Een bezoek aan de refuseniks en een conferentie in Tashkent, deel 5

December 9, 2010

Al ongeveer een half jaar denk ik dat ik mijn stukjes over de refuseniks af moet maken, maar er is gewoon geen tijd; “mijn vak roept”, om het zo maar eens te zeggen. Maar vandaag, toen Vrij Nederland in de bus viel, met voorop Lucia de Berk, en daaronder: “Na de vrijspraak. Lucia de B. en Kees B. kregen hun naam terug. Nu hun leven nog.”, probeer ik me aan te gorden om het af te maken.

De mensen die direct of indirect verantwoordelijk zijn geweest voor de veroordeling van Lucia de Berk (waarvan een aantal banden hebben of hadden met de Erasmus Universiteit, Rotterdam) proberen nog steeds op slinkse wijze hun gelijk te halen. Dat verschijnsel van te maken krijgen met mensen die ondanks het feit dat duidelijk de onschuld aan het licht gekomen is nog steeds proberen de veroordeelde verdacht te maken is iets waar Kees Borsboom (die volgens het Vrij Nederland artikel elke dag aan zelfmoord denkt) ook last van heeft.

Lucia de Berk is officieel vrijgesproken, maar dat voorrecht is Kees Borsboom niet ten deel gevallen. Vrijspraak voor Kees Borsboom is op uiterst laffe wijze vermeden door het Openbaar Ministerie “niet ontvankelijk” te verklaren, zie voor informatie hierover bijvoorbeeld het boek “De slapende rechter” van Wagenaar et al. De Rotterdamse officier van justitie die waarschijnlijk bewijsmateriaal heeft achtergehouden om Borsboom achter de tralies te krijgen is inmiddels benoemd tot rechter in Dordrecht. Ik kan me begrijpen dat dit voor Borsboom een onverdraaglijke gedachte is. Voor meer details over deze zaak, zie: De grote misleiding en de Wikipedia artikelen Commissie Posthumus en Schiedammer Parkmoord. Ik citeer: “Harm Brouwer, hoofd van het college van Procureurs-generaal, erkende dat het OM “onmiskenbaar fouten” had gemaakt en dat er “heel veel” was misgegaan, met ernstige gevolgen. Volgens hem was uit het onderzoek echter niet gebleken dat het OM “te kwader trouw of bewust verkeerd” zou hebben gehandeld.”. Groen-Links en de SP hebben in de tweede kamer naar aanleiding van deze zaak een motie van wantrouwen tegen minister Donner ingediend (die in deze kwestie voortdurend het OM de hand boven het hoofd heeft gehouden), maar deze motie kreeg geen meerderheid (want dat durfden de gezagsgetrouwe grote partijen natuurlijk niet aan; merkwaardig genoeg -of misschien niet zo merkwaardig- werd de motie wel gesteund door de “groep Wilders”). Zo lang er in Nederland geen revisieraad naar Engels model is, zal justitie de gemaakte fouten kunnen blijven toedekken.

Ik zou hier graag nog het een en ander over willen zeggen, maar laat ik vandaag maar beginnen met te vertellen hoe dat afliep met Piet Groeneboom en de Bernoulli society na zijn bezoek aan de refuseniks. Jaren later was er een week in Oberwolfach voor kansrekenaars en statistici. Oberwolfach is een klein plaatsje in het Schwarzwald waar een wiskunde instituut op een heuvel ligt. Hier kun je als wiskundige worden uitgenodigd voor een week die gewijd wordt aan een deel van de wiskunde waarin je geacht wordt expert te zijn. Ook kun je worden uitgenodigd als je op een of andere manier een machtige positie in de wereld van de wiskunde hebt en niet per se een expert bent op het gebied waar zo’n week aan is gewijd. Wiskundigen vinden het daar in het algemeen heel leuk; er is bijvoorbeeld een muziekkamer waar ik vaak strijkkwartet heb gespeeld of bijv. (voor het eerst van mijn leven) de Goldberg variaties van Bach in een zetting voor viool, altviool en cello. Ook staat er een vleugel, dus er kunnen ook piano trio’s worden gespeeld, enz. Ik ben er nu al weer een tijdje niet meer geweest, maar er kon ook worden gepingpongd en gebiljart en woensdagmiddag werd er altijd gewandeld in de bergen. En ‘s avonds en ‘s nachts werd er meestal vrij veel gedronken, hoewel dat enigszins van het aanwezige gezelschap afhing; ik ben er ook wel eens geweest in een week waarin iedereen vroeg naar bed ging.

In ieder geval: op zo’n avond, of liever gezegd nacht in Oberwolfach, zaten B. en ik, samen met wat Amerikanen en een (van origine) Australiër (die mij de volgende ochtend vertelde “very embarrassed” te zijn door wat zich had afgespeeld) wat te drinken in het hoofdgebouw, toen B. mij ineens vroeg: “Piet, do you still remember our flight from Moscow to Tashkent?” Waarop ik antwoordde: “Of course I remember, B.! That was the flight where you threatened to throw me out of the Bernoulli society if I would persist in my plan to visit the refuseniks!”. B. werd toen bijzonder rood in het gezicht en schreeuwde: “That’s a lie! Take that back! I don’t take that from you, Piet!”. Ik wil even stil staan bij: “I don’t take that from you, Piet!” Wat betekent dat precies? Dat vroeg ik mij toen ook al af. Betekent het dat hij het wel “genomen” zou hebben van een belangrijker iemand, maar niet van zo’n onbelangrijk persoon als ik? Maar goed, ik antwoordde: “Well, I’ll try to reproduce your exact words. I think you said that it would have very serious consequences for my position in the Bernoulli Society”. B. gaf toen toe dat hij dit wel eens gezegd zou kunnen hebben. Want wat was het geval? “I was up for a nomination in the council of the Bernoulli Society” en het was misschien verstandiger om dit niet te laten doorgaan met zo iemand die niet de officiële lijn van de partij, pardon de Bernoulli Society, volgde, en het voornemen om de refuseniks in Moskou op te zoeken ondanks alle waarschuwingen toch doorzette! Grappig genoeg wist ik niets van die eventuele benoeming in de council van de Bernoulli Society en als ik het wel had geweten zou het geen enkel verschil hebben gemaakt. Sommige mensen (waaronder B.) vinden het heerlijk om vereerd te worden met dat soort officiële functies, maar ik behoor niet tot die categorie! Een bevriende collega zei later tegen mij: “Ben je daar even mooi aan ontsnapt!” Inderdaad heeft B. kennelijk mijn benoeming in die council verijdeld, want ik heb er nooit meer iets van gehoord en wist er ook niets van tot dat gesprek in Oberwolfach.

