Janine

January 7, 2011

Een paar weken geleden ging ik op een maandagavond kijken naar de film “Janine”. Dichtbij waar ik woon is een “filmhuis” waar deze film werd vertoond. De filmvoorstelling was uitverkocht (ik kreeg net voor aanvang de laatste plaats in de zaal omdat iemand zijn reservering niet was komen ophalen). Toch wel opmerkelijk (dat de filmvoorstelling was uitverkocht), vond ik. Evenals het feit dat er doodstil werd gekeken en geluisterd naar deze documentaire, afgezien van het lachen om de reclamejongens die een glossy aan het maken waren voor Janine en zich in passend jargon aan het beraden waren over hoe ze Janine moesten “marketen”. Hoogtepunt van deze beraadslagingen was het moment van de eerste versie van de “glossy”, waar de bouwer van het instrument waarop Janine Jansen speelt gespeld was als “Stradivarus” (dus een speciaal soort Rus: een Stradivarus).

Van Paganini (een beroemd violist uit de negentiende eeuw) werd verteld dat hij nooit oefende. Op dezelfde manier waarop Janine nu gevolgd werd in deze film, schijnt Paganini gevolgd te zijn door een bewonderaar die hem overal achterna reisde. Hij ging (volgens het verhaal) zelfs zo ver dat hij door het sleutelgat van de hotelkamer van Paganini keek om te kijken wat die aan het doen was. Hierbij was het één keer voorgekomen dat Paganini zijn vioolkist had geopend. Paganini’s “stalker” had toen gedacht: “Nu komt het!”. Maar Paganini had alleen een tijdje naar zijn viool gekeken en vervolgens de kist weer gesloten.
Het is grappig om de beschouwingen over het al dan niet oefenen van Paganini te lezen, bijvoorbeeld: “Dat Paganini nooit meer oefende is uitgesloten!”. Het is net zoiets als: “Dat Fermat zijn eigen laatste stelling echt bewezen heeft is uitgesloten!”. In feite denk ik dat ook, hoewel ik mij iets zekerder voel over de bewering over Fermat dan de bewering over Paganini.

Paganini sprak ook over zijn “geheim” (dat hem in staat zou stellen zo goed te spelen). Dat volgen van een beroemd artiest doet daaraan denken: een poging tot ontfutselen van een geheim. Wat dat betreft was het interessant om de opnamen van Janine Jansen te zien op heel jonge leeftijd. Er zijn (zeer krasserige) opnamen van Jascha Heifetz op jonge leeftijd, en volgens mij speelde hij toen een stuk beter dan Janine Jansen op jonge leeftijd. Des te opmerkelijker is om te zien hoe snel Janine beter is gaan spelen; als je naar haar spel als puber luistert -en kijkt- is er werkelijk een wereld van verschil. Dus wat moeten we hieruit afleiden? Ik denk vooral: oefenen onder goede leiding helpt! Of misschien moet ik zeggen: “kan helpen”. Als de aanleg er niet is zal het natuurlijk niet helpen.

Wat vooral interessant was in de film waren de commentaren van haar vriend Julian Rachlin. Hij zei o.a. dat zij alles benaderde vanuit de kamermuziek. Ik denk dat dat waar is. Je zag haar de driestemmige inventionen van Bach spelen, in een zetting voor viool, altviool en cello.
Wat mij weer, niet voor de eerste keer, deed denken dat deze versie eigenlijk ontroerender is dan de versie voor klavecimbel (of piano). In ieder geval: dat is de uitwerking die het op mij heeft.

Ook interessant was het verschil in “nadenken over hoe je het doet” tussen Julian Rachlin en Janine Jansen: Julian Rachlin had het soort training gehad waarbij hij had geleerd zich volkomen bewust te zijn van wat hij deed; volgens hem wilde Janine daar liever niet over nadenken (en daarom ook geen les geven). Wat dat betreft zijn violisten inderdaad zeer verschillend: als je les hebt kun je (volgens mij) maar beter te maken hebben met iemand die wel bereid is daar over na te denken!

En wat “het geheim” betreft: het onttrekt zich aan onze waarneming. Als je elke dag oefent, wordt het steeds beter (of kan het steeds beter worden, zie boven). Wat dat betreft is er een soort analogie tussen de beoefening van wiskunde en het bespelen van een instrument.
Het lijkt er soms op dat er een heleboel ‘s nachts gebeurt, als je slaapt. Bij het opstaan realiseer je je opeens dat… (bij het werken aan een wiskunde probleem). Of je kunt plotseling die passage spelen, waarvan je dacht dat je hem nooit zou kunnen spelen.
Of als componist (of schrijver) weet je ineens hoe je wat je tot nu toe hebt moet voortzetten. Misschien niet heel spectaculair voor de marketing, maar dat is wel hoe het gaat.


