De burger tegen het ambtelijk apparaat

February 8, 2010

Ik vind het bijzonder mooi om te zien dat bepaalde Nederlandse (en zelfs -van origine- niet-Nederlandse, zoals Kevin Sweeney, zie Justice for Kevin Sweeney) burgers het op blijven nemen tegen in Nederland oppermachtige ambtelijke apparaten, zoals het OM, de rechterlijke macht en het NFI. Een recent voorbeeld daarvan wordt gegeven in: Als slager NFI zijn eigen vlees keurt van Maurice de Hond. Wie zich serieus in de Deventer moordzaak heeft verdiept en niet klakkeloos gelooft wat Bas Haan daarover in zijn boek heeft gerapporteerd, moet verbijsterd zijn over de manier waarop hier justitie samen met NFI en de firma Eikelenboom heeft geopereerd. Wie dan ook nog (zoals ik) het boek van Louwes Schuldig en de boeken Broddelwerk van Wagenaar en De slapende rechter van Wagenaar et al. heeft gelezen is misschien al weer wat minder verbijsterd, omdat de verbijstering over bijvoorbeeld het “strepen” in verklaringen van getuigen als die niet kloppen met de veroordeling (zonder zelfs door puntjes aan te geven dat er iets weggelaten) dat in het strafrecht “usance” schijnt te zijn al eerder heeft toegeslagen. Het blijft er niet minder erg om!
Mijn eigen ervaring in verband met de Lucia de Berk zaak (zie: Lucia de B. en de Nederlandse en Engelse Wikipedia artikelen Lucia de Berk (Nederlands) en Lucia de Berk (Engels) is dat de meeste mensen er eigenlijk liever niets over willen horen, en zeker niet de moeite willen doen om zich te verdiepen in wat er allemaal misgaat bij veroordelingen in Nederland. Des te meer bewondering heb ik daarom voor mensen die blijven strijden tegen deze in Nederland oppermachtige ambtelijke apparaten.

Zeer treurig is wel dat deze instanties door de voorstellen van minister Hirsch Ballin hun monopolie blijven behouden en dat er in Nederland geen onafhankelijke revisieraad naar Engels model komt. Nee, we moeten het doen met de sussende woorden van Harm Brouwer, die in Officieren van justitie in de fout onder andere beweerde dat het sjoemelen van het OM door “cursussen” bestreden zou worden. Wat moeten we ons hierbij voorstellen? “Mijnheer of mevrouw de officier van justitie, dat vervalsen van bewijsmateriaal en het leveren van onvolledige dossiers, dat hoort eigenlijk niet, wist u dat wel?”. Of: “Niet meer doen hoor, dat weglaten van getuigenverklaringen uit het dossier, of in ieder geval zorgen dat men het niet merkt!”. Of: “En bewijsmateriaal zo snel mogelijk zoekmaken of vernietigen, zodat daar geen gezeur meer over komt”. Zoiets stel ik mij persoonlijk daarbij voor.

Advertisements

Zembla kraakt OM-topman Brouwer

February 1, 2010

In de uitzending van Zembla Officieren van justitie in de fout zagen we gisteren de bedreigde (althans: de zich als bedreigd gedragende) OM-topman Brouwer, die zich moest verantwoorden voor het knoeien van het OM, zoals het achterhouden van bewijs en het leveren van onvolledige dossiers, en het desondanks doorstromen van de betrokken officieren van justitie naar andere (meestal betere) functies.
Hij had hier hier geen verstandig woord op te zeggen, maar bleef volhouden dat er “interne sancties” voor deze missers waren (onzichtbaar voor Nederland minus het OM of misschien zelfs wel voor Nederland inclusief het OM). Hij was zeer defensief en geïrriteerd en maakte een bijzonder zwakke indruk.

Je zou verwachten dat er dan op teletekst en in de krant komt te staan: “Zembla kraakt OM-topman Brouwer”. Maar nee, deze media staan inmiddels al zo onder controle van het OM dat we in plaats daarvan zien verschijnen “OM-topman Brouwer kraakt onderzoek Zembla”. Brouwer zal na zijn zwakke optreden in Zembla wel gedacht hebben: “De aanval is de beste verdediging”.