Nu deze kwestie is afgehandeld (eigenlijk is het een stukje geschiedschrijving), kan ik nog iets zeggen over het bezoek aan de refuseniks zelf. Ik had strikte instructies uit Nederland en een telefoonnummer gekregen van Alexander Joffe (een foto die ik van hem zag in een TV uitzending op een zondagmiddag over de refuseniks heeft deze serie blogs “getriggerd”). Die mocht ik niet uit mijn Akademia hotel in Moskou bellen, maar ik moest naar beneden gaan en in een telefooncel op straat bellen. Je gangen en telefoongesprekken in het Akademia hotel werden inderdaad gecontroleerd; er zat bijvoorbeeld een meisje op de overloop van de verdieping waar mijn kamer was, die iets in een boekje schreef als ik wegging of terugkwam. Ik heb dus gebeld uit een telefooncel en met Alexander Joffe afgesproken hem te ontmoeten aan het eind van een metrolijn in een station met spiegels. Kennelijk een bekend ontmoetingspunt, ook voor paartjes…

Een aantal mensen wilde graag met mij meegaan, een bekende Amerikaanse statisticus P.B. (vriend van de Nederlandse B.), mijn promotor K.O., en twee Nederlandse kansrekenaars, die ik zal aanduiden met L. en F.; L. had ook een “briefing” gehad van de Nederlandse organisatie die mij had benaderd over het bezoek en had net als ik het verbod om te gaan genegeerd. P.B. duidde de brief die ons uit Moskou via B. was toegestuurd aan als de “hysterical letter of G.” en vatte dus die verboden om te gaan ook niet al te serieus op. Maar om een of andere reden heb ik toch de volle blaam voor dit bezoek gekregen.

Tot mijn verbazing ging alles volgens plan. We ontmoetten Alexander Joffe in het metrostation en werden door hem naar een bushalte gebracht. Het was behoorlijk koud en er stonden heel veel mensen te wachten bij die bushalte. De bus was dan ook zo vol dat het onmogelijk was de stempelautomaat te bereiken. We stonden daar als haringen in een ton totdat we dichtbij de flat van Alexander Joffe waren. Bij hem thuis troffen we ook een oudere collega van hem aan (die al 20 jaar probeerde het land uit te komen). Zijn vrouw serveerde lekkere dingen bij de thee. Alexander vertelde dat zijn moeder, zodra hij de wens te kennen had gegeven dat hij naar Israël wilde emigreren, ontslagen was wegens “het niet goed opvoeden van haar kinderen”. Hij zelf kon ook wel vergeten ooit nog als wetenschapper in Moskou aan de slag te kunnen komen, want zodra je de wens te kennen had gegeven het land te verlaten, kreeg je een aantekening op je “conduite” staat dat je “morally unstable” was. En daar nog bijgevoegd dat je jood was maakte dat je alleen nog conciërge kon worden of iets van dien aard. Verder kon je proberen aan geld te komen door bijlessen te geven. Iedereen die ik toen gesproken heb is inmiddels het land uit, dus ik kan er nu vrij over spreken. Freidlin, die hier niet bij was, maar wel bevriend met Alexander Joffe, was ook naar Tashkent geweest en had daar aan het begin van zijn praatje een uiteenzetting over de situatie van de refuseniks gegeven, die simultaan in het Engels, enz. vertaald was; een succesje van de refuseniks, waar Alexander Joffe opgetogen over vertelde.

Ik had op aanraden van de Nederlandse organisatie wat (wiskundige) rapporten meegenomen (de refuseniks hadden geen toegang tot de wiskunde bibliotheken), F. had chocola meegenomen (hij vertelde mij nog onlangs dat hij daar eigenlijk zo’n slecht gevoel over had, maar hij had niets anders kunnen bedenken). Toch goed van F. om ueberhaupt iets mee te nemen (vind ik). Het was voor mij een onvergetelijke avond en ik geloof voor de anderen ook, hoewel ik behalve met F. en L. er daarna nooit meer met de anderen over gesproken heb.

F. herinnert zich dat we in een taxi zijn teruggegaan en daarbij eindeloos door grauwe buitenwijken zijn gereden. Ik herinner me daar eerlijk gezegd niets meer van. Wel herinner ik me de opluchting bij het weer terugzijn in “het Westen”, een opluchting die ik altijd voel als ik het oostblok heb verlaten (moet ik bekennen).

A screen-shot of Biff (B., aka Bill) and his pals. Biff encourages his mates to go after the probabilist-statistician P.G. (not in the picture), who ignored his veto. The guy (boy) with the white-rimmed sunglasses has been identified to be the well-known statistician of British descent R.D.G. (he seems unsure of whether going after P.G. is a wise thing to do; perhaps he is also thinking: “Biff is a very powerful guy, I have to think of my future”, see visit to the refuseniks, part 3).

Epilogue. (I switch to English which I should perhaps have done at the start of this blog.) I lost track of the refuseniks I met that evening in Moscow. On internet I found the following links:

Soviet ‘Refuseniks’: All They Want Is Out
A Refusenik Tries Hunger to Free His Son’s Family.

They are from long ago and roughly date back to the time of my visit. It is interesting to read again about the pretext the refusenik was given for the disallowance to emigrate: this was for “national security” reasons. This pretext was for example also used for the refusal to let Freidlin leave the country (“his wife had had access to “classified material””).

Advertisements

De burger tegen het ambtelijk apparaat

February 8, 2010

Ik vind het bijzonder mooi om te zien dat bepaalde Nederlandse (en zelfs -van origine- niet-Nederlandse, zoals Kevin Sweeney, zie Justice for Kevin Sweeney) burgers het op blijven nemen tegen in Nederland oppermachtige ambtelijke apparaten, zoals het OM, de rechterlijke macht en het NFI. Een recent voorbeeld daarvan wordt gegeven in: Als slager NFI zijn eigen vlees keurt van Maurice de Hond. Wie zich serieus in de Deventer moordzaak heeft verdiept en niet klakkeloos gelooft wat Bas Haan daarover in zijn boek heeft gerapporteerd, moet verbijsterd zijn over de manier waarop hier justitie samen met NFI en de firma Eikelenboom heeft geopereerd. Wie dan ook nog (zoals ik) het boek van Louwes Schuldig en de boeken Broddelwerk van Wagenaar en De slapende rechter van Wagenaar et al. heeft gelezen is misschien al weer wat minder verbijsterd, omdat de verbijstering over bijvoorbeeld het “strepen” in verklaringen van getuigen als die niet kloppen met de veroordeling (zonder zelfs door puntjes aan te geven dat er iets weggelaten) dat in het strafrecht “usance” schijnt te zijn al eerder heeft toegeslagen. Het blijft er niet minder erg om!
Mijn eigen ervaring in verband met de Lucia de Berk zaak (zie: Lucia de B. en de Nederlandse en Engelse Wikipedia artikelen Lucia de Berk (Nederlands) en Lucia de Berk (Engels) is dat de meeste mensen er eigenlijk liever niets over willen horen, en zeker niet de moeite willen doen om zich te verdiepen in wat er allemaal misgaat bij veroordelingen in Nederland. Des te meer bewondering heb ik daarom voor mensen die blijven strijden tegen deze in Nederland oppermachtige ambtelijke apparaten.

Zeer treurig is wel dat deze instanties door de voorstellen van minister Hirsch Ballin hun monopolie blijven behouden en dat er in Nederland geen onafhankelijke revisieraad naar Engels model komt. Nee, we moeten het doen met de sussende woorden van Harm Brouwer, die in Officieren van justitie in de fout onder andere beweerde dat het sjoemelen van het OM door “cursussen” bestreden zou worden. Wat moeten we ons hierbij voorstellen? “Mijnheer of mevrouw de officier van justitie, dat vervalsen van bewijsmateriaal en het leveren van onvolledige dossiers, dat hoort eigenlijk niet, wist u dat wel?”. Of: “Niet meer doen hoor, dat weglaten van getuigenverklaringen uit het dossier, of in ieder geval zorgen dat men het niet merkt!”. Of: “En bewijsmateriaal zo snel mogelijk zoekmaken of vernietigen, zodat daar geen gezeur meer over komt”. Zoiets stel ik mij persoonlijk daarbij voor.