Brahms’ clarinet quintet (and the Delft Chamber Music Festival)

August 12, 2009

Last Friday I listened to Brahms’ clarinet quintet, opus 115, performed at the Delft Chamber Music Festival. This was preceded by the “Chansons de Bilitis”, music by Debussy on poems of Pierre Louÿs, and Fauré’s piano quartet opus 15. Afterwards I had a conversation with a friend about the fact that one should be open to different interpretations of music, and that this is something with which the Dutch in particular seem to have difficulty. Last year I wrote something on the same festival in connection with Midori’s performance (Midori, Nederland en het Delft Chamber Music Festival – in Dutch), which performance elicited very negative comments from gentlemen with upper class accents, sitting very close to me at the time, and this time it was not different. In particular the performance of Fauré’s piano quartet was criticized severely: not sufficiently restrained, etc. Last year Midori was too restrained, this time the performers were not sufficiently restrained. Very difficult to please these gentlemen!
Although I do not particularly like Fauré’s music, I thought that this performance was pretty good and in any case presented to us with great conviction. If I would have had the chance, I would have asked the performers to play it again from beginning to end to submerse myself a little more into it. I thought the performance of the chansons de Bilitis at the opening of the evening was absolutely superb, both by Clarlotte Riedijk, who seemed to me to have exactly the right type of voice for this, and the pianist Enrico Pace.

But, coming back to the Brahms clarinet quintet, I thought this was played fantastically (by which I mean: wonderfully), in particular by the clarinetist Sharon Kam. As happens very often (in my experience), the start is crucial, one is immediately “in it” of “out of it”. I heard a performance of the St Matthew passion in Seattle and prepared myself (at the time) for attempts to keep back the tears that come quite easily with the opening choir. But I did not need to prepare myself, because I was immediately “out of it” by what I heard there. And on Friday night it was the opposite: I was not prepared, but this time I had difficulties of the type I just described in listening to the opening choir of the St Matthew passion. The reason I didn’t expect it is that the string players usually indulge in a wide and slow vibrato in the opening forte which means (for me) that I can easily listen to that with dry eyes. But it was not like that this time, in spite of the remarks of neighboring gentlemen on the “unrestrained playing”. Perhaps the playing was “unrestrained”, but it did not bother me. Instead I asked myself the question, which (for some reason) I often have asked myself before: how would life be without Brahms’ music? If I did not know the intermezzi and rhapsodies for piano, the variations on a theme of Schumann, the three violin sonatas, the piano trios and piano quartets? And the clarinet quintet and the horn trio?

Is the clarinet quintet a “happy piece” (as one commentator puts it on youtube in the always interesting and amusing discussion there, where emotions run high)? I do not think so (that it is a “happy piece”). Perhaps Mozart’s clarinet quintet could be called a “happy piece”, but I think the Brahms clarinet quintet is a very melancholic piece. Even the beginning of it. The beginning theme returns at the end, “closing the circle” so to speak, and after the last notes sounded there was a long silence, very effectively triggered by the performers, by making no movement at all to encourage applause. Even this very ending makes it retrospectively clear that the beginning theme is not meant to be overly joyous. And concerning the second movement (the adagio movement): although the beginning of it is very quiet and perhaps not morose, there is a moment (in the piu lento), where the clarinet seems to shout to us: “No, no, it should not be like this!” So, if we imagine this movement played at a funeral, which no doubt has been done, although I have not experienced this, then, if the beginning would represent resignation, the outburst of the clarinet in the piu lento certainly does not represent that! At least, in my interpretation of it, which seemed to me also to be the interpretation of the performers on Friday night. But I also heard performances where the clarinetist happily plays these fast notes and then all the drama is completely gone!

There is also something extremely interesting in the way Brahms puts very dissimilar instruments together. In the horn trio for (natural) horn, violin and piano this is still more obvious than in the clarinet quintet, but the dissimilarity of the instruments always strikes me. And by letting the string players play “con sordino” in the second movement, Brahms even seems to stress the dissimilarity. On youtube Yuri Basmet is playing the clarinet part on a viola, and the string quartet is replaced by an orchestra. Just for fun I reproduce some of the discussion (including the spelling errors) on this on youtube below. There are two things to consider here: the replacement of the clarinet by the viola and the replacement of the string quartet. If one chooses to replace the string quartet by an orchestra, it seems more natural to me to keep the clarinet as the solo instrument. A clarinet can easily “blow away” a string quartet, but less easily a whole orchestra. But, anyway, the orchestral version doesn’t have it for me. And also, by making the instruments more similar (viola+string orchestra), the “loneliness” of the clarinet in its contrast with the string instruments is lost, which is indeed a loss, I think.

