijv. (voor het eerst van mijn leven) de Goldberg variaties van Bach in een zetting voor viool, altviool en cello. Ook staat er een vleugel, dus er kunnen ook piano trio’s worden gespeeld, enz. Ik ben er nu al weer een tijdje niet meer geweest, maar er kon ook worden gepingpongd en gebiljart en woensdagmiddag werd er altijd gewandeld in de bergen. En ‘s avonds en ‘s nachts werd er meestal vrij veel gedronken, hoewel dat enigszins van het aanwezige gezelschap afhing; ik ben er ook wel eens geweest in een week waarin iedereen vroeg naar bed ging.

In ieder geval: op zo’n avond, of liever gezegd nacht in Oberwolfach, zaten B. en ik, samen met wat Amerikanen en een (van origine) Australiër (die mij de volgende ochtend vertelde “very embarrassed” te zijn door wat zich had afgespeeld) wat te drinken in het hoofdgebouw, toen B. mij ineens vroeg: “Piet, do you still remember our flight from Moscow to Tashkent?” Waarop ik antwoordde: “Of course I remember, B.! That was the flight where you threatened to throw me out of the Bernoulli society if I would persist in my plan to visit the refuseniks!”. B. werd toen bijzonder rood in het gezicht en schreeuwde: “That’s a lie! Take that back! I don’t take that from you, Piet!”. Ik wil even stil staan bij: “I don’t take that from you, Piet!” Wat betekent dat precies? Dat vroeg ik mij toen ook al af. Betekent het dat hij het wel “genomen” zou hebben van een belangrijker iemand, maar niet van zo’n onbelangrijk persoon als ik? Maar goed, ik antwoordde: “Well, I’ll try to reproduce your exact words. I think you said that it would have very serious consequences for my position in the Bernoulli Society”. B. gaf toen toe dat hij dit wel eens gezegd zou kunnen hebben. Want wat was het geval? “I was up for a nomination in the council of the Bernoulli Society” en het was misschien verstandiger om dit niet te laten doorgaan met zo iemand die niet de officiële lijn van de partij, pardon de Bernoulli Society, volgde, en het voornemen om de refuseniks in Moskou op te zoeken ondanks alle waarschuwingen toch doorzette! Grappig genoeg wist ik niets van die eventuele benoeming in de council van de Bernoulli Society en als ik het wel had geweten zou het geen enkel verschil hebben gemaakt. Sommige mensen (waaronder B.) vinden het heerlijk om vereerd te worden met dat soort officiële functies, maar ik behoor niet tot die categorie! Een bevriende collega zei later tegen mij: “Ben je daar even mooi aan ontsnapt!” Inderdaad heeft B. kennelijk mijn benoeming in die council verijdeld, want ik heb er nooit meer iets van gehoord en wist er ook niets van tot dat gesprek in Oberwolfach.

Nu deze kwestie is afgehandeld (eigenlijk is het een stukje geschiedschrijving), kan ik nog iets zeggen over het bezoek aan de refuseniks zelf. Ik had strikte instructies uit Nederland en een telefoonnummer gekregen van Alexander Joffe (een foto die ik van hem zag in een TV uitzending op een zondagmiddag over de refuseniks heeft deze serie blogs “getriggerd”). Die mocht ik niet uit mijn Akademia hotel in Moskou bellen, maar ik moest naar beneden gaan en in een telefooncel op straat bellen. Je gangen en telefoongesprekken in het Akademia hotel werden inderdaad gecontroleerd; er zat bijvoorbeeld een meisje op de overloop van de verdieping waar mijn kamer was, die iets in een boekje schreef als ik wegging of terugkwam. Ik heb dus gebeld uit een telefooncel en met Alexander Joffe afgesproken hem te ontmoeten aan het eind van een metrolijn in een station met spiegels. Kennelijk een bekend ontmoetingspunt, ook voor paartjes…

Een aantal mensen wilde graag met mij meegaan, een bekende Amerikaanse statisticus P.B. (vriend van de Nederlandse B.), mijn promotor K.O., en twee Nederlandse kansrekenaars, die ik zal aanduiden met L. en F.; L. had ook een “briefing” gehad van de Nederlandse organisatie die mij had benaderd over het bezoek en had net als ik het verbod om te gaan genegeerd. P.B. duidde de brief die ons uit Moskou via B. was toegestuurd aan als de “hysterical letter of G.” en vatte dus die verboden om te gaan ook niet al te serieus op. Maar om een of andere reden heb ik toch de volle blaam voor dit bezoek gekregen.