Zembla kraakt OM-topman Brouwer

February 1, 2010

In de uitzending van Zembla Officieren van justitie in de fout zagen we gisteren de bedreigde (althans: de zich als bedreigd gedragende) OM-topman Brouwer, die zich moest verantwoorden voor het knoeien van het OM, zoals het achterhouden van bewijs en het leveren van onvolledige dossiers, en het desondanks doorstromen van de betrokken officieren van justitie naar andere (meestal betere) functies.
Hij had hier hier geen verstandig woord op te zeggen, maar bleef volhouden dat er “interne sancties” voor deze missers waren (onzichtbaar voor Nederland minus het OM of misschien zelfs wel voor Nederland inclusief het OM). Hij was zeer defensief en geïrriteerd en maakte een bijzonder zwakke indruk.

Je zou verwachten dat er dan op teletekst en in de krant komt te staan: “Zembla kraakt OM-topman Brouwer”. Maar nee, deze media staan inmiddels al zo onder controle van het OM dat we in plaats daarvan zien verschijnen “OM-topman Brouwer kraakt onderzoek Zembla”. Brouwer zal na zijn zwakke optreden in Zembla wel gedacht hebben: “De aanval is de beste verdediging”.


Een tweede gesprek van Jan en Willem

May 26, 2009

(Dit is een vervolg op een gesprek tussen Jan en Willem.)

J. Jij hebt zeker wel gekeken naar die uitzending gisteren van NOVA, waar geloof ik de voortreffelijke journalist Bas Haan voor verantwoordelijk was, over het feit dat het percentage vrijspraken verdubbeld is?
W. Ja, ik heb het gezien.
J. Besef je wel hoe erg het inmiddels is geworden? Die rechters doen veel meer vrijspraken, omdat ze anders bang zijn weer gedonder te krijgen. Gelukkig had de VVD onlangs een poster over streng straffen die weer een beetje tegengas geeft tegen dit soort ontwikkelingen.
W. Mmm… Er traden twee BN-ers op in deze uitzending die een totaal andere visie hadden op deze ontwikkeling; de heer van Koppen vond het (misschien) een zorgwekkende ontwikkeling (helemaal duidelijk was zijn standpunt niet, terwijl hij toch vaak zulke stellige meningen verkondigt), maar Spong vond het helemaal geen zorgwekkende ontwikkeling. In tegendeel: Spong vond het een goede ontwikkeling!
J. Ja, allicht vindt Spong dit een goede ontwikkeling, hij is advocaat!
W. Wat bedoel je?
J. Nou hij denkt natuurlijk, als mensen zien dat het aantal vrijspraken omhoog gaat, krijg ik meer klanten!
W. Ik weet niet of het zo werkt J., daar zou misschien eens empirisch onderzoek naar moeten worden gedaan, maar jullie juristen zijn geloof ik in het algemeen heel erg gekant tegen empirisch onderzoek. Bovendien, als ik voor mezelf mag spreken, vind ik het ook een gunstige ontwikkeling, want ik heb ook het gevoel dat heel veel mensen op onvoldoende gronden de bak in worden gedraaid. Zo lang er geen onafhankelijke revisieraad is, zullen we ook niet weten hoe erg het is, want alle eventuele fouten kunnen nu worden toegedekt.
J. Ha! Daar ben je weer met je complottheorie! Niet voor niets is de ondertitel van het boek van Bas Haan over de Deventer moordzaak: “het complot ontrafeld”.
W. Ja, laten we het eens over dat boek hebben. In dat boek wordt Michaël de Jong als een soort heilige opgevoerd tegenover de pathologische leugenaar Ernest Louwes. Hij eindigt zijn boek met: “Voor mij is de Deventer moordzaak gesloten. De ‘boekhouder’ heeft zijn straf er bijna op zitten, `de klusjesman’ is vrijgepleit”. En hij vervolgt met triomfantelijk te zeggen dat Michaël de Jong (dat is `de klusjesman’, weet je wel?) zo ongeveer het meest vergaande bewijs van goed gedrag heeft gekregen dat je in Nederland kunt krijgen. En wat is dat bewijs van goed gedrag? Een vergunning voor het bezit van een vuurwapen, een revolver. Hij had die vergunning aangevraagd voor schietoefeningen bij het trainen van honden. ‘De klusjesman’ is daarmee nu, volkomen legaal, de trotse bezitter van een `Smith & Wesson Chiefs Special 9MM’. Om zijn bewering kracht bij te zetten geeft hij zelfs op p. 241 een afbeelding van deze vergunning. Ik moest erg lachen toen ik dit las.
J. Lachen? Waarom in hemelsnaam?
W. Nou, om het feit dat politie en justitie, die geen enkele moeite hebben gedaan om verder onderzoek te doen naar het kopen van dat mes door Michaël de Jong in plaats van de magneetstrip die hij beweerde gekocht te hebben, hem een vergunning voor een revolver hebben gegeven. En om het feit dat Bas Haan dat krijgen van die vergunning voor een revolver als een bewijs van goed gedrag beschouwt. Die Bas Haan is volgens mij wel erg gezagsgetrouw. Het is jammer dat hij niet in Amerika woont, dan zou hij lid kunnen worden van de National Rifle Association en met nog minder moeite pistolen kunnen kopen in de “gun shops” om ook honden te gaan africhten. Als voorbereiding op het africhten van … De Hond.
J. Bah, wat een flauwe woordspeling is dat!
W. Het zij zo, ik vond hem zelf wel leuk. Het is ook zó voor de hand liggend dat ik me bijna niet kan voorstellen dat niet iemand dit al eens eerder heeft bedacht, een schot voor open doel, zogezegd. En dan ook nog Michaël de Jong, die een pistool nodig heeft om “Honden” af te richten, en de politie die hem de vergunning geeft om in dit kader een pistool te gebruiken! Als dat niet symbolisch overkomt, weet ik het niet meer! Dat was dus ook waar ik om moest lachen. Maar goed, heb jij dat boek van Bas Haan eigenlijk gelezen?
J. Nee W., daar heb ik natuurlijk geen tijd voor. Ik heb er wel veel over gehoord. Word jij trouwens niet geacht nog twee boeken op je vakgebied te schrijven? Komt dat niet een beetje in het gedrang door al dat gelees van boeken a la Louwes, Wagenaar, Haan, enz.?
W. Ja J., je hebt daar een goed punt, maar ik kan dat gesol met Louwes van Pauw, Witteman en Knevel, maar ook van Bas Haan+Heijne, gewoon niet aanzien. En zo ging het ook al met Lucia de Berk. Ik zou dolgraag wel vertrouwen hebben in de Nederlandse politie, OM en rechterlijke macht, en me alleen aan mijn eigen vak wijden, maar het vertrouwen is sinds 2007 verdwenen (met de Lucia de Berk zaak, waar ik toen toevallig in ben verzeild via die 1 op de 342 miljoen, weet je nog wel?) en hoe meer ik er over lees, hoe bezorgder ik word. Wat interessant is, is dat ondanks alle snorkende taal over ontrafelen van complottheorieën op de achterflap er allerlei beweringen in het boek van Bas Haan staan waarvan je op een eenvoudige manier kunt nagaan of ze waar of onwaar zijn.
J. Bijvoorbeeld?
W. Pagina 159: Louwes beweert tegen Bas Haan in een telefoongesprek (volgens Bas Haan) in 1999 te hebben meegewerkt aan DNA onderzoek. Bas Haan zegt dat er geen bloedafname is geweest en dat er voor 2003 nooit een DNA profiel is gemaakt. Hij zegt hier voor het eerst Louwes op een leugen te hebben betrapt. Wie spreekt hier onwaarheid?
J. Louwes natuurlijk. Zoals mevrouw Brughuis al zei: “Menig acteur kan een puntje zuigen aan het acteertalent van deze verdachte”. Hij is een geboren leugenaar.
W. Ik heb dit even nageplozen, J. Het OM heeft altijd ontkend dat dit is gebeurd, terwijl Louwes heel gedetailleerd is geweest over afname van DNA begin december 1999. Hij zegt een formulier ondertekend te hebben en beschrijft de afname en de man die het deed. Een half jaar geleden heeft het OM echter toegegeven dat het ondertekende document is gevonden, maar niet de DNA afname. Dat klinkt bekend.
J. Hoezo, dat klinkt bekend?
W. Zelfs volgens het verslag van Bas Haan is de weduwe gevonden met beige broek en een vest. Waar zijn de broek en het vest? Ze zijn “zoek”. Het formulier dat Louwes ondertekend heeft is gevonden, maar de afname zelf is “zoek”. De moeder van Denise Schouten heeft een pot met organen van haar dochter teruggekregen, maar het waren niet de organen van haar dochter, zoals later bleek. Waar zijn die organen? Ze zijn “zoek”. Justitie en het NFI raken toch wel erg veel kwijt.
J. Zeg jij maar niets, jij bent ook een enorme sloddervos!
W. Ja J., je hebt gelijk, maar als ik iemand op zou willen zadelen met moord, zou ik misschien toch wat voorzichtiger met de cruciale bewijsstukken omgaan! Ik begrijp eigenlijk niet waarom zo veel mensen justitie hier zo maar mee weg laten komen.
J. Nou ja, als dat bewijs met het DNA niet werkt, dan is er nog altijd die leugen over het in de file zitten en het financiële motief!
W. Over dat domme gepraat over het financiële motief, dat zelfs in laatste instantie niet door het hof in Den Bosch is gebruikt, maar waar Bas Haan wel een enorm punt van maakt (en in zijn voetspoor natuurlijk ook de media-giganten Pauw en Witteman), heb ik het nog wel een andere keer. Ik wil nu alleen nog iets zeggen over de expliciete beschuldigingen van leugens. Het gaat om vier beschuldigingen.
1. Louwes zou niet ‘s ochtends op bezoek zijn geweest bij de weduwe.
2. Hij zou gelogen hebben over zijn thuis eten op die dag (hier heeft de politie ook zijn vrouw nog tegen hem uitgespeeld).
3. Hij zou gelogen hebben over zijn in de file zitten.
4. Hij zou gelogen hebben over zijn telefoontje vanaf de A28.
Ton Derksen laat m.i. zeer overtuigend zien dat geen van deze vier leugens is aangetoond. Sterker nog, hij maakt zeer aannemelijk dat het OM zelf in minstens drie van deze vier gevallen leugenachtige verklaringen heeft afgelegd.
J. Complottheorie denken, W.! Het OM is veel te netjes om te liegen!
W. Mmm… Ik heb begrepen dat de hoge raad het alibi van het in de file zitten heeft “geneutraliseerd”. Ze hebben inmiddels de mogelijkheid van een telefoongesprek vanaf de A28 erkend, maar tegelijk het tijdstip van de moord opgerekt tot 12 uur ‘s avonds. De noodzakelijke handelingen voor het vaststellen van het tijdstip van de moord zijn nu eenmaal niet verricht of de informatie daarover is ook weer “zoek”, dus dat geeft een bijna onbeperkte mogelijkheid van “schuiven” (wat weer iets anders is dan “strepen”). Ik moest bij dat “neutraliseren” even denken aan de discussies over de neutronenbom.
J. Hoezo?
W. Nou, in de oorspronkelijke discussies over de neutronenbom hoorde je daar wel eens over spreken als een “schone bom”: een bom die levens verwoest, maar gebouwen heel laat. De analogie is in dit geval dat het gebouw van de hoge raad en meer algemeen het gebouw van de Nederlandse rechtspraak blijft staan, maar dat er wel heel veel levens worden verwoest. Helaas voor deze voorstanders van een “schone bom” verwoest de neutronenbom niet alleen levens, maar ook gebouwen. De bom van de dwaling in de Schiedammer parkmoord zaak heeft echter zelfs nog geen splintertje veroorzaakt in de vesting van de Nederlandse juristen! Hoe veel meer levens moeten nog worden verwoest, vraag ik me wel eens af?
J. Kom, kom, W., overdrijf je nu niet een beetje…