By the way, Sharon Kam had another fantastic performance in Messiaen’s quatuor pour la fin du temps on the last night of the festival, but also the other players were fantastic here. How far away was all this from the traveling virtuosi performances with lots of “encores”. After Messiaen’s quatuor pour la fin du temps an encore would have been impossible. What a treat! And how nice that a festival of this type where friends play together still exists!

Discussion on youtube.
Here is (via “copy and paste”) part of the discussion on Yuri Bashmet’s performance with orchestra (of Brahms’ clarinet quintet) on youtube (see: Brahms – Clarinet Quintet conducted by Bashmet pt.1-1):
CC.: I don’t see anything wrong with Bashmet playing viola here because Brahms specified the viola as an alternative to the clarinet.
However, there is absolutely no reason why Bashmet should be standing up as if it is a viola concerto. That is insulting. This is chamber music, not a show-off piece of music.
K. its so he can conduct i think.
CC. I believe it’s arrogance. There’s a reason why there are conductors.
J. As a violist I think, there is nothing wrong with transcribing it for an instrument of similar range and color. I am also a clarinetist, so I do see both sides of the argument. There are many pieces written for clarinet, and in my opinion few are as great as this. I do not see a problem with sharing the composition with viola, a very underestimated and underwritten for instrument. That being said, I think a lot of the natural color is lost my using an orchestra instead of a chamber ensemble.
HC. How arrogant of Bashmet to take Brahms’ beatuful melancholic calrinet quintet and turn it into a concerto for viola and orchestra! Not only that, but his playing is also very arrogant and virtuoso like. THMUBS DOWN. WAY DOWN.
K. How very ignorant and spiteful.
no.1 brahms wrote this as a quintet for clarinet OR viola, so he’s doing a brahms a favour by popularising the viola version, and he’s showing close minded arse holes like you how to play it differently.
no.2 you should respect bashmet for all he’s done for the viola, sure have an opinion, but get real, bashmets playing is hardly arrogant, its beautiful, and he is a very talented musician.
plus, you talk as you are better than him….like you could do better!
EE. Then perhaps how arrogant of Arnold Schönberg for the arrangement for chamber orchestra of this masterwork? No, enjoy the music, its beautiful, truly.

(This last comment was marked as “spam” in the discussion above on youtube. I could only see it by clicking on “Show” in “Comment(s) marked as spam Show”.)

Epilogue. I once read an interview with Toscanini, who was saying something like: “The most important thing is silence. Then you can hear (in your mind) the music as it is actually meant.” I think this is very true. As an example, after listening to Brahms’ clarinet quintet, I heard it “in my mind”. Strip the instruments, and try to listen to the music “in the mind’s ear”. Of course the clarinet should have its separate role, but the string quartet should be just one sound, answering (or be in dialogue with) the clarinet. Some performances lead more easily to this mind experiment than others. The Friday night performance induced this immediately (with me). I did not have to fight the performance first… This is how it should be.


Elisabeth concours (slot)