Wat is een argument?

May 20, 2009

Laten we eens de volgende bewering bekijken die ik aanhaalde in mijn stukje de slapende rechter.

“In het institutionele kader van het strafproces gaat het om de (beperkte) vraag of deze verdachte dit verwijt kan worden gemaakt, niet om wat er gebeurd is en wie daarvoor verantwoordelijk is”

De bewering komt voor in: ‘Slapende rechters’ of ‘dwalende deskundigen’? van Marc Loth, lid van de hoge raad, die hier het boek De slapende rechter bespreekt. Ik gaf deze links ook in mijn stukje, dus iedereen die zich afvraagt of ik Marc Loth hier juist citeer, kan het in de door mij gegeven link naar zijn bespreking nalezen.

Ik merkte naar aanleiding hiervan op:

“Het spijt me wel, maar ik kan “Het gaat niet om wat er gebeurd is en wie daarvoor verantwoordelijk is” niet anders interpreteren dan: het hoort (volgens Marc Loth) de rechter niet te gaan om waarheidsvinding. Als er al bezorgdheid was over de manier waarop in Nederland recht wordt gesproken, dan wordt deze bezorgdheid door deze opmerking van Marc Loth (lid van de hoge raad) alleen maar aangewakkerd.”

Ik kan hier echter nog iets aan toevoegen, namelijk: is de vraag “of deze verdachte dit verwijt kan worden gemaakt” onafhankelijk van “wat er gebeurd is en wie daarvoor verantwoordelijk is”? Hebben we hier te maken met een aparte vorm van logica, die wel eens voor de grap “juridische logica” wordt genoemd? Er wordt hier een tegenstelling gesuggereerd, maar is die tegenstelling er eigenlijk wel?

Nu kan ik al voorspellen wat van juridische zijde zal worden ingebracht tegen wat ik net zei. Namelijk: “het is de taak van politie en OM om na te gaan “wat er gebeurd is en wie daarvoor verantwoordelijk is”, de rechter heeft hiertoe niet de middelen.” Aha! Hier raken we een belangrijk punt. Want…. betekent dit dat de rechter blind moet vertrouwen op wat het OM en politie aandragen? Natuurlijk niet! En het is dan ook niet zo: de rechter kan best om nieuw onderzoek vragen, al gebeurt dat dan ook niet zo veel. Maar als er iets misgaat kan de rechter zich wel achter deze redenering van Marc Loth proberen te verschuilen en dat is waar de schoen wringt.

Laten we de volgende bewering bekijken (die geloof ik van het hoofd van het OM, Harm Brouwer, afkomstig is): “er moet geen onafhankelijke revisieraad komen, waar ook niet-juristen zitting in hebben, want het past niet in het Nederlandse rechtssysteem”. Laten we even kijken naar “want het past niet in het Nederlandse rechtssysteem”. Is dat een argument om te zeggen dat zo’n “onafhankelijke revisieraad, waar ook niet-juristen zitting in hebben” er niet moet komen? De onmiddellijke vraag die opdoemt is: waarom past het niet in het Nederlandse rechtssysteem? Horen we daar een antwoord op? Nee! De keuze om in plaats daarvan een aanhangsel van de hoge raad te creëren dat hierover gaat, die in het hoofdcommentaar van de NRC (ook weer zonder argumenten) een “terechte keuze” werd genoemd, heb ik nergens met goede argumenten zien verdedigen, ook niet in het stukje van Marc Loth.

Wel lezen we in zijn stukje:
“Het instellen van een dergelijke voorziening zou het functioneren van, en het vertrouwen in, de rechterlijke macht ernstig ondermijnen. Het probleem zou daardoor eerder worden vergroot dan verkleind.”
Aha! Dit is iets wat we heel vaak door juristen in dit verband horen zeggen: “zou het functioneren van, en het vertrouwen in, de rechterlijke macht ernstig ondermijnen”. Is deze bewering waar? De empirische evidentie die we hebben (maar in het stukje van Marc Loth krijg je de indruk dat hij de woorden “empirische evidentie” ook als enigszins vies beschouwt) is te vinden in Engeland, en, hé, die empirische evidentie wijst er daar op dat door het instellen van de Criminal Cases Review Commission Revision het vertrouwen in het functioneren van het Engelse rechtssysteem is toegenomen in plaats van afgenomen! Op de site CCRC is de volgende beschrijving van deze commissie te vinden: “The Criminal Cases Review Commission is the independent public body set up to investigate possible miscarriages of justice in England, Wales and Northern Ireland. The Commission assesses whether convictions or sentences should be referred to a court of appeal.” Meer informatie hierover wordt in het naschrift hieronder gegeven.

Tenslotte bekijken we de bewering: “de leden van de hoge raad Balkema en Machielse hebben zitten te slapen toen ze in een eerdere functie de Eper incest zaak (“de zaak Jolanda”) behandelden; een herzieningsverzoek maakt bij de hoge raad echter weinig kans omdat zij daar nu deel van uitmaken” (Marc Loth neemt aanstoot aan het met name noemen van rechters en raadsheren in het boek van Wagenaar cs.; vindt hij dat rechters en raadsheren niet ter verantwoording mogen worden geroepen? Machielse is de advocaat-generaal van de hoge raad die het cassatieverzoek van Kees B. van de Schiedammer parkmoord heeft getorpedeerd, maar die later zijn blunder niet heeft toegelicht, zie bijv. p. 46 en hoofdstuk 6 van het boek van Wagenaar cs.). Deze bewering raakt de meer algemene problematiek van “het eigen vlees keuren”, een problematiek die al weer wat minder schrijnend zou worden als een onafhankelijke revisieraad naar Engels model zou worden ingesteld. Vinden we in de bespreking van Marc Loth enig argument dat de vrees uitgedrukt in bovenstaande bewering opheft? Ik heb het niet kunnen vinden, evenmin als een argument dat de vrees dat het novumcriterium wordt misbruikt om heropening van zaken tegen te houden opheft. Zoals ik al zei in de slapende rechter: “Men (en met name Marc Loth) kan het feit dat dit in de wet is opgenomen en niet is afgeschaft niet als argument gebruiken om te zeggen dat dit een goed criterium is (op die manier zouden wetten nooit veranderd worden)”.

Naschrift. Hier is nog wat informatie over de Criminal Cases Review Commission Revision. De Volkskrant van 19-1-08 bericht hierover in het artikel: “In 70 procent van de zaken draait nieuwe rechter het vonnis terug” (de titel alleen al moet Marc Loth een gruwel zijn, neem ik aan). Ik citeer:

De Criminal Cases Review Commission had eind vorig jaar 377 zaken terugverwezen naar een gerechtshof, 4 procent van de afgehandelde aanvragen (9.734). Er zijn ruim 10.400 zaken aangemeld bij de CCRC; over 700 dossiers is nog geen besluit genomen. De meeste terugverwijzingen eindigen in vrijspraak. In 70 procent van de zaken wordt door nieuwe rechters een streep door de veroordeling gezet. Ruim een kwart van de aanvragen wordt direct afgewezen door de commissie, om formele redenen. Alleen strafzaken komen in aanmerking en een veroordeelde moet alle beroepsmogelijkheden hebben benut. Daarna wordt beoordeeld of een veroordeelde beschikt over nieuwe feiten of argumenten die twijfel zaaien over een vonnis. In uitzonderlijke gevallen kan dit ook op basis van oude gegevens.
Als de CCRC onderzoek doet naar een zaak, zijn de politie en de aanklagers verplicht al het beschikbare materiaal af te staan (cursivering van mij). De onderzoekers van de commissie (wetenschappers, oud-rechercheurs, advocaten) kunnen getuigen horen en deskundigen inschakelen, onder meer om forensisch onderzoek te laten doen. In complexe zaken kan de CCRC een politieteam aan het werk zetten.
Een zaak wordt terugverwezen als er een ‘reële mogelijkheid’ is dat iemand onterecht is veroordeeld. In de praktijk is dat criterium veel soepeler dan het novum van de Nederlandse hoge raad (cursivering van mij).
Dankzij de commissie is het vertrouwen in het Britse strafrecht gestegen, zegt de voorzitter van de CCRC, professor Graham Zellick. ‘Voordat wij werden opgericht, was er weinig vertrouwen, na schandalen over onterechte veroordelingen. Nu geloven veel meer mensen dat fouten worden rechtgezet.’ (cursivering van mij).
Zellick gelooft niet dat in zijn land meer dwalingen zijn dan elders. ‘Elk systeem is kwetsbaar, ook het Nederlandse.’ De CCRC is gevestigd in Birmingham. Er werken 103 mensen, onder wie 11 Commissioners, die worden benoemd door de koningin, op voordracht van de premier. De commissie is onafhankelijk, maar wordt gefinancierd door de overheid. Het jaarlijkse budget is 7,4 miljoen pond (10 miljoen euro).


De slapende rechter

May 18, 2009

Stel een jurist zou tegen mij zeggen: Andrew Wiles verdient de Clay Research Award niet, want zijn bewijs van de stelling van Fermat is onjuist. Of hij zou tegen mij zeggen: “U moet die Cambridge prijs (de Rollo Davidson prijs) teruggeven, want u hebt het limietgedrag van de Grenander schatter niet juist gekarakteriseerd” (ik begrijp dat de meeste mensen noch de eerste bewering noch de tweede zullen begrijpen, maar ik kan daar verder op het moment niets aan doen).

Wat zou mijn reactie zijn? Ik zou zeggen: “Interessant, wat is uw argument hiervoor?”. Stel nu omgekeerd dat ik tegen een jurist zeg: “De bewijsvoering in de Lucia de Berk zaak is incorrect” of “Het lijkt me dat het DNA argument in de Louwes zaak niet overduidelijk zijn schuld aantoont”. Wat voor reactie kan ik dan in het algemeen verwachten? De reactie: “Je moet je mond houden, want je bent geen jurist”.

Een wiskundige vraagt om argumenten, een jurist om antecedenten. Pikant detail in het bovenstaande is dat Pierre de Fermat een … jurist was, zie Pierre de Fermat. Gelukkig maar dat zijn diploma’s op het gebied van de rechtenstudie lagen, want als zijn diploma’s op het gebied van de wiskunde zouden hebben gelegen, zou er niet naar hem geluisterd zijn door de juristen: zijn antecedenten zouden dan niet in orde zijn geweest! De wiskundigen hebben echter wel naar hem willen luisteren, want het gaat de (goede) wiskundige nu eenmaal om de inhoud van wat de spreker zegt en niet om zijn antecedenten.

Wagenaar cs. hebben een boek geschreven De slapende rechter. Dit is volgens Marc Loth, die verbonden is aan de Erasmus Universiteit en ook lid van de hoge raad “een mislukt boek”, zie ‘Slapende rechters’ of ‘dwalende deskundigen’?. Hij drukt zich zelfs nog sterker uit: “Hopelijk is `de slapende rechter’ een incidentele uitglijder van enkele `dwalende deskundigen’ en vinden de auteurs nieuwe manieren om hun ideeën voor het voetlicht te brengen”. Tevens zegt hij op pagina 3: “de auteurs hebben te weinig kaas gegeten van het strafrecht” in een alinea die begint met: “Waar de auteurs uit de bocht vliegen is waar zij zich bedienen van suggestief en pejoratief taalgebruik”. Ik vroeg me af: “Waar heb ik die zin “de auteurs hebben te weinig kaas gegeten van het strafrecht” eerder gehoord? En toen herinnerde ik me de uitspraak van zijn vroegere collega op de juridische faculteit van de Erasmus Universiteit, Henk Elffers (de `statisticus’ in de Lucia de Berk zaak die had becijferd dat de kans dat de verpleegkundige Lucia de Berk bij toeval zo veel `incidenten’ betrokken was kleiner of gelijk aan 1 op de 342 miljoen was): “Het probleem is niet zozeer dat juristen statistiek misinterpreteren, maar veeleer dat menig statisticus geen kaas heeft gegeten van het strafproces” (cursivering van mij), zie Professor Elffers neemt het op tegen de 80 hoogleraren.

Bij de bespreking van de acht gevallen die in het boek De slapende rechter aan de orde komen, vindt Marc Loth de Schiedammer parkmoord een aparte plaats innemen. Waarom? Je zou denken dat de aparte plaats o.a. te danken is aan het feit dat een ander dan de veroordeelde heeft bekend, waarna men de veroordeelde wel vrij moest laten. Ook is de zaak uniek omdat hier overduidelijk grove fouten zijn gemaakt door rechtbank en hof, essentiële zinnen in de verklaringen van de ten onrechte veroordeelde zijn weggelaten als deze niet strookten met de “bewijsvoering” en desondanks door de president van het gerechtshof in Den Haag Mr. Verburg verklaard is dat er geen fouten zijn gemaakt bij de veroordeling van Kees B. (zie p. 123-124 van Wagenaar et al.). Ook lijkt de laffe manier waarop Kees B. niet is vrijgesproken, maar in plaats daarvan het OM niet-ontvankelijk is verklaard in het arrest van het Amsterdamse hof mij uniek.

Marc Loth duidt deze zaak aan met het bagatelliserende woord “bedrijfsongeval”. Om precies te zijn, hij zegt: “Wat mij betreft… behoort de Schiedammer parkmoord tot de eerste categorie rechterlijke dwalingen; de bedrijfsongevallen die -hoe tragisch ook- mede door de bijzondere samenloop van omstandigheden als bijna onvermijdelijk moeten worden beschouwd”. Mmm… onvermijdelijk? Is het onvermijdelijk dat zinnen in de bekentenis die niet kloppen met het geconstrueerde tijdspad hieruit worden weggecensureerd? Dat een verzoek van de advocaat om DNA materiaal op flesjes en blikjes in de buurt te onderzoeken domweg wordt geweigerd door het hof? Dat deze manier van doen door de advocaat-generaal van de hoge raad (Machielse) wordt gesanctioneerd? Als dit onvermijdelijk is, is het nog erger dan ik dacht.

Marc Loth vindt dat alternatieve scenario’s niet door de rechter hoeven te worden onderzocht. Hij merkt op: “Wanneer zij prof. Cleiren aanhalen die toelicht dat de strafrechter op basis van de tenlastelegging moet oordelen, overschreeuwen de auteurs haar door te roepen dat de rechter ook alternatieve scenario’s moet onderzoeken” (over pejoratief taalgebruik gesproken trouwens: “overschreeuwen”, “roepen”). Hij licht dit verder toe door te zeggen: “In het institutionele kader van het strafproces gaat het om de (beperkte) vraag of deze verdachte dit verwijt kan worden gemaakt, niet om wat er gebeurd is en wie daarvoor verantwoordelijk is”. Het spijt me wel, maar ik kan “Het gaat niet om wat er gebeurd is en wie daarvoor verantwoordelijk is” niet anders interpreteren dan: het hoort (volgens Marc Loth) de rechter niet te gaan om waarheidsvinding. En er zijn nog wel meer bedenkingen bij deze bewering van Marc Loth, zie wat is een argument? en een gesprek tussen Jan en Willem. Als er al bezorgdheid was over de manier waarop in Nederland recht wordt gesproken, dan wordt deze bezorgdheid door deze opmerking van Marc Loth (lid van de hoge raad) alleen maar aangewakkerd.

Evenzo wordt de bezorgdheid over de manier waarop in Nederland recht wordt gesproken aangewakkerd door de krampachtige pogingen van het ministerie en OM om te verhinderen dat in Nederland een revisieraad komt naar Engels model, waar ook anderen dan juristen de mogelijkheid krijgen invloed uit te oefenen op de heropening van strafzaken (in plaats van dat deze beroepsinstantie wordt verschoven naar een aanhangsel van de hoge raad). En natuurlijk besteedt Marc Loth ook ruim aandacht aan zijn opvatting dat die revisieraad er niet moet komen en verdedigt hij het novumcriterium, o.a. door te zeggen dat dit in de wet is opgenomen en niet afgeschaft. Men kan het feit dat dit in de wet is opgenomen en niet is afgeschaft niet als argument gebruiken om te zeggen dat dit een goed criterium is (op die manier zouden wetten nooit veranderd worden). Het boek De slapende rechter laat zien dat dit criterium de voornaamste bottleneck is voor heropening van strafzaken en dat het heel gemakkelijk gebruikt kan worden om heropening tegen te houden.

Waar zijn juristen als Marc Loth toch zo bang voor? Ik vermoed toch voor een discussie, gevoerd op basis van argumenten, in plaats van een discussie, gevoerd op basis van beroep op autoriteit en antecedenten. Zie ook de open brief aan Marc Loth van H.J. Vonk Schoon schip.


Het Openbaar Ministerie contra de wetenschap in de Lucia de Berk zaak

February 18, 2009

In de zogenaamde “regiezitting” van de Lucia de Berk zaak op 5 februari jl. stelde de Advocaat-Generaal (AG) van het OM, mevrouw Brughuis, die ook actief was in de rechtszaak tegen Louwes (de zg. Deventer moordzaak), dat waarheidsvinding beter gediend is met een “forensisch criminalistische benadering” dan met een “wetenschappelijk theoretische benadering”. Volgens haar zeggen is de nadruk in de Lucia de Berk zaak te veel komen te liggen op laatstgenoemde aanpak.

Terecht heeft dr. le Pair deze opmerkingen gekwalificeerd als “voze holklap” en opgemerkt: “als de “forensisch criminalistische benadering” aanspraak maakt op wetenschappelijkheid is er geen verschil, anders is het gepraat van charlatans.” Hieraan kan worden toegevoegd dat het demagogisch en misplaatst is om het woord “theoretisch” in stelling te brengen om wetenschappelijk onderzoek verdacht te maken. De wetenschappelijke kritiek op de in het arrest opgevoerde bewijzen m.b.t. bijvoorbeeld de beschuldiging van toediening van digoxine (zie hieronder) is gebaseerd op harde metingen. Niks “theoretisch”! Mevrouw Brughuis treedt hier in de traditie van de verhalen van Conan Doyle, waarin de domme politieman (Lestrade) de slimmere detective (Sherlock Holmes) zijn “theoretische’’ aanpak verwijt.

Voor de lezer die het allemaal niet zo goed meer voor ogen staat zetten we een aantal belangrijke gebeurtenissen in de Lucia de Berk zaak nog eens op een rij. De Lucia de Berk zaak is aan het rollen gebracht door de heer Smits, in 2001 algemeen directeur van het Juliana Kinderziekenhuis en het Rode Kruis ziekenhuis in Den Haag. Op de achteraf gezien historische dag 4 september 2001, deed hij (in zijn eigen woorden) een “statistische berekening van de koude grond” van de kans dat Lucia de Berk bij zoveel “incidenten” in het ziekenhuis betrokken was geweest (zoals “geobserveerd” door andere verpleegkundigen). Deze vlugge berekening overtuigde hem dat zoveel incidenten “geen toeval kon zijn”. Dezelfde dag nog werd contact opgenomen met de politie en werd gesproken over “vijf onverklaarbare doden”.

Bovendien legden de directies van het Juliana kinderziekenhuis en het Rode Kruis ziekenhuis contact met de ochtendkrant De Telegraaf. Deze krant deed op 17 september 2001 een bericht over de zaak uitgaan, waarin stond dat een verpleegkundige in de twee ziekenhuizen mogelijk betrokken was bij de moorden op verschillende volwassenen en kinderen. Het bericht vermeldde verder dat de directie van het Juliana ziekenhuis het gebeurde zeer betreurde en zijn medeleven met de betrokken ouders uitsprak (na opgemerkt te hebben dat het vertrouwen van de patiënten in het ziekenhuis mogelijk door dit bericht geschaad zou kunnen zijn of worden). Merk op dat dit suggereerde dat op dit moment al bewezen was dat er “moorden” waren begaan. En, alsof dit alles nog niet genoeg was, liet een woordvoerster van het OM weten dat “niet werd uitgesloten dat meer zaken werden aangedragen”.

Dit is een manier van doen die in de (exacte) wetenschap onmiddellijk zou worden afgestraft en alleen mogelijk is omdat een groep mensen, in dit geval behorend tot het OM, de macht heeft om ongestraft met onbewezen beweringen via de pers naar buiten te komen. Wie zou hen moeten straffen? De straf zou uit de eigen gelederen moeten komen, maar het verloop van deze zaak heeft laten zien dat we daar niet op hoeven