Wordt vervolgd…


De slapende rechter

May 18, 2009

Stel een jurist zou tegen mij zeggen: Andrew Wiles verdient de Clay Research Award niet, want zijn bewijs van de stelling van Fermat is onjuist. Of hij zou tegen mij zeggen: “U moet die Cambridge prijs (de Rollo Davidson prijs) teruggeven, want u hebt het limietgedrag van de Grenander schatter niet juist gekarakteriseerd” (ik begrijp dat de meeste mensen noch de eerste bewering noch de tweede zullen begrijpen, maar ik kan daar verder op het moment niets aan doen).

Wat zou mijn reactie zijn? Ik zou zeggen: “Interessant, wat is uw argument hiervoor?”. Stel nu omgekeerd dat ik tegen een jurist zeg: “De bewijsvoering in de Lucia de Berk zaak is incorrect” of “Het lijkt me dat het DNA argument in de Louwes zaak niet overduidelijk zijn schuld aantoont”. Wat voor reactie kan ik dan in het algemeen verwachten? De reactie: “Je moet je mond houden, want je bent geen jurist”.

Een wiskundige vraagt om argumenten, een jurist om antecedenten. Pikant detail in het bovenstaande is dat Pierre de Fermat een … jurist was, zie Pierre de Fermat. Gelukkig maar dat zijn diploma’s op het gebied van de rechtenstudie lagen, want als zijn diploma’s op het gebied van de wiskunde zouden hebben gelegen, zou er niet naar hem geluisterd zijn door de juristen: zijn antecedenten zouden dan niet in orde zijn geweest! De wiskundigen hebben echter wel naar hem willen luisteren, want het gaat de (goede) wiskundige nu eenmaal om de inhoud van wat de spreker zegt en niet om zijn antecedenten.