June 2, 2009

W. Het is geloof ik tijd voor wat nuance.
J. Jij en nuance, laat me niet lachen! Je lijkt de NRC wel, de krant die de nuance zoekt!
W. Je weet nog helemaal niet wat ik ga zeggen en je gaat al in de aanval!
J. Het zal wel weer over dat Elisabeth concours gaan.
W. Inderdaad, J. Er zijn wat harde woorden gevallen, speciaal in de Franstalige commentaren, over de winnaar Ray Chen en de tweede prijswinnaar Lorenzo Gatto die ik toch wat zou willen nuanceren.
J. Aha!
W. In de eerste plaats is zo’n concours een onding.
J. De gesel van de markt, W.!
W. Ja, ja, haal Annemarie Jorritsma er maar weer bij! Jouw partij en de VVD zitten wat dit betreft erg op één lijn. De “as van de markt” in plaats van (of misschien als verlengstuk van?) de “as van het kwaad” van Bush, die CDA en de VVD verbindt.
J. Mag ik je eraan herinneren dat wedstrijden tussen musici van alle tijden zijn? Ik meen te weten dat Händel en Scarlatti een wedstrijd hebben gehouden, waar Scarlatti als de beste clavecinist en Händel als de muzikaalste uit tevoorschijn kwam. Het was dus “onbeslist”. Of dit verhaal helemaal waar is weet ik niet, maar ik geloof wel dat het op iets dat werkelijk heeft plaatsgevonden is gebaseerd. En verder meen ik te weten dat zelfs jouw Bach aan wedstrijden deed, waaruit hij overigens altijd als winnaar tevoorschijn kwam.
W. Ik weet het J. Maar toch… Philippe Hirschhorn, die ook ooit dit concours gewonnen heeft, sprak over het concours als een loterij, en zei dat hij het gevoel had de jury “misleid” te hebben. En verder dat er in zo’n jury mensen (“old men”) met esthetische idealen van 50 jaar of langer geleden zitten. Ik zou het zelf bijvoorbeeld niet prettig vinden om voor een jury te spelen waar Jaime Laredo in zit, hoewel hij me verder in het interview dat ik met hem zag wel een aardige vent leek. Met mensen als Dumay en Laredo in de jury komt vanzelf zo’n bekkentrekker als Ray Chen bovendrijven.
J. Goed, goed, maar je begon over “nuance”.
W. Ja, ik heb nog wat naar de halve finales geluisterd voor een vollediger beeld en vond bijvoorbeeld dat Lorenzo Gatto daar de Havanaise van Saint-Saens toch wel erg mooi speelde. En de andere dingen die hij speelde Schnittke, Ysaye, Ledoux en de Wals-scherzo van Tchaikovsky en het vijfde concert in A van Mozart, ik vond dat hij dat eigenlijk ook heel mooi deed. Wel blijf ik er bij dat ik de meer duistere krachten mis in zijn spel en dat ik hem daarom niet de ideale Paganini speler vind, terwijl ik die duistere krachten wel gehoord heb in het spel van de laaggeplaatste Mayu Kishima.
J. Je aapt nu Menuhin na, die zei dat hij in het spel van Kreisler het “demonische” miste.
W. Ik ben inderdaad bekend met die uitspraak en ik probeerde (kennelijk tevergeefs) die enigszins te omzeilen. Maar het gaat hier wel om iets belangrijks. Weet je op welke violist het meest onsympathieke personage van “A la recherche du temps perdu” van Marcel Proust geïnspireerd is?
J. Nee.
W. Op Jacques Thibaud aan wie Ysaye zijn meest duistere solosonate heeft opgedragen. Als je dat zoetgevooisd gaat spelen, dan sla je toch wel de plank volledig mis. En met Paganini is het al net zo.
J. Goed, daar heb je misschien een beetje gelijk in. Maar ik zou graag nog wat meer over de “nuance” horen.
W. Het valt me op dat als ik naar die filmpjes kijk, waarin de kandidaten geïnterviewd worden, ik ze allemaal eigenlijk zo enorm aardig vind, allemaal op hun eigen manier natuurlijk. Zelfs Ray Chen, die je in een soort speeltuintje met kleuters ziet spelen, waarbij je de kleuter op de voorgrond verrast op ziet kijken. Dat “verkoopt” natuurlijk enorm, zo’n aandoenlijk tafereeltje, maar ik vond het desondanks wel leuk.
Maar goed, wat de nuance betreft. Mijn slotconclusie is toch dat je door zo’n wedstrijd de kans krijgt te luisteren naar allerlei verrassende interpretaties van stukken die je wel of niet kent en dat je (ik) daardoor weer zin krijg(t) de stukken die je hoort zelf te spelen.
J. Voorbeelden?
W. Li-yoon Park speelde in de halve finale Caprice d’après l’étude en forme de valse opus 52 van Saint-Saens in een transcriptie van Ysaye. Het was echt fenomenaal! Je kunt nu al deze dingen ook via youtube zien en beluisteren, hoewel de geluidskwaliteit nog iets beter is op Elisabeth Concours Live en dan kun je daar ook (op youtube) nog even luisteren en kijken naar Vengerov die daar het zelfde stuk speelt met enorm veel meer poeha en bekkentrekkerij. Wel enorm goed, natuurlijk, daar gaat niets van af, ondanks de vrijheden die hij zich veroorlooft, maar toch “not my cup of tea”. Merkwaardig genoeg was dit nummer dit jaar verplicht voor de kandidaten van het nationaal (Oscar Back) vioolconcours. Tot nu toe had ik geen enkele behoefte om het zelf te gaan spelen, maar na Li-yoon Park gehoord te hebben, wil ik het wel eens proberen. En ik had al gezegd dat ik ook al zo genoot van haar sonate van Ravel in de finale.
En Soyoung Yoon speelde in de halve finale het bekende Poème van Chausson, waar ik in het algemeen vreselijk de pest aan heb, hoewel iemand van wie ik les had ooit zei dat ik dit misschien als pièce de résistance op het repertoire zou moeten nemen. Ik zei zelfs tegen hem dat ik dat “zeikstuk” niet wilde spelen. Maar na het luisteren naar Soyoung Yoon, die hier trouwens ook heel mooi op de piano werd begeleid, zal ik dit toch nog eens heroverwegen (ze vloog tijdens een solo in dit stuk trouwens een keer vreselijk uit de bocht, maar kennelijk is haar dit niet te erg aangerekend; dat soort dingen moet ik de jury toch weer nageven). Dit is duidelijk zo’n stuk waarvoor geldt: “Minder is meer”.
Ik had het al over de sonate van Prokoviev in de versie van Mayu Kishima, maar zoals die het Poème élégiaque op. 12 van Ysaye speelde! Ik heb meteen de bladmuziek gekocht om het ook te gaan spelen. En die rare maar mij toch ook wel sympathieke Ilian Garnet speelde de derde Brahms sonate op een heel opmerkelijke manier, die me weer aan het denken heeft gezet m.b.t het eerste deel, waarin hij een enorm rustig tempo nam en erg ingetogen speelde. Hij speelde deze sonate überhaupt erg “kalm” op zijn viool van onbekend merk; heel verrassend vond ik dat!
J. Je wordt nu wel erg technisch, W.! Laten we er maar over ophouden.