Tot mijn verbazing ging alles volgens plan. We ontmoetten Alexander Joffe in het metrostation en werden door hem naar een bushalte gebracht. Het was behoorlijk koud en er stonden heel veel mensen te wachten bij die bushalte. De bus was dan ook zo vol dat het onmogelijk was de stempelautomaat te bereiken. We stonden daar als haringen in een ton totdat we dichtbij de flat van Alexander Joffe waren. Bij hem thuis troffen we ook een oudere collega van hem aan (die al 20 jaar probeerde het land uit te komen). Zijn vrouw serveerde lekkere dingen bij de thee. Alexander vertelde dat zijn moeder, zodra hij de wens te kennen had gegeven dat hij naar Israël wilde emigreren, ontslagen was wegens “het niet goed opvoeden van haar kinderen”. Hij zelf kon ook wel vergeten ooit nog als wetenschapper in Moskou aan de slag te kunnen komen, want zodra je de wens te kennen had gegeven het land te verlaten, kreeg je een aantekening op je “conduite” staat dat je “morally unstable” was. En daar nog bijgevoegd dat je jood was maakte dat je alleen nog conciërge kon worden of iets van dien aard. Verder kon je proberen aan geld te komen door bijlessen te geven. Iedereen die ik toen gesproken heb is inmiddels het land uit, dus ik kan er nu vrij over spreken. Freidlin, die hier niet bij was, maar wel bevriend met Alexander Joffe, was ook naar Tashkent geweest en had daar aan het begin van zijn praatje een uiteenzetting over de situatie van de refuseniks gegeven, die simultaan in het Engels, enz. vertaald was; een succesje van de refuseniks, waar Alexander Joffe opgetogen over vertelde.

Ik had op aanraden van de Nederlandse organisatie wat (wiskundige) rapporten meegenomen (de refuseniks hadden geen toegang tot de wiskunde bibliotheken), F. had chocola meegenomen (hij vertelde mij nog onlangs dat hij daar eigenlijk zo’n slecht gevoel over had, maar hij had niets anders kunnen bedenken). Toch goed van F. om ueberhaupt iets mee te nemen (vind ik). Het was voor mij een onvergetelijke avond en ik geloof voor de anderen ook, hoewel ik behalve met F. en L. er daarna nooit meer met de anderen over gesproken heb.

F. herinnert zich dat we in een taxi zijn teruggegaan en daarbij eindeloos door grauwe buitenwijken zijn gereden. Ik herinner me daar eerlijk gezegd niets meer van. Wel herinner ik me de opluchting bij het weer terugzijn in “het Westen”, een opluchting die ik altijd voel als ik het oostblok heb verlaten (moet ik bekennen).

A screen-shot of Biff (B., aka Bill) and his pals. Biff encourages his mates to go after the probabilist-statistician P.G. (not in the picture), who ignored his veto. The guy (boy) with the white-rimmed sunglasses has been identified to be the well-known statistician of British descent R.D.G. (he seems unsure of whether going after P.G. is a wise thing to do; perhaps he is also thinking: “Biff is a very powerful guy, I have to think of my future”, see visit to the refuseniks, part 3).

Epilogue. (I switch to English which I should perhaps have done at the start of this blog.) I lost track of the refuseniks I met that evening in Moscow. On internet I found the following links:

Soviet ‘Refuseniks’: All They Want Is Out
A Refusenik Tries Hunger to Free His Son’s Family.

They are from long ago and roughly date back to the time of my visit. It is interesting to read again about the pretext the refusenik was given for the disallowance to emigrate: this was for “national security” reasons. This pretext was for example also used for the refusal to let Freidlin leave the country (“his wife had had access to “classified material””).

Advertisements

Het Haga Ziekenhuis en Lucia de Berk

July 12, 2010

Na de vrijspraak van Lucia de Berk heeft het Haga Ziekenhuis een verklaring op haar web site gepubliceerd, zie: Verklaring HagaZiekenhuis inzake vrijspraak Lucia de Berk. De laatste zin van deze verklaring luidt:
“Het HagaZiekenhuis heeft op alle momenten meegewerkt aan het onderzoek, dat uiteindelijk geleid heeft tot vrijspraak van mevrouw De Berk door het Hof.”

Het klinkt in deze verklaring alsof het ziekenhuis eigenlijk weinig te maken had met de veroordeling en de lange gevangenisstraf van Lucia de Berk. De verklaring van het Haga Ziekenhuis legt de verantwoordelijkheid hiervoor geheel bij het Openbaar Ministerie en de politie.

Maar hoe is het eigenlijk gegaan? Een tipje van de sluier is hierover opgelicht door prof. Richard Gill, die vanwege dit feit thans door het Haga Ziekenhuis bedreigd wordt met een kort geding. Let wel, het gaat hier niet om de vraag of wat prof. Gill over de toedracht van dit alles onthult waar is of niet, het gaat het Haga Ziekenhuis om het feit dat hij gegevens uit de privé sfeer onthult. De verwachting is dat als het Haga Ziekenhuis zijn dreigement tot een kort geding doorzet, het dit zal winnen. Want… de rechters zullen waarschijnlijk alleen kijken naar: “Is hier een inbreuk op privacy gemaakt?”, niet naar “Is wat hier gezegd wordt waar?”

Toch, als men uit al deze gebeurtenissen enige lering zou willen trekken, moet men zich verdiepen in: “Hoe heeft dit kunnen gebeuren?”. En dan is de voorgeschiedenis wel degelijk relevant. Om die reden geef ik hier nog eens een overzicht van de manier waarop alles begonnen is, voorzover ik dat heb kunnen reconstrueren met behulp van diverse betrouwbare bronnen.

Op de afdeling waar Lucia de Berk werkte maakte men zich zorgen over het grote aantal sterfgevallen op de afdeling. Om die reden had de chef de clinique een Excel spreadsheet tabel van “incidenten” gemaakt en hier een berekening aan vastgeknoopt die zij liet zien aan een bevriende wiskundige/informaticus in de familiesfeer. Overigens niet iemand die mathematische statistiek als specialisme uitoefende of daar onderzoek in deed, evenmin als de andere later door de rechtbank en het hof m.b.t. de statistiek geraadpleegde personen (de door de rechtbank en het hof geraadpleegde wiskundige was na zijn wiskundestudie psychologie gaan studeren en inmiddels rechtspsycholoog geworden). Het Excel spreadsheet koppelde de incidenten aan het wel of niet dienst hebben van Lucia de Berk.