Wagenaar cs. hebben een boek geschreven De slapende rechter. Dit is volgens Marc Loth, die verbonden is aan de Erasmus Universiteit en ook lid van de hoge raad “een mislukt boek”, zie ‘Slapende rechters’ of ‘dwalende deskundigen’?. Hij drukt zich zelfs nog sterker uit: “Hopelijk is `de slapende rechter’ een incidentele uitglijder van enkele `dwalende deskundigen’ en vinden de auteurs nieuwe manieren om hun ideeën voor het voetlicht te brengen”. Tevens zegt hij op pagina 3: “de auteurs hebben te weinig kaas gegeten van het strafrecht” in een alinea die begint met: “Waar de auteurs uit de bocht vliegen is waar zij zich bedienen van suggestief en pejoratief taalgebruik”. Ik vroeg me af: “Waar heb ik die zin “de auteurs hebben te weinig kaas gegeten van het strafrecht” eerder gehoord? En toen herinnerde ik me de uitspraak van zijn vroegere collega op de juridische faculteit van de Erasmus Universiteit, Henk Elffers (de `statisticus’ in de Lucia de Berk zaak die had becijferd dat de kans dat de verpleegkundige Lucia de Berk bij toeval zo veel `incidenten’ betrokken was kleiner of gelijk aan 1 op de 342 miljoen was): “Het probleem is niet zozeer dat juristen statistiek misinterpreteren, maar veeleer dat menig statisticus geen kaas heeft gegeten van het strafproces” (cursivering van mij), zie Professor Elffers neemt het op tegen de 80 hoogleraren.

Bij de bespreking van de acht gevallen die in het boek De slapende rechter aan de orde komen, vindt Marc Loth de Schiedammer parkmoord een aparte plaats innemen. Waarom? Je zou denken dat de aparte plaats o.a. te danken is aan het feit dat een ander dan de veroordeelde heeft bekend, waarna men de veroordeelde wel vrij moest laten. Ook is de zaak uniek omdat hier overduidelijk grove fouten zijn gemaakt door rechtbank en hof, essentiële zinnen in de verklaringen van de ten onrechte veroordeelde zijn weggelaten als deze niet strookten met de “bewijsvoering” en desondanks door de president van het gerechtshof in Den Haag Mr. Verburg verklaard is dat er geen fouten zijn gemaakt bij de veroordeling van Kees B. (zie p. 123-124 van Wagenaar et al.). Ook lijkt de laffe manier waarop Kees B. niet is vrijgesproken, maar in plaats daarvan het OM niet-ontvankelijk is verklaard in het arrest van het Amsterdamse hof mij uniek.

Marc Loth duidt deze zaak aan met het bagatelliserende woord “bedrijfsongeval”. Om precies te zijn, hij zegt: “Wat mij betreft… behoort de Schiedammer parkmoord tot de eerste categorie rechterlijke dwalingen; de bedrijfsongevallen die -hoe tragisch ook- mede door de bijzondere samenloop van omstandigheden als bijna onvermijdelijk moeten worden beschouwd”. Mmm… onvermijdelijk? Is het onvermijdelijk dat zinnen in de bekentenis die niet kloppen met het geconstrueerde tijdspad hieruit worden weggecensureerd? Dat een verzoek van de advocaat om DNA materiaal op flesjes en blikjes in de buurt te onderzoeken domweg wordt geweigerd door het hof? Dat deze manier van doen door de advocaat-generaal van de hoge raad (Machielse) wordt gesanctioneerd? Als dit onvermijdelijk is, is het nog erger dan ik dacht.

Marc Loth vindt dat alternatieve scenario’s niet door de rechter hoeven te worden onderzocht. Hij merkt op: “Wanneer zij prof. Cleiren aanhalen die toelicht dat de strafrechter op basis van de tenlastelegging moet oordelen, overschreeuwen de auteurs haar door te roepen dat de rechter ook alternatieve scenario’s moet onderzoeken” (over pejoratief taalgebruik gesproken trouwens: “overschreeuwen”, “roepen”). Hij licht dit verder toe door te zeggen: “In het institutionele kader van het strafproces gaat het om de (beperkte) vraag of deze verdachte dit verwijt kan worden gemaakt, niet om wat er gebeurd is en wie daarvoor verantwoordelijk is”. Het spijt me wel, maar ik kan “Het gaat niet om wat er gebeurd is en wie daarvoor verantwoordelijk is” niet anders interpreteren dan: het hoort (volgens Marc Loth) de rechter niet te gaan om waarheidsvinding. En er zijn nog wel meer bedenkingen bij deze bewering van Marc Loth, zie wat is een argument? en een gesprek tussen Jan en Willem. Als er al bezorgdheid was over de manier waarop in Nederland recht wordt gesproken, dan wordt deze bezorgdheid door deze opmerking van Marc Loth (lid van de hoge raad) alleen maar aangewakkerd.

Evenzo wordt de bezorgdheid over de manier waarop in Nederland recht wordt gesproken aangewakkerd door de krampachtige pogingen van het ministerie en OM om te verhinderen dat in Nederland een revisieraad komt naar Engels model, waar ook anderen dan juristen de mogelijkheid krijgen invloed uit te oefenen op de heropening van strafzaken (in plaats van dat deze beroepsinstantie wordt verschoven naar een aanhangsel van de hoge raad). En natuurlijk besteedt Marc Loth ook ruim aandacht aan zijn opvatting dat die revisieraad er niet moet komen en verdedigt hij het novumcriterium, o.a. door te zeggen dat dit in de wet is opgenomen en niet afgeschaft. Men kan het feit dat dit in de wet is opgenomen en niet is afgeschaft niet als argument gebruiken om te zeggen dat dit een goed criterium is (op die manier zouden wetten nooit veranderd worden). Het boek De slapende rechter laat zien dat dit criterium de voornaamste bottleneck is voor heropening van strafzaken en dat het heel gemakkelijk gebruikt kan worden om heropening tegen te houden.

Waar zijn juristen als Marc Loth toch zo bang voor? Ik vermoed toch voor een discussie, gevoerd op basis van argumenten, in plaats van een discussie, gevoerd op basis van beroep op autoriteit en antecedenten. Zie ook de open brief aan Marc Loth van H.J. Vonk Schoon schip.


De grote misleiding

May 30, 2008

In Nederland is de situatie ontstaan dat vertegenwoordigers van justitie en politie geen moeite hebben om hun meningen in de krant te krijgen, terwijl mensen die op allerlei misstanden bij deze instanties wijzen de grootste moeite hebben om hun reacties geplaatst te krijgen of om zelfs maar door iemand gehoord te worden. Naar de oorzaken van deze situatie kan ik alleen maar gissen, maar het heeft volgens mij iets te maken met het feit dat Nederland steeds meer een corrupte politiestaat aan het worden is, waarin politie en justitie als een gesloten kordon opereren, en waarbij mensen buiten dit gesloten kordon verteld wordt hun mond te houden, omdat ze zouden praten over dingen waar ze geen verstand van hebben. Een jaar geleden zou ik de uitspraak die ik net deed nog belachelijk gevonden hebben, maar na een jaar strijd voor heropening van de:
1. Lucia de Berk rechtszaak
en na bovendien kennis genomen te hebben van de hieronder opgesomde zaken ben ik hier van overtuigd geraakt.