Naschrift. De halve finales en finales van het Elisabeth concours kunnen nog steeds bekeken en beluisterd worden op Concours Reine Elisabeth/Koningin Elisabethwedstrijd. Ik kan iedereen aanraden om dit te doen zolang het nog kan, in het bijzonder de halve en hele finale van Mayu Kishima.


Elisabeth concours commentaren

June 1, 2009

Vandaag laat ik even wat Franstalige commentatoren (-trices) aan het woord.

Zie: commentaires.

Le premier prix est une blague de mauvais goût qui dévalorise l’image de ce concours. Un “Lang Lang” aux violon… ce n’est pas drole. C’est dommage que ce jury manque tellement de critère.
Lorenzo Gatto est une deuxième blague, c’est un élève qui a été poussé par le jury par des raisons purement politiques. Si vous voulez écouter un “vrai” Paganini, écoutez l’interprétation de Philippe Hishchorn.
Les resultats du Concours 2009 -GRAND DECEPTION – parcequ’en même temps c’est l’image de la crise spirituelle que nous traversons aujourd’hui.

Mayu Kishima à été magnifique en final. Malheureusement, sa demi final en à laissé plus d’un perplexe.. et automatiquement cela reste dans les mémoires. J’imagine que le jury juge malgré tout l’ensemble des prestations. Il y a sans doute une impression qui reste… Mais oui elle à été magnifique en final et pour ce tour la, elle aurait mérité d être dans les 6 premiers.

Waaraan ik nog toe zou kunnen voegen: iedereen die beweerde dat Mayu Kishima koud of onverschillig speelt, zou misschien nog eens moeten luisteren naar de manier waarop ze in de halve finale Poème élégiaque op. 12 van Ysaye heeft gespeeld via Concours Musical International Reine Elisabeth