Op de achteraf gezien historische dag 4 september 2001 werd contact opgenomen met de politie en werd gesproken over “vijf onverklaarbare doden”. Dit was een actie die door directeur Smits, algemeen directeur van het Juliana Kinderziekenhuis en het Rode Kruis ziekenhuis in Den Haag (deze ziekenhuizen zijn inmiddels onderdelen van de fusie van ziekenhuizen die HagaZiekenhuis wordt genoemd), in samenwerking met de chef de clinique werd ondernomen. De heer Smits beweerde later dat hij de “statistische berekening van de koude grond” van de kans dat Lucia de Berk bij zoveel “incidenten” in het ziekenhuis betrokken was geweest zelf had gedaan, maar volgens mijn laatste informatie was deze Excel spreadsheet berekening dus het werk van de chef de clinique.

Bovendien legden de directies van het Juliana kinderziekenhuis en het Rode Kruis ziekenhuis contact met de ochtendkrant De Telegraaf. Deze krant deed op 17 september 2001 een bericht over de zaak uitgaan, waarin stond dat een verpleegkundige in de twee ziekenhuizen mogelijk betrokken was bij de moorden op verschillende volwassenen en kinderen. Het bericht vermeldde verder dat de directie van het Juliana ziekenhuis  het gebeurde zeer betreurde en zijn medeleven met de betrokken ouders uitsprak (na opgemerkt te hebben dat het vertrouwen van de patiënten in het ziekenhuis mogelijk door dit bericht geschaad zou kunnen zijn of worden). Merk op dat dit suggereerde dat op dit moment al bewezen was dat er “moorden” waren begaan.

We kunnen na deze acties van de de chef de clinique en de directie van de ziekenhuizen niet meer beweren dat het ziekenhuis eigenlijk weinig te maken had met de veroordeling tot levenslange gevangenisstraf van Lucia de Berk. Na het bericht in de Telegraaf was een proces van verdachtmakingen tegen Lucia de Berk op gang gezet dat niet meer te stoppen viel. Aan het slot van bovengenoemde verklaring van het Haga Ziekenhuis wordt gezegd: “Het HagaZiekenhuis heeft op alle momenten meegewerkt aan het onderzoek, dat uiteindelijk geleid heeft tot vrijspraak van mevrouw De Berk door het Hof.” Is dit waar? Heeft de persoon die dit alles in gang heeft gezet, de chef de clinique, een getuigenis afgelegd? Dat is toch wel het eerste wat je zou verwachten van “meewerken aan het onderzoek”. Echter, op de ochtend van de dag in 2004 dat zij voor het hof zou verschijnen heeft zij iets gedaan wat door Richard Gill beschreven is, waardoor zij niet in staat was voor het hof te verschijnen en in feite opgenomen moest worden.

Richard Gill is nu door de advocaten van het HagaZiekenhuis gesommeerd de beschrijving van de ware toedracht van deze cruciale gebeurtenis in de justitiële behandeling van Lucia de Berk van internet te verwijderen en hij wordt ook al vast door de advocaat van het HagaZiekenhuis bedreigd met dwangsommen van 15000 euro per dag als dit niet gebeurt.
Verder wordt gedreigd met een kort geding. Niet een kort geding vanwege de onjuistheid van wat hij in de openbaarheid brengt, maar een kort geding vanwege aantasting van de privé sfeer. Op deze manier houdt het Haga Ziekenhuis opnieuw openheid van zaken tegen en is het bezig met pogingen tot “damage control”. De sleutelfiguur in de veroordeling van Lucia de Berk (die chef de clinique was en nog steeds verbonden is aan het HagaZiekenhuis – en bovendien, ondanks de problemen die haar verhinderden te getuigen in de Lucia de Berk zaak, lid van de medische tuchtraad is) wordt door het ziekenhuis uit de wind gehouden en zodra iets van de werkelijke toedracht naar buiten dreigt te komen, wordt gedreigd met dwangsommen en een kort geding.

De uiteindelijke vrijspraak van Lucia de Berk is bepaald niet te danken aan inspanningen van het Haga Ziekenhuis om de waarheid boven water te krijgen, maar daarentegen aan de inspanningen van een aantal individuen, met name Metta de Noo en haar broer Ton Derksen!


The day after: vrijspraak voor Lucia de Berk

April 15, 2010

Gisteren is Lucia de B., die nu voortaan “Lucia de Berk” genoemd mag worden, zoals allerlei mensen, bijvoorbeeld Richard Gill en ik, al lang deden, definitief vrijgesproken en ook is duidelijk uitgesproken dat het idee dat er sprake was van “moorden” naar het rijk der fabeltjes moet worden verwezen. Inmiddels heeft een aantal juristen zich voor deze vrijspraak echter ten onrechte op de borst geslagen. Gisteren las ik op Teletekst: “De vrijspraak na een gesloten strafzaak bewijst volgens een raadsheer dat het rechtssysteem werkt”. Hoe durft justitie hier nog mee aan te komen! Als niet van buiten het juridische systeem actie was gevoerd zat Lucia nog steeds in de gevangenis!