2. de Schiedammer parkmoord: de officier van justitie Bernadette Edelhauser, tegen wie in deze zaak aangifte is gedaan wegens achterhouden van ontlastend bewijsmateriaal voor de ten onrechte veroordeelde Cees B., is mei 2008 tot rechter benoemd in Dordrecht, zie Edelhauser in categorie ‘grote fouten’.
De forensisch psycholoog (orthopedagoog?) Ruud Bullens, die in deze zaak ook zo’n kwalijke rol heeft gespeeld, is als directeur van FORA (in deze link terecht aangeduid met: “Frauduleus Onderzoek bij Raads Adviezen”) met eigen geld van de Landelijke Vereniging Externe Deskundigenbureaus benoemd tot bijzonder hoogleraar op de Vrije Universiteit via een o.a. door hemzelf opgestelde advertentie, zie Hoe vaak waste Ruud Bullens al zijn handen in onschuld? Ter herinnering: Ruud Bullens was de “psycholoog” die toekeek bij het mishandelen door de politie van de 11-jarige Maikel; hij greep bijvoorbeeld niet in toen de rechercheurs bovenop Maikel gingen zitten en de verwurging van Maikel naspeelden, zie de werkelijk verbijsterende Zembla uitzending van 20-4-2006: de professor en de parkmoord. De betrokken rechercheurs hebben achteraf toegegeven dat er te ver is gegaan in de verhoren van Maikel; de heer Bullens vindt dat niet. Hij zegt nog steeds: “Ik heb niets fout gedaan” en vindt zichzelf “deskundig, zeer deskundig”. Men vraagt zich af: deskundig waarin?
Frits Posthumus, die de evaluatie van de Schiedammer parkmoord heeft geleid, bleef in dit geval bij de kritiek die zijn commissie heeft geuit op Bullens, ondanks protesten van Bullens. Minister Donner heeft naar aanleiding van alle commotie rond deze affaire het OM en Justitie opgeroepen Bullens en FORA niet meer te benaderen voor het doen van onderzoek, zie Affaire Maikel. Bullens publiceert samen met Rolf Loeber, die aanleg tot crimineel gedrag onderzoekt door aan kinderen te vragen: “Heb jij het afgelopen jaar iets verkeerds gedaan?” (het eenderde aantal kinderen dat “Ja” zegt en dus de waarheid spreekt moet merkwaardig genoeg volgens Rolf Loeber in de gaten gehouden worden; misschien worden de kinderen die eerlijk antwoorden later wel lastposten!), zie: Levenslang voor Dik Trom. Om dezelfde reden kan de heer Bullens natuurlijk niet zeggen dat hij iets fout heeft gedaan in de verhoren van Maikel, want dan belandt hij in die categorie van mensen die volgens zijn collega Loeber die in de gaten gehouden moeten worden!
Ook interessant is het artikel in Elsevier: Justitie, dwalingen in parkmoord, waarin niet alleen de kwalijke rol van Bernadette Edelhauser, maar ook het “gedraai van Harm Brouwer” (niet mijn woorden, maar die van Elsevier) in deze zaak aan de orde wordt gesteld. Uit dit artikel: “Het Openbaar Ministerie (OM) heeft geblunderd in de zaak van de Schiedammer Parkmoord. Zowel officier van justitie Bernadette Edelhauser als later advocaat-generaal Mariëtte Renckens had de rechters moeten informeren over de twijfel die er bij het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) bestond of verdachte Cees B. de moord op de 10-jarige Nienke Kleiss op 22 juni 2000 wel had gepleegd” en “Het tv-programma Netwerk zwengelde de zaak vorige week aan en schetste een beeld van leugen en bedrog door het OM”.
10 jaar Netwerk
: “Toen de korpsleiding hoorde dat Timmerman en Gosewehr met Netwerk praatten over deze zaak, werden ze op het matje geroepen. Volgens de korpsleiding beschadigden de rechercheurs het imago van het NFI en dat zou het vertrouwen in het instituut ondermijnen. Gosewehr werd daarop overgeplaatst en gedegradeerd. Timmermans contract bij de politie werd niet verlengd.
Dit alles gebeurde nog voor de eerste uitzending. Toen Timmermans zijn baan toch al kwijt was, besloot hij om zijn verhaal op tv te vertellen.
Timmermans heeft er een bittere nasmaak aan overgehouden. Hij is er boos over dat hij als klokkenluider werd ontslagen, maar dat de verantwoordelijken en degenen die de zaak in de doofpot hebben proberen te stoppen, niet zijn bestraft.”
Klokkenluiders worden -zoals bekend- door een politiestaat nu eenmaal bijzonder slecht behandeld!
3. de Deventer moordzaak,
4. de Puttense moordzaak,
5. de zaak Ina Post: de commissie CEAS (Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken) heeft inmiddels geconstateerd dat in deze zaak een gerechtelijke dwaling heeft plaatsgevonden. Dit nadat 21 jaar verstreken zijn sinds haar veroordeling!
6. de Eper incestzaak (“de zaak Jolanda”): zie professor Wagenaar bij Pauw en Witteman, de twee raadsheren Balkema en Machielse die -volgens prof. Wagenaar- tijdens deze rechtszaak hebben zitten slapen maken thans deel uit de Hoge Raad, waardoor de kans op heropening vrijwel nihil is,
7. de zaak Sweeney: TNO heeft voor deze zaak 6 miljoen gulden uitgegeven om een experiment te construeren dat zou moeten laten zien dat een brand niet door roken in bed kan ontstaan, wat volgens het CBS -en ook buitenlandse instanties- daarentegen een van de meest voorkomende oorzaken van brand is. N.B.: Het feit dat de deskundige Jan Bijl van het NFI, met wiens verklaring dat hij in de woning geen aanwijzingen heeft gevonden voor brandstichting niets is gedaan door het hof, heeft gezegd dat slechts in 10% van de gevallen door een brandende sigaret een brand ontstaat is geenszins in tegenspraak met het feit dat dit volgens het CBS één van de meest voorkomende oorzaken van brand is, denk bijv. ook aan de Schipholbrand. Misschien was deze gedachtengang wat moeilijk voor het hof! Als het OM en rechtbank of hof eenmaal alles hebben ingezet op hun favoriete verdachte worden kosten, noch moeiten, noch dossier manipulaties (zie bijv. hierboven de Schiedammer parkmoord m.b.t. dit punt) gespaard om deze favoriete verdachte achter de tralies te krijgen, en
8. de op mysterieuze wijze uit het Elizabeth ziekenhuis in Tilburg verdwenen organen van Denise Schouten zie: Recherche kan hart Denise Schouten ook niet vinden, het NFI heeft de moeder van Denise een random selectie van organen van andere personen dan haar dochter gegeven, waarschijnlijk in de hoop dat ze het niet zou laten controleren,
9. (toevoeging 20-8-08): de Enschedese ontuchtzaak; merk op dat de president van het Arnhemse hof Mr. van Dijk zich in de KRO reportage weer verweert met de inmiddels bekende uitvlucht: “de deskundigen spraken elkaar tegen”. Maar in feite spraken de deskundigen elkaar hier helemaal niet tegen! Er waren 3 vernietigende rapporten over de manier waarop de kinderen herhaald ondervraagd waren en één algemeen rapport dat ging over de manier waarop ondervraagd zou moeten worden en waarin niets over de verhoren zelf stond. Deze 3 vernietigende rapporten werden genegeerd, zo zeer waren de leden van het hof overtuigd van de schuld van de verdachten. De president van het Arnhemse hof Mr. van Dijk zegt hierover: “Het kan wel zijn dat er iets met de verhoormethode aan de hand was, maar de raadsheren kwamen toch de conclusie dat de verdachten schuldig waren.” Professor Theo de Roos die tot de commissie CEAS (die heropening van de zaak aanbeveelt) behoorde zegt echter: “Ik kan alleen maar zeggen dat ik mag hopen dat ik de kritiek zo serieus had genomen,.., dat ik had vrijgesproken”. Mr. van Dijk merkt naar aanleiding hiervan nog op over de drie leden van de commissie CEAS: “Deze drie leden zijn geen rechter”. Dit klinkt bijzonder zwak en je zou hopen dat iedereen die Mr. van Dijk dit heeft zien opmerken het ook zo heeft ervaren.