Smile from your heart

May 31, 2009

W. De winnaar van het Elisabeth concours Ray Chen liet in het filmpje dat aan hem gewijd was een kaartje zien dat in zijn vioolkist lag, waarop stond “Smile from your heart”.
J. Ja, ontwapenend, hè?
W. Niks ontwapenend! Amerikaanse sales talk! Isaac Stern was ook een beetje op die manier bezig tegen de arme jonge Chineesjes in die documentaire over zijn reis door China.
J. Wat zullen we nou hebben? Ray Chen is geboren in Tai Wan en is daarna genaturaliseerd tot Australiër, al woont hij nu dan ook in Philadelphia. Had dat kaartje ook niet iets met Maxim Vengerov te maken?
W. Ja, dat is heel goed mogelijk; Maxim Vengerov is ook altijd zo bezig met “to smile from his heart”; als hij dat wat minder deed, zou ik hem al wat beter kunnen pruimen. Er is een zekere limiet aan de mate van bekkentrekkerij die ik kan verdragen, maar we zijn wat dat betreft op het moment totaal “over the top”. Denk eens aan de manier waarop Heifetz en Milstein op het podium stonden!
J. Heifetz was een echte ijspegel, dat kun je ook horen als je naar hem luistert.
W. Hier raken we een belangrijk punt, J.: de mensen die Heifetz een ijspegel vonden, luisterden volgens mij niet goed, maar lieten zich misleiden door het feit dat hij niet aan het bekkentrekken was op de manier van Vengerov en Ray Chen. Laten we eens iets nauwkeuriger kijken naar de manier waarop Ray Chen de sonate van César Franck speelde en die vergelijken met de manier waarop de leerlinge van Zakhar Bron, Soyoung Yoon, die speelde. Ray Chen merkte op dat de sonate van César Franck de “four cycles of life” gaf; eerste deel onschuld der jeugd, enz. Ik moest even denken aan de film “Spring, summer, fall, winter, and spring again” van Kim Ki-duk.
J. Ja, vond je dat geen prachtig beeld, die “four cycles of life”?
W. Nee J., ik vond het geen prachtig beeld, hoewel ik me best kan voorstellen waar zo’n gedachte vandaan komt. Het is me allemaal net iets te makkelijk. Ray Chen was het soort Amerikaanse Chinees die Amerikaanser is dan de Amerikanen van Angelsaksische oorsprong; ik heb in Amerika veel van die Chinezen ontmoet. In deze interpretatie wordt het vierde deel van de César Franck het deel van de “berusting” en inderdaad vond ik dat Ray Chen dit deel op een enigszins zalvende manier aan het spelen was, een manier van spelen die misschien wel past bij die “berusting” van de vierde levenscyclus, maar die verschilt van hoe ik over dat vierde deel denk.
J. Hoe denk jij dan over dat vierde deel?
W. Toevallig heb ik daar veel over nagedacht, o.a. omdat een Koreaanse violiste, bij wie ik dit ooit heb ingestudeerd, mij ook vroeg wat voor soort gevoel dit laatste deel bij mij opriep. Maar ik wilde het daar nu even niet over hebben, maar het hebben over de manier waarop Soyoung Yoon, de leerlinge van Zakhar Bron dit deel speelde. Die kreeg nl. van zowel het Vlaamse als het Nederlandse als het Waalse panel enorm op haar donder dat ze het te snel speelde.
J. Nou, als al die panels het hierover eens waren, dan moet het toch wel waar zijn!
W. Nee J., het was volgens mij ook een kwestie van niet goed luisteren. Waarom klonk het alsof het te snel was? Omdat de pianiste in feite het tempo niet bij leek te kunnen benen, waardoor allerlei passages in de pianopartij plotseling gehaast klonken. Als je luisterde naar de violiste klonk het helemaal niet te snel. In haar interpretatie zag je huppelende kindertjes voor je of voetballende jongetjes of iets dergelijks. Niks “berusting van de vierde levenscyclus”! Wel speelde ze af en toe niet zuiver, maar wie daarover valt is een kniesoor.
J. Toch wel belangrijk, W., je zult moeten toegeven dat Ray Chen het wel helemaal zuiver speelde!
W. Niks belangrijk, J.! Het gaat erom wat het oproept. En trouwens, op Ray Chens intonatie was af en toe ook best iets aan te merken, vooral in Tchaikovsky! Maar goed, laten we het ook nog even hebben over het eerste deel van deze sonate, het deel van de onschuld volgens Ray Chen (of de leraar van Ray Chen), weet je wel? In dit deel kun je heel veel glissandi maken en dan kun je kiezen “to lay it on thick” zoals Ray Chen deed of “to lay it on less thick”, zoals Soyoung Yoon dat deed. Je begrijpt zeker wel waar mijn voorkeur naar uitgaat?
J. Je moet je stuk verkopen, W., dat weet je toch? En dat was wat Ray Chen aan het doen was.
W. Als voor één stuk geldt dat je het niet moet “verkopen”, is het wel dat eerste deel van de sonate van César Franck. Dat moet uit het niets opdoemen, het is een soort wakker worden, elke overdrijving of verstoring van het ritme is hier dodelijk. En al die nadrukkelijke “gepassioneerde” glissandi of portamenti, die horen volgens mij niet bij het wakker worden. Wat je je ook nog kunt afvragen is of al die zware glissandi of portamenti consistent zijn met de “onschuld visie” van dit deel. Maar het Vlaamse panel toonde zich zeer enthousiast over al die portamenti van onze Ray Chen. Die vonden het zelfs gedurfd of zo. Bah!
En dan nog wat. De tweede prijswinnaar Lorenzo Gatto speelde Paganini heel welluidend en zoetgevooisd, ik zou bijna zeggen “with a smile from his heart”. Ik zou heel benieuwd zijn hoe Mayu Kishima dit zou spelen. Ik weet zeker dat het niet “with a smile from her heart” zou gaan en het hoeft ook helemaal niet “with a smile from the heart”! In de beschrijvingen van mensen die Paganini hebben horen spelen stortte hij zijn toehoorders van de hemel in de hel, prachtige klanken werden afgewisseld door gekerm van katten en rauwe klanken. Ik acht Mayu Kishima in staat dit te bewerkstelligen, maar ik heb niets van deze afwisseling gehoord in het spel van Lorenzo Gatto dat (toegegeven) wel heel goed was. Wat ik daarentegen zo sympathiek in het spel van Mayu Kishima vond was de totale afwezigheid van zoetgevooisdheid.
J. Je bent een misantroop, W.!


Jan en Willem blikken terug op het concours.