Er worden nu wel veel krokodillentranen gestort, maar Buruma zei gisteren bijv. in het interview: Lucia de B. definitief vrijgesproken: “In de zaak Lucia de B. zijn 70 deskundigen geraadpleegd”. En verder dat hij niet de noodzaak ziet van procedurele veranderingen in de rechtspraak. Dus met een pleidooi voor een onafhankelijke revisieraad zijn we bij Buruma aan het verkeerde adres (die zich overigens in het interview weer op de borst sloeg voor “zijn” CEAS).

Zijn opmerking “In de zaak Lucia de B. zijn 70 deskundigen geraadpleegd” roept de volgende vragen op:
1. Wat is de definitie van “deskundige” en hoe heeft de rechtbank/het hof deze “deskundigen” gekozen? We weten hoe de “deskundigen” voor de statistiek (de rechtspsycholoog Elffers en de jurist prof. de Mulder met zijn graad in “Business administration”) zijn gekozen.
2. Hoe komt hij aan dit ronde getal van 70?

Bij dit laatste moest ik weer even denken aan zijn opmerking dat 80 hoogleraren statistiek de petitie hadden getekend, en, nadat hij gewezen was op de onjuistheid van deze opmerking: “Dat ik de krant volgde waarin stond dat er 80 statistici waren terwijl het kennelijk ook om vogels van andere wetenschappelijke pluimage ging, is typisch een detail waarvan de relevantie mij ontgaat.”, zie mijn stukje uit 2007: Wie hebben de petitie voor heropening van de Lucia de Berk zaak getekend?

Buruma zei hier ook nog in zijn brief aan een aantal mensen (waar ik toe behoorde): “Want er kunnen 1000 statistici op hun hoofd gaan staan: strikt juridisch heeft de statistiek vrijwel alleen (wellicht) een rol gespeeld in de overtuiging van het hof, niet in de selectie van de bewijsmiddelen.” Een regelrechte onwaarheid, want statistiek over “coïncidenties” was het enige dat het hof had (en in feite ook het hele arrest door gebruikt heeft).
Helaas stelde de interviewer niet de bovenstaande vragen, maar zei hij bijv.: “Misschien heeft het hof wel te veel deskundigen geraadpleegd”.

De voorzitter van de raad voor de rechtspraak, Erik van den Emster, zegt in zijn reactie Voorzitter Raad voor de rechtspraak reageert op vrijspraak Lucia de Berk ook weer allemaal dingen die mij in het verkeerde keelgat schoten, zoals: “Laten we wel wezen: dit zijn gelukkig, hoe ernstig ook, uitzonderlijke zaken.” Dit horen we steeds, maar zo iemand als Knoops denkt daar heel anders over (en ik eigenlijk ook): wat we zien is het topje van de ijsberg.

Gelukkig zijn een heleboel mensen over deze reactie van de voorzitter van de raad voor de rechtspraak gevallen, zoals te zien is in de commentaren op deze site, bijvoorbeeld van Willem Wagenaar:
“Het is toch raar dat de Raad voor de Rechtspraak volhoudt dat het systeem werkt. De werkelijkheid is dat de rechterlijke macht alles heeft gedaan om revisie tegen te houden. De zaak is op gang gekomen door de vasthoudendheid van individuele burgers. Daarbij kwam de toevallige omstandigheid dat de CEAS juist in deze periode openstond voor aanmelding van twijfelachtige veroordelingen. Over Lucia was er toen al heel veel twijfel gewekt. De eerste groepen die aangewezen zijn om zaken bij de CEAS te melden zijn politie en OM. Maar hier heeft niemand die taak op zich genomen. Prof. Derksen deed dat wel; zonder hem zou het systeem nooit gewerkt hebben. De CEAS is een tijdelijke commissie die niet bij het systeem hoort. Met de Hoge Raad als uiteindelijke beslisser kan het systeem niet werken, omdat ieder strikt juridisch college de neiging zal vertonen om de fouten van voorgaande colleges te herhalen of zelfs te versterken. De conclusie van de Raad voor de Rechtspraak had moeten zijn dat het systeem niet werkt en dat er een structurele wijziging van het systeem nodig is. Bijvoorbeeld door de instelling van een revisieraad die niet alleen uit juristen bestaat.”
Hij heeft volkomen gelijk!

En een zekere Niek Heering zegt (o.a.): “Het gaat dan ook niet om de foute interpretatie van deskundigenbewijs, zoals de Raad voor de Rechtspraak ons nu wil wijs maken, maar om het feit dat de rechtspraak niet weet wie deskundig is.” Inderdaad!