Deze week konden we in de NRC lezen dat Nederland koploper is in het afluisteren van telefoons (zie: 1700 telefoons per dag afgeluisterd) en dat past ook weer in het beeld van een corrupte politiestaat. En wat te denken van de detentiekampen en bajesboten voor vreemdelingen? Zie: Amnesty spreekt schande van behandeling illegalen, en het Amnesty International rapport: Vreemdelingenbewaring in Nederland op gespannen voet met internationale normen (links toegevoegd 27-6-08).

Interessant in dit verband is ook het door kranten geweigerde artikel over vervanging van rechters tijdens lopende rechtszaken (o.a in de “Chipshol” zaak), waarin ook het vervangen van een Srebrenicarechter ter sprake komt. Het is allemaal buitengewoon verontrustend, vooral omdat in Nederland, in tegenstelling tot omringende landen, justitie een totale, oncontroleerbare, greep op de “rechtsgang” heeft: Nederland heeft geen lekenrechters zoals in bijv. in Duitsland, geen jury, zoals bijv. in Frankrijk en Engeland; er is geen onafhankelijke commissie waartoe men zich kan wenden bij afgesloten strafzaken, zoals in Engeland; het begrip “novum” wordt door de Hoge Raad ge- (mis-)bruikt om in bijna alle gevallen heropening van rechtszaken te voorkomen, rechters kunnen niet worden aangesproken op hun fouten, en ga zo maar door.

De Nederlandse commissie CEAS, die aanbevelingen doet voor het wel of niet heropenen van strafzaken, is een commissie die weer geheel binnen het justitiële bolwerk opereert, in tegenstelling tot de British Criminal Cases Review Commission (CCRS). Mr. Brouwer en het ministerie van justitie hebben al laten weten dat zij niet voor zo’n commissie in Nederland voelen omdat dit niet zou passen in het Nederlandse rechtssysteem. Nee, zij vrezen natuurlijk verlies van macht! In het Volkskrant artikel In 70% van de zaken draait nieuwe rechter het vonnis terug kan men lezen dat in Engeland in 70% van de opnieuw bekeken zaken het oorspronkelijk vonnis wordt teruggedraaid. CCRC heeft 103 medewerkers, van wie 11 “Commissionars” zijn, benoemd door de koningin, en heeft een budget van ongeveer 10 miljoen euro per jaar. Vergelijk dit met de situatie in Nederland, waar rechters niet op hun fouten kunnen worden aangesproken!

Zie voor verdere informatie m.b.t. dit punt Power and stupidity; in Engeland heeft men bijv. via de commissie CCRC ongeveer 400 zaken heropend sinds 1997; in Nederland slechts 3 sinds 1997. Bij deze 3 hoort de Schiedammer parkmoord, waar een ander dan de veroordeelde de moord heeft bekend; in deze zaak beweert het Haagse Hof trouwens nog steeds niets fout te hebben gedaan! Wel was het iedereen die zich in de zaak heeft verdiept duidelijk dat het Haagse Hof het dossier niet goed kende en andere ernstige fouten heeft gemaakt, maar de raadsheren weerhielden zich niet toch weer op te merken: “wij hebben niets fout gedaan!”, mogelijk in de hoop dat deze mededeling zal blijven hangen bij het publiek (zie de Zembla uitzending van 3 juni 2007: het geheim van de rechter). Het past geheel in de geest van mijn sinterklaasrijmpje van vorig jaar voor prof. Buruma in Wie hebben de petitie voor heropening van de Lucia de Berk zaak getekend?:

En laat men ‘t volgende goed verstaan:
Wij hebben nooit iets fout gedaan!

Een voorbeeld van de grote misleiding, genoemd in mijn titel, die deze keer (niet voor het eerst) afkomstig is van het hoofd van het OM, Mr. Harm Brouwer, stond deze week in het dagblad Trouw, zie OM-chef mist forensische kennis bij rechters. Ik heb daar Trouw een ingezonden brief over geschreven die ik hieronder weergeef, maar ik ben er min of meer van overtuigd dat hij niet geplaatst zal worden. Deze reactie zal waarschijnlijk als “gezagsondermijnend” gekwalificeerd worden. Bovendien constateerde ik via automatisch tellen dat ik in mijn reactie 538 woorden gebruik i.p.v. de toegestane 250. Als ik 250 woorden gebruikt had, had ik in de eerste alinea kunnen citeren wat Mr. Brouwer in het jaarverslag van het NFI, dat hier in Trouw geciteerd werd, beweerde en daarna hier één alinea aan kunnen toevoegen. De rechtspsycholoog Elffers, die in mijn hieronder gegeven commentaar ter sprake komt, had voor zijn onzinnige reactie in de NRC (“Statistiek doet er nu niet meer toe” ) 957 woorden nodig, maar hij heeft natuurlijk bij die krant de voorsprong als vertegenwoordiger van justitie en politie op te treden. Zie voor mijn reactie op dit stukje: Professor Elffers neemt het op tegen de 80 hoogleraren.

Mr. Brouwer haalt in het artikel in Trouw “OM-chef mist forensische kennis bij rechters” als voorbeeld de zaak van Lucia de Berk aan: “Bij elke nieuwe vraag die een deskundigenrapport opriep, werd bij wijze van spreken een andere deskundige gezocht om die te beantwoorden, terwijl wetenschappers het zelden met elkaar eens zijn.” Volgens Brouwer is de aanstelling van een forensisch officier bij elk parket een eerste stap op de lange weg om beter om te gaan met forensisch-technische opsporing.

Dit is een zeer misleidende voorstelling van zaken. Voor het statistisch aspect van de zaak zijn bijvoorbeeld door het OM geen deskundigen op dit gebied geraadpleegd, maar mensen uit de eigen kennissenkring, nl. een rechtspycholoog en een jurist die tevens in Amerika een graad in “Business administration” had gehaald (resp. prof. Elffers en prof. de Mulder). Deze “deskundigen” kenden elkaar bovendien van de Erasmus Universiteit en hadden samen artikelen geschreven. In de uitzending van NOVA/Den Haag Vandaag van 4 november 2003 Statistiek in het strafproces zegt de hoogleraar strafrecht Theo de Roos nog: “In de Lucia de B. zaak is het statistisch bewijs ontzettend belangrijk geweest. Ik zie niet hoe men zonder dat bewijs tot een veroordeling zou zijn gekomen.”. In deze uitzending komt ook de rechtspsycholoog Elffers aan het woord, die hier stelt dat de kans dat een verpleegkundige, werkzaam op de drie ziekenhuisafdelingen, bij toeval bij zoveel van de onverklaarbare overlijdensgevallen en reanimaties op élk van de drie afdelingen aanwezig is, 1 op 342 miljoen zou zijn.

Nadat alle statistici in Nederland, maar ook statistici buiten Nederland, zich van de kans van 1 op 342 miljoen van prof. Elffers en prof. de Mulder gedistantieerd hadden, heeft het Haagse Hof het doen voorkomen of statistiek geen rol meer heeft gespeeld in het uiteindelijk arrest, maar zoals de Nobelprijswinnaar prof. ‘t Hooft terecht bij zijn ondertekening van de petitie voor heropening van de zaak Lucia de Berk heeft opgemerkt: “Dat het gerechtshof pretendeert geen statistische argumenten te hebben gebruikt wordt door de verwoordingen van het vonnis weerlegd.”

Als men echt statistici had willen raadplegen, had men bijvoorbeeld gewoon op internet kunnen opzoeken wie er hoogleraar statistiek zijn in Nederland. Daar is geen forensisch officier bij elk parket voor nodig. Van zo’n forensisch officier kan daarentegen gevreesd worden dat deze misschien ook weer in de eigen kennissenkring zal gaan zoeken en dat leidt niet tot een verbetering van de situatie.

Ook voor het inmiddels geheel ontkrachte “digoxine argument” in deze zaak heeft men niet een echte digoxine expert geraadpleegd: Professor DasGupta, met wie NOVA op 29 september 2007 sprak (Deze baby is niet vergiftigd) heeft meer dan 100 publicaties over digoxine op zijn naam staan, de door justitie geraadpleegde prof. de Wolff daarentegen nul. Dus het gaat niet om een verschil van mening tussen deskundigen: alle deskundigen op het gebied van de statistiek zijn het er over eens dat de kans van 1 op 342 miljoen van prof. Elffers en de Mulder nergens op sloeg en alle deskundigen op het gebied van de digoxine zijn het er over eens dat het overlijden van het kind Amber niet aan digoxine vergiftiging toegeschreven kan worden. Het is bijzonder flauw dat juristen, waaronder Mr. Brouwer en prof. Buruma, altijd maar weer aankomen met: “De deskundigen zijn het niet eens”; men heeft gewoon niet de moeite genomen om echte deskundigen te raadplegen. De deskundigen op de betreffende vakgebieden zijn het juist wel allemaal eens over de wijze waarop in deze zaak door de door het OM geraadpleegde personen met hun vak is gesold!

Voor verdere informatie over hoe de rechtszaken tegen Lucia de Berk zijn verlopen, zie: Nederlands Wikipedia artikel over de zaak Lucia de Berk en Engels Wikipedia artikel over de zaak Lucia de Berk. Aan het schrijven van deze overzichten hebben wel echte deskundigen meegewerkt!

Naschrift. Nog bonter maakt Paul Mevis het in de Volkskrant van 31 mei jl. in zijn stukje “Revisieraad is verkeerd signaal”. Paul Mevis is hoogleraar strafrecht aan de Erasmus Universiteit. Deze universiteit kwam in het bovenstaande al ter sprake n.a.v. de rechtspsycholoog prof. Elffers en de jurist prof. Mr. de Mulder die de kans van 1 op 342 miljoen hebben geïntroduceerd. Weer een jurist die geen moeite heeft zijn mening in de krant te krijgen. Mevis bestrijdt de noodzaak van een “Revisieraad”, zoals bepleit door een aantal personen in een advertentie in de Volkskrant van 27 mei jl. Hij vindt dit het “paard achter de wagen spannen”: “De rechter moet veel meer worden aangezet pas te beslissen nadat hij onderzocht heeft.”. Is dit een impliciete erkenning dat de rechter zaken te vlug afhandelt en niet onderzoekt? Zijn betoog bevat wat dit betreft een inconsistentie, want even later merkt hij op: “En we vertrouwen in Nederland ter zake niet voor niets op de rechter!”

Aan het eind merkt hij op: “In de zaak Lucia de B. (iedereen die zich in de zaak heeft verdiept weet inmiddels dat het om Lucia de Berk gaat, maar juristen blijven haar hardnekkig aanduiden met Lucia de B., PG) heeft het meer binnen het bestaande systeem uitgevoerde onderzoek van de advocaat-generaal bij de Hoge Raad pas werkelijk de knelpunten boven water gehaald, en niet het onderzoek van de daarbuiten staande CEAS.” Dit is een zo mogelijk nog grotere misleiding dan waar Mr. Brouwer zich aan schuldig maakt. Nee, de knelpunten zijn boven water gehaald door niet-juristen: door Metta de Noo en Ton Derksen en door statistici, samen met de schrijver Maarten ‘t Hart! Als deze niet-juristen niet in actie waren gekomen was er waarschijnlijk niets gebeurd! Het valt juristen kennelijk heel zwaar dit laatste te erkennen.

In het door Mevis genoemde rapport van de advocaat-generaal van de Hoge Raad Mr. Knigge wordt overigens weer amateur statistiek bedreven, waarbij op oncontroleerbare manier gerommeld wordt met statistiekjes die opnieuw door het Juliana kinderziekenhuis in Den Haag geproduceerd zijn, net als de eerste statistiekjes van de toenmalige directeur Smits, die Lucia de Berk (o.a. via het dagblad de Telegraaf) in beschuldiging hebben gesteld. Weer zijn hiervoor geen echte statistici geraadpleegd. Met deze nieuwe statistiekjes worden in het rapport van Mr. Knigge via dubbele ontkenningen een aantal nieuwe beschuldigingen, om niet te zeggen insinuaties, gelanceerd.

Mr. Knigge zegt op p. 61 van zijn rapport: “Op grond van de cijfers kan derhalve niet worden geconcludeerd dat het onwaarschijnlijk is dat één van de incidenten die zich in de periode van 1 oktober 2000 to 5 september 2001 op de desbetreffend afdeling hebben voorgedaan, een onnatuurlijke oorzaak hadden.” (de drie cursiveringen in deze zin zijn van mij). Dit wordt opgevoerd als conclusie van de (nieuwe) amateur statistiek die in zijn rapport bedreven wordt. Hij merkt ook op: “De conclusie dat in de periode waarin mevr. de B. op de betrokken afdeling werkzaam was, sprake moet zijn geweest van onnatuurlijke doodsoorzaken, kan dus niet op grond van enkel de kale cijfers getrokken worden.” Een heel erg misse en bijzonder insinuerende zin. Want wat had hier eigenlijk moeten staan:
“De conclusie dat in de periode waarin mevr. de B. op de betrokken afdeling werkzaam was, sprake moet zijn geweest van onnatuurlijke doodsoorzaken, kan dus niet getrokken worden.”
Dat “op grond van enkel de kale cijfers” zou een fatsoenlijk jurist daar niet bij horen te zetten.

Gewoon ronduit erkennen dat er wat dit betreft ernstige fouten zijn gemaakt is blijkbaar niet mogelijk. We kunnen eigenlijk alleen concluderen: de betrokken juristen hebben niets van alle gemaakte fouten geleerd. Het is allemaal buitengewoon deprimerend.

Toevoeging 22-8-08: Terugkomend op mijn opmerkingen over de “vrije pers”: enkele ervaringen met de redacties van NRC en nrc.next die brieven van lezers (horen te) behandelen worden beschreven in:
Hoe worden door NRC Handelsblad ingezonden brieven behandeld?, Hoe worden door NRC Handelsblad ingezonden brieven behandeld, aflevering 2 en Hoe worden door NRC.NEXT ingezonden brieven mishandeld?