May 31, 2009

J. Jouw violiste Mayu Kishima heeft het gisteren in hoger beroep bij de jury niet gehaald, hè?
W. Nee.
J. Zie je nou wel! De jury zag ook dwars door dat leugenachtige in haar spel heen!
W. Ik heb een enigszins andere visie op deze hele zaak.
J. Ongetwijfeld! Kom maar op!
W. Ik wil beginnen met op te merken dat de violistes die ik persoonlijk de eerste en tweede plaats zou hebben gegund leerlingen van Zakhar Bron zijn.
J. De leraar van Vadim Repin en Maxim Vengerov?
W. Ja. Ik heb gehoord dat leerlingen van Zakhar Bron het in het algemeen tegenwoordig op concoursen wel kunnen vergeten, omdat hij heel slecht “ligt” bij zijn collega’s, die hem willen pakken via zijn leerlingen.
J. Ik wist het, ik wist het! Dat wil zeggen, ik wist dat je weer met een complottheorie aan zou komen zetten!
W. Ja, en ik weet dat dat volgens jullie juristen het ergste is dat je kunt doen. Al zou het volledig waar zijn, dan nog mag het niet. En waarom mag het niet? Het verstoort de gevestigde orde.
J. Ja, het veroorzaakt geheel onnodig onrust. Laat zo’n jury nu maar gewoon rustig zijn werk doen door cijfertjes op een papiertje te schrijven en door de computer te laten verwerken, objectiever kan het bijna niet. En… de computer doet uiteindelijk het werk, daar zou jij toch helemaal voor moeten zijn?
W. Ja, dat is typisch het denken van een alfa, het spijt me dat ik het moet zeggen. Hoe klungeliger ze zijn met computers, hoe meer respect ze hebben voor wat er “geheel objectief” uit de computer rolt. Ik dacht na afloop van dit concours: “Misschien was het beter geweest als ze er met zijn allen nog even over gepraat hadden en de computer er buiten hadden gelaten, misschien dat ze dan nog enigszins bij zinnen zouden hebben kunnen komen m.b.t. de plaatsingen 4 en 5!”.
J. Die mollige Beierse Koreaanse en die ernstige Russische jongen hebben toch heel “gaaf” gespeeld?
W. Ik zou liever het woord “gaaf” door “braaf” vervangen en hier willen spreken van de “triomf der braafheid”. Dus ik kan wel begrijpen dat jullie juristen daar door gecharmeerd worden.
J. Dat is een beetje onder de gordel, vind je niet?
W. Ja, misschien wel, maar ik voel me ook nog steeds behoorlijk kwaad over deze gang van zaken.
Iets anders is dat ik je even wat zou willen leren over de “niet robuustheid” van het gemiddelde.
J. “Niet robuustheid”?
W. Stel je hebt 3 verschillende getallen, zeg 8, 9 en 10. Wat is “het midden”?
J. Het getal 9 natuurlijk.
W. O.K. Nu gaan we naar de getallen 1, 9 en 10. Wat is nu “het midden”?
J. Nog steeds 9 natuurlijk.
W. Aha! Je kiest voor de mediaan van deze getallen. Dat is een zogenaamde “robuuste” maat voor het midden, omdat hij ongevoelig is voor zg. “outliers”. Maar het gemiddelde is niet robuust. Als ik kijk naar het gemiddelde van deze getallen, dan is dat ongeveer een zes en een half. Men noemt dit wel eens “voldoende tot ruim voldoende”. Dat is behoorlijk veel lager dan jouw 9!
J. Ja, O.K. Maar wat is de relevantie hiervan voor het concours?
W. Stel ik ben jurylid en ik heb de pik op Zakhar Bron. Een leerling van Zakhar Bron komt voorbij en ik denk: “Ha, ik ga die Zakhar eens even pakken door zijn leerling een 1 in plaats van een 8 te geven”. Twee andere juryleden blijven echter bij hun 9 en 10. We gooien het in de computer en die komt met 6.6666… als resultaat. Enorm objectief, hè?
J. Ja.
W. Maar stel eens dat we er over gepraat hadden en die twee die een 9 en 10 hadden gegeven hadden aan mij gevraagd: “Waarom geef je deze kandidate, die de eerste sonate van Prokoviev zo adembenemend heeft gespeeld, in godsnaam een 1?”. Dan kan ik niet zeggen: “Omdat ik de pik heb op Zakhar Bron.” Dan zal ik toch met een of andere smoes aan moeten komen. Dus… misschien was het toch wel beter geweest als ze er met elkaar over hadden gepraat en niet op de “objectiviteit” van de computer hadden vertrouwd. Ik weet natuurlijk niet exact hoe het gaat, maar ik signaleer hier een mogelijk gevaar van het “cijfertjes in de computer gooien”.
J. Mmm… Ik moet hier geloof ik nog eens over nadenken. Ik zou willen zeggen: “Daar zijn die juryleden veel te netjes voor”. Je kunt er toch wel van uitgaan dat die juryleden hun taak met de uiterste zorgvuldigheid hebben uitgevoerd.
W. Daarop zou ik willen antwoorden: “Menschliches, Allzumenschliches”.