De zaak Louwes is nu weer wat op de achtergrond. Ik heb me inmiddels vrij grondig in deze zaak verdiept en dat heeft mijn mening dat politie en justitie de ene fout na de andere hebben gemaakt alleen maar versterkt. Onlangs is bijvoorbeeld weer aan het licht gekomen dat tijden op de weerkaarten verkeerd zijn geïnterpreteerd (van de internationale tijd moest twee uur worden afgetrokken), waardoor duidelijk werd dat het gesprek van Louwes van de A28 dat opgevangen was door een mast in Deventer in feite twee uur eerder heeft plaatsgehad dan men aannam. Toen was het windstil en er was geen regen, i.t.t. twee uur later! In die weersomstandigheden was het heel goed mogelijk dat de mast het gesprek van Louwes opving en in ieder geval is het argument van weersomstandigheden die dit onmogelijk zouden maken nu weggevallen. Er is zelfs een filmpje op youtube gezet over deze kwestie: Into each life some rain must fall. Maurice de Hond zei hierover: misschien moeten we niet een “deskundigenregister” opzetten (één van de vele slechte ideeën van justitie om de zaak voor de toekomst dicht te timmeren en op die manier nog meer dan vroeger alleen bevriende “deskundigen” te raadplegen), maar in plaats daarvan een “burgerregister”.

Maar voor Louwes zie ik het somber in. Want ik geloof dat justitie er meer op gericht is het naar buiten komen van dit soort dingen te verhinderen dan dat ze er op gericht zijn meer openheid te creëren.
Het vest en de broek van de weduwe in de Deventer moordzaak zijn nog steeds “zoek”, en niemand weet (of zegt te weten) wat er in al die jaren dat de blouse (die de weduwe onder het vest aanhad) niet als bewijsstuk werd gehanteerd met die blouse is gebeurd. Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat justitie hier mee weg kan komen! Louwes heeft de twee rechercheurs die hier verantwoordelijk voor waren in een artikel 12 procedure voor het hof in Leeuwarden gedaagd. Ze zijn in eerste instantie niet op komen dagen, maar één heeft laten weten die blouse maar even gezien te hebben (hij was ziek in de tijd dat hij dit behandeld zou hebben) en de ander heeft gezegd dat hij ook niet uit eigen ervaring wist wat er met die blouse is gebeurd, maar dat hij had opgeschreven wat hij dacht dat er gebeurd was. De conclusie van het hof was echter dat er geen sprake was van een valselijk opgemaakt proces verbaal, maar dat het alleen ongelooflijk amateuristisch was.

Maurice de Hond probeert (ondanks het feit dat hij is gesommeerd zijn mond te houden) een herzieningsverzoek voor te bereiden. De advocaat Knoops probeert nu al een jaar de protocollen (die je in Amerika automatisch krijgt van de FBI laboratoria bij contra-expertise) voor het DNA onderzoek van het NFI los te krijgen. Daaruit zou waarschijnlijk blijken dat het NFI zich niet aan de voorschriften van de leverancier van de apparatuur voor het DNA onderzoek heeft gehouden (er is door Knoops vorig jaar december zelfs een dagvaarding naar de landsadvocaat gestuurd). Het NFI weigert echter tot nu toe die protocollen af te geven. Waarschijnlijk is er weer nog een rechtszaak nodig om dit af te dwingen. Er loopt ook nog een (artikel 12) procedure wegens beschuldiging van meineed van Michael de J. (de “klusjesman”) en zijn vriendin Meike, waarnaar het OM ook weigert onderzoek te doen. Van de handschriftproeven van de vriendin van Michael de J. hebben politie en OM overigens ook weer gedeelten “zoekgemaakt”, en Michael de J. en zijn vriendin worden door de politie+OM erg “uit de wind” gehouden. Ook is er natuurlijk het boek van Bas Haan dat inmiddels op een aantal essentiële punten door verschillende mensen is bestreden. Maar Louwes heeft erg de wind tegen en er zou een omslag nodig zijn om dit te keren, net als de omslag die er bij de zaak Lucia de Berk is geweest. We hoeven daarbij niet te hopen dat het OM of de rechterlijke macht die omslag zal bewerkstelligen.


“Vrijpleiten is niet hetzelfde als rehabilitatie”

March 21, 2010

In NRC-Handelsblad van vandaag (20-3-2010) stond een artikel met de titel “Vrijpleiten is niet hetzelfde als rehabilitatie”. Het gaat hier over de kwestie dat het OM, als het niet in staat is de schuld van de verdachte aan te tonen, overgaat op de strategie: “We zeggen dat we de schuld van de verdachte niet kunnen aantonen, maar formuleren het zo dat gesuggereerd wordt dat de verdachte desondanks best eens schuldig zou kunnen zijn.” Zie OM eist vrijspraak Lucia de B. Op die manier komt in Nederland iemand die eens veroordeeld is hier nooit meer vanaf, laat staan dat er van enige vorm van rehabilitatie sprake is.

In dit artikel in NRC-Handelsblad komt Theo de Roos ook weer eens aan het woord en deze doet duidelijk pogingen zijn beroepsgroep te dekken. Hij merkt op dat het OM geen verontschuldigingen hoeft te maken, dat het requisitoir van de advocaat-generaal Rijkers “een goed en correct verhaal” is en dat er geen veroordelingscultuur is “omdat er ook heel veel vrijspraken zijn”. Bij de laatste uitspraak moet ik denken aan: “ik heb ook negers onder mijn vrienden”. Maar ook overigens zijn dit stuk voor stuk zeer aanvechtbare uitspraken, natuurlijk.

Bovendien: wat zei Theo de Roos in 2003 in de uitzending statistiek in het strafproces:
“In de Lucia de B. zaak is het statistisch bewijs ontzettend belangrijk geweest. Ik zie niet hoe men zonder dat bewijs tot een veroordeling zou zijn gekomen.”

Misschien kan iemand nog eens aan Theo de Roos vragen hoe hij daar inmiddels over denkt? Waarom horen we hem daar nu niet meer over?

En wie trad samen met Theo de Roos in deze uitzending op? De rechtspsycholoog Henk Elffers, die hier zijn kans van 1 op 342 miljoen de wereld in slingerde.

Deze uitzending is één van de vele zwarte bladzijden in het hele proces tegen Lucia de Berk. Wat hierin aan de orde komt heeft ook betrekking op een bijzonder belangrijk aspect van de zaak, nl. de leugenachtige verklaring van het hof dat statistiek “geen rol heeft gespeeld” in het uiteindelijk arrest. Ik citeer maar weer eens voor de zoveelste keer professor ‘t Hooft: “Dat het gerechtshof pretendeert geen statistische argumenten te hebben gebruikt wordt door de verwoordingen van het vonnis weerlegd.” Zo is het.


De burger tegen het ambtelijk apparaat

February 8, 2010

Ik vind het bijzonder mooi om te zien dat bepaalde Nederlandse (en zelfs -van origine- niet-Nederlandse, zoals Kevin Sweeney, zie Justice for Kevin Sweeney) burgers het op blijven nemen tegen in Nederland oppermachtige ambtelijke apparaten, zoals het OM, de rechterlijke macht en het NFI. Een recent voorbeeld daarvan wordt gegeven in: Als slager NFI zijn eigen vlees keurt van Maurice de Hond. Wie zich serieus in de Deventer moordzaak heeft verdiept en niet klakkeloos gelooft wat Bas Haan daarover in zijn boek heeft gerapporteerd, moet verbijsterd zijn over de manier waarop hier justitie samen met NFI en de firma Eikelenboom heeft geopereerd. Wie dan ook nog (zoals ik) het boek van Louwes Schuldig en de boeken Broddelwerk van Wagenaar en De slapende rechter van Wagenaar et al. heeft gelezen is misschien al weer wat minder verbijsterd, omdat de verbijstering over bijvoorbeeld het “strepen” in verklaringen van getuigen als die niet kloppen met de veroordeling (zonder zelfs door puntjes aan te geven dat er iets weggelaten) dat in het strafrecht “usance” schijnt te zijn al eerder heeft toegeslagen. Het blijft er niet minder erg om!
Mijn eigen ervaring in verband met de Lucia de Berk zaak (zie: Lucia de B. en de Nederlandse en Engelse Wikipedia artikelen Lucia de Berk (Nederlands) en Lucia de Berk (Engels) is dat de meeste mensen er eigenlijk liever niets over willen horen, en zeker niet de moeite willen doen om zich te verdiepen in wat er allemaal misgaat bij veroordelingen in Nederland. Des te meer bewondering heb ik daarom voor mensen die blijven strijden tegen deze in Nederland oppermachtige ambtelijke apparaten.

Zeer treurig is wel dat deze instanties door de voorstellen van minister Hirsch Ballin hun monopolie blijven behouden en dat er in Nederland geen onafhankelijke revisieraad naar Engels model komt. Nee, we moeten het doen met de sussende woorden van Harm Brouwer, die in Officieren van justitie in de fout onder andere beweerde dat het sjoemelen van het OM door “cursussen” bestreden zou worden. Wat moeten we ons hierbij voorstellen? “Mijnheer of mevrouw de officier van justitie, dat vervalsen van bewijsmateriaal en het leveren van onvolledige dossiers, dat hoort eigenlijk niet, wist u dat wel?”. Of: “Niet meer doen hoor, dat weglaten van getuigenverklaringen uit het dossier, of in ieder geval zorgen dat men het niet merkt!”. Of: “En bewijsmateriaal zo snel mogelijk zoekmaken of vernietigen, zodat daar geen gezeur meer over komt”. Zoiets stel ik mij persoonlijk daarbij voor.


Zembla kraakt OM-topman Brouwer

February 1, 2010

In de uitzending van Zembla Officieren van justitie in de fout zagen we gisteren de bedreigde (althans: de zich als bedreigd gedragende) OM-topman Brouwer, die zich moest verantwoorden voor het knoeien van het OM, zoals het achterhouden van bewijs en het leveren van onvolledige dossiers, en het desondanks doorstromen van de betrokken officieren van justitie naar andere (meestal betere) functies.
Hij had hier hier geen verstandig woord op te zeggen, maar bleef volhouden dat er “interne sancties” voor deze missers waren (onzichtbaar voor Nederland minus het OM of misschien zelfs wel voor Nederland inclusief het OM). Hij was zeer defensief en geïrriteerd en maakte een bijzonder zwakke indruk.

Je zou verwachten dat er dan op teletekst en in de krant komt te staan: “Zembla kraakt OM-topman Brouwer”. Maar nee, deze media staan inmiddels al zo onder controle van het OM dat we in plaats daarvan zien verschijnen “OM-topman Brouwer kraakt onderzoek Zembla”. Brouwer zal na zijn zwakke optreden in Zembla wel gedacht hebben: “De aanval is de beste verdediging”.


Een tweede gesprek van Jan en Willem

May 26, 2009

(Dit is een vervolg op een gesprek tussen Jan en Willem.)

J. Jij hebt zeker wel gekeken naar die uitzending gisteren van NOVA, waar geloof ik de voortreffelijke journalist Bas Haan voor verantwoordelijk was, over het feit dat het percentage vrijspraken verdubbeld is?
W. Ja, ik heb het gezien.
J. Besef je wel hoe erg het inmiddels is geworden? Die rechters doen veel meer vrijspraken, omdat ze anders bang zijn weer gedonder te krijgen. Gelukkig had de VVD onlangs een poster over streng straffen die weer een beetje tegengas geeft tegen dit soort ontwikkelingen.
W. Mmm… Er traden twee BN-ers op in deze uitzending die een totaal andere visie hadden op deze ontwikkeling; de heer van Koppen vond het (misschien) een zorgwekkende ontwikkeling (helemaal duidelijk was zijn standpunt niet, terwijl hij toch vaak zulke stellige meningen verkondigt), maar Spong vond het helemaal geen zorgwekkende ontwikkeling. In tegendeel: Spong vond het een goede ontwikkeling!
J. Ja, allicht vindt Spong dit een goede ontwikkeling, hij is advocaat!
W. Wat bedoel je?
J. Nou hij denkt natuurlijk, als mensen zien dat het aantal vrijspraken omhoog gaat, krijg ik meer klanten!
W. Ik weet niet of het zo werkt J., daar zou misschien eens empirisch onderzoek naar moeten worden gedaan, maar jullie juristen zijn geloof ik in het algemeen heel erg gekant tegen empirisch onderzoek. Bovendien, als ik voor mezelf mag spreken, vind ik het ook een gunstige ontwikkeling, want ik heb ook het gevoel dat heel veel mensen op onvoldoende gronden de bak in worden gedraaid. Zo lang er geen onafhankelijke revisieraad is, zullen we ook niet weten hoe erg het is, want alle eventuele fouten kunnen nu worden toegedekt.
J. Ha! Daar ben je weer met je complottheorie! Niet voor niets is de ondertitel van het boek van Bas Haan over de Deventer moordzaak: “het complot ontrafeld”.
W. Ja, laten we het eens over dat boek hebben. In dat boek wordt Michaël de Jong als een soort heilige opgevoerd tegenover de pathologische leugenaar Ernest Louwes. Hij eindigt zijn boek met: “Voor mij is de Deventer moordzaak gesloten. De ‘boekhouder’ heeft zijn straf er bijna op zitten, `de klusjesman’ is vrijgepleit”. En hij vervolgt met triomfantelijk te zeggen dat Michaël de Jong (dat is `de klusjesman’, weet je wel?) zo ongeveer het meest vergaande bewijs van goed gedrag heeft gekregen dat je in Nederland kunt krijgen. En wat is dat bewijs van goed gedrag? Een vergunning voor het bezit van een vuurwapen, een revolver. Hij had die vergunning aangevraagd voor schietoefeningen bij het trainen van honden. ‘De klusjesman’ is daarmee nu, volkomen legaal, de trotse bezitter van een `Smith & Wesson Chiefs Special 9MM’. Om zijn bewering kracht bij te zetten geeft hij zelfs op p. 241 een afbeelding van deze vergunning. Ik moest erg lachen toen ik dit las.
J. Lachen? Waarom in hemelsnaam?
W. Nou, om het feit dat politie en justitie, die geen enkele moeite hebben gedaan om verder onderzoek te doen naar het kopen van dat mes door Michaël de Jong in plaats van de magneetstrip die hij beweerde gekocht te hebben, hem een vergunning voor een revolver hebben gegeven. En om het feit dat Bas Haan dat krijgen van die vergunning voor een revolver als een bewijs van goed gedrag beschouwt. Die Bas Haan is volgens mij wel erg gezagsgetrouw. Het is jammer dat hij niet in Amerika woont, dan zou hij lid kunnen worden van de National Rifle Association en met nog minder moeite pistolen kunnen kopen in de “gun shops” om ook honden te gaan africhten. Als voorbereiding op het africhten van … De Hond.
J. Bah, wat een flauwe woordspeling is dat!
W. Het zij zo, ik vond hem zelf wel leuk. Het is ook zó voor de hand liggend dat ik me bijna niet kan voorstellen dat niet iemand dit al eens eerder heeft bedacht, een schot voor open doel, zogezegd. En dan ook nog Michaël de Jong, die een pistool nodig heeft om “Honden” af te richten, en de politie die hem de vergunning geeft om in dit kader een pistool te gebruiken! Als dat niet symbolisch overkomt, weet ik het niet meer! Dat was dus ook waar ik om moest lachen. Maar goed, heb jij dat boek van Bas Haan eigenlijk gelezen?
J. Nee W., daar heb ik natuurlijk geen tijd voor. Ik heb er wel veel over gehoord. Word jij trouwens niet geacht nog twee boeken op je vakgebied te schrijven? Komt dat niet een beetje in het gedrang door al dat gelees van boeken a la Louwes, Wagenaar, Haan, enz.?
W. Ja J., je hebt daar een goed punt, maar ik kan dat gesol met Louwes van Pauw, Witteman en Knevel, maar ook van Bas Haan+Heijne, gewoon niet aanzien. En zo ging het ook al met Lucia de Berk. Ik zou dolgraag wel vertrouwen hebben in de Nederlandse politie, OM en rechterlijke macht, en me alleen aan mijn eigen vak wijden, maar het vertrouwen is sinds 2007 verdwenen (met de Lucia de Berk zaak, waar ik toen toevallig in ben verzeild via die 1 op de 342 miljoen, weet je nog wel?) en hoe meer ik er over lees, hoe bezorgder ik word. Wat interessant is, is dat ondanks alle snorkende taal over ontrafelen van complottheorieën op de achterflap er allerlei beweringen in het boek van Bas Haan staan waarvan je op een eenvoudige manier kunt nagaan of ze waar of onwaar zijn.
J. Bijvoorbeeld?
W. Pagina 159: Louwes beweert tegen Bas Haan in een telefoongesprek (volgens Bas Haan) in 1999 te hebben meegewerkt aan DNA onderzoek. Bas Haan zegt dat er geen bloedafname is geweest en dat er voor 2003 nooit een DNA profiel is gemaakt. Hij zegt hier voor het eerst Louwes op een leugen te hebben betrapt. Wie spreekt hier onwaarheid?
J. Louwes natuurlijk. Zoals mevrouw Brughuis al zei: “Menig acteur kan een puntje zuigen aan het acteertalent van deze verdachte”. Hij is een geboren leugenaar.
W. Ik heb dit even nageplozen, J. Het OM heeft altijd ontkend dat dit is gebeurd, terwijl Louwes heel gedetailleerd is geweest over afname van DNA begin december 1999. Hij zegt een formulier ondertekend te hebben en beschrijft de afname en de man die het deed. Een half jaar geleden heeft het OM echter toegegeven dat het ondertekende document is gevonden, maar niet de DNA afname. Dat klinkt bekend.
J. Hoezo, dat klinkt bekend?
W. Zelfs volgens het verslag van Bas Haan is de weduwe gevonden met beige broek en een vest. Waar zijn de broek en het vest? Ze zijn “zoek”. Het formulier dat Louwes ondertekend heeft is gevonden, maar de afname zelf is “zoek”. De moeder van Denise Schouten heeft een pot met organen van haar dochter teruggekregen, maar het waren niet de organen van haar dochter, zoals later bleek. Waar zijn die organen? Ze zijn “zoek”. Justitie en het NFI raken toch wel erg veel kwijt.
J. Zeg jij maar niets, jij bent ook een enorme sloddervos!
W. Ja J., je hebt gelijk, maar als ik iemand op zou willen zadelen met moord, zou ik misschien toch wat voorzichtiger met de cruciale bewijsstukken omgaan! Ik begrijp eigenlijk niet waarom zo veel mensen justitie hier zo maar mee weg laten komen.
J. Nou ja, als dat bewijs met het DNA niet werkt, dan is er nog altijd die leugen over het in de file zitten en het financiële motief!
W. Over dat domme gepraat over het financiële motief, dat zelfs in laatste instantie niet door het hof in Den Bosch is gebruikt, maar waar Bas Haan wel een enorm punt van maakt (en in zijn voetspoor natuurlijk ook de media-giganten Pauw en Witteman), heb ik het nog wel een andere keer. Ik wil nu alleen nog iets zeggen over de expliciete beschuldigingen van leugens. Het gaat om vier beschuldigingen.
1. Louwes zou niet ‘s ochtends op bezoek zijn geweest bij de weduwe.
2. Hij zou gelogen hebben over zijn thuis eten op die dag (hier heeft de politie ook zijn vrouw nog tegen hem uitgespeeld).
3. Hij zou gelogen hebben over zijn in de file zitten.
4. Hij zou gelogen hebben over zijn telefoontje vanaf de A28.
Ton Derksen laat m.i. zeer overtuigend zien dat geen van deze vier leugens is aangetoond. Sterker nog, hij maakt zeer aannemelijk dat het OM zelf in minstens drie van deze vier gevallen leugenachtige verklaringen heeft afgelegd.
J. Complottheorie denken, W.! Het OM is veel te netjes om te liegen!
W. Mmm… Ik heb begrepen dat de hoge raad het alibi van het in de file zitten heeft “geneutraliseerd”. Ze hebben inmiddels de mogelijkheid van een telefoongesprek vanaf de A28 erkend, maar tegelijk het tijdstip van de moord opgerekt tot 12 uur ‘s avonds. De noodzakelijke handelingen voor het vaststellen van het tijdstip van de moord zijn nu eenmaal niet verricht of de informatie daarover is ook weer “zoek”, dus dat geeft een bijna onbeperkte mogelijkheid van “schuiven” (wat weer iets anders is dan “strepen”). Ik moest bij dat “neutraliseren” even denken aan de discussies over de neutronenbom.
J. Hoezo?
W. Nou, in de oorspronkelijke discussies over de neutronenbom hoorde je daar wel eens over spreken als een “schone bom”: een bom die levens verwoest, maar gebouwen heel laat. De analogie is in dit geval dat het gebouw van de hoge raad en meer algemeen het gebouw van de Nederlandse rechtspraak blijft staan, maar dat er wel heel veel levens worden verwoest. Helaas voor deze voorstanders van een “schone bom” verwoest de neutronenbom niet alleen levens, maar ook gebouwen. De bom van de dwaling in de Schiedammer parkmoord zaak heeft echter zelfs nog geen splintertje veroorzaakt in de vesting van de Nederlandse juristen! Hoe veel meer levens moeten nog worden verwoest, vraag ik me wel eens af?
J. Kom, kom, W., overdrijf je nu niet een beetje…

Wordt vervolgd…