Jan en Willem over het Elisabeth concours

May 29, 2009

J. Jij volgt zeker het Elisabeth concours?
W. Ja.
J. Heb je gisteren ook gekeken en geluisterd?
W. Ja, ik heb eerst op internet geluisterd (en gekeken) naar de live uitzending via Concours Reine Elisabeth en daarna nog eens via Canvas naar de samenvatting gekeken en geluisterd.
J. En?
W. Ik vond de manier waarop Mayu Kishima de eerste sonate van Prokoviev speelde adembenemend! Ik houd erg van die sonate, net als van zijn eerste vioolconcert.
J. Ha! Heb je ook gehoord wat onze twee landgenoten ervan vonden op Canvas?
W. Ja, ik heb het gehoord.
J. En?
W. Het was het stompzinnigste wat ik dit tweetal heb horen zeggen tot nog toe. Het deed me ook weer denken aan wat de officieren van justitie in de processen tegen Louwes zeiden. Het Nederlandse tweetal beschuldigde Mayu Kishima van onoprechtheid en onverschilligheid. “Heel koelbloedig heeft verdachte ons misleid op haar Stradivarius, die bovendien op afstand de beste viool is die we tot nu toe hebben gehoord. Niets van wat zij deed was oprecht”, iets in die trant brachten zij te berde. Ik geloof dat de gemiddelde Nederlander alleen nog ontroerd kan worden als er dingen die het toppunt van wansmaak zijn uit het huis van Pim Fortuyn worden weggehaald of als Paul de Leeuw op TV zegt: “Mensen, wat is het weer gezellig vanavond!”
J. O, jij bent zeker ook weer iemand die tegen dat salaris van 6 ton van Paul de Leeuw is?
W. Dat kan me eerlijk gezegd niets schelen, J. Wel zou het prettig zijn om zijn gezicht even niet op de buis te hoeven zien. Als dat gebeurt, zap ik meteen weg of zet de tv uit!
J. Jij hebt het geloof ik niet zo op onze tv presentatoren, hè? Maar even terug naar Mayu Kishima: je hebt zeker ook wel gehoord dat haar intonatie te wensen overliet?
W. Als je alles gehad hebt, krijg je ook dat nog! “Intonatie liet te wensen over”, dat is net zo’n soort mantra als “de Trias Politica verbiedt ons om hier iets over te zeggen!”, met het verschil dat het eerste tot ons komt via andere kanalen, bijv. via het programma diskotabel op zondagmiddag, radio 4. Ik zou daar heel veel over terug kunnen zeggen, maar ik laat het maar even. De eerste kandidaat Park Ji-Yoon gisteravond speelde duidelijk niet zuiver, in de zin van dat er dingen misgingen, in het vioolconcert van Tchaikovsky, terwijl ze daarvoor toch bijv. de sonate van Ravel heel subtiel gespeeld had en überhaupt erg mooi speelde zodat die dingen die misgingen van geen enkel belang waren. Dat soort dingen waren echter bij Mayu Kishima niet aan de orde.
J. Vond jij het vibrato van Mayu Kishima niet wat te snel. W.?
W. Je slaagt er wel in me bozer en bozer te maken!
J. En zag je hoe ze bij dat interview na afloop de interviewer niet recht aankeek? Ook al zo’n kenmerk van leugenachtigheid en onoprechtheid!
W. Zag je ook hoe die Duitse dame die toevallig voorbijkwam haar omarmde uit dankbaarheid voor haar spel? Heb je trouwens nog meer?
J. Ja, in dat filmpje met haar beweerde ze dat ze daar in België zo van de natuur genoot en voor het eerst van haar leven een paard van dichtbij zag. Dat is natuurlijk gelogen, ze is 22 jaar!
W. Het lijkt me mogelijk dat ze niet liegt, J.!
J. En merkte je ook dat ze geen steun had onder haar viool en dat ze haar kin naast de kinhouder zette op haar viool in plaats van er op? Waarom heb je een kinhouder op je viool als je je kin er naast zet? Ook zei ze dat ze “veel geleerd had van de Stradivarius die ze nu even te leen heeft”. “Geleerd hebben van een niet-levend voorwerp”. Allemaal heel verdacht, W.!
W. We zullen even afwachten hoe deze zaak in hoger beroep bij de jury afloopt op zaterdag, J.! Ik hoop dat ze haar zaak wint bij de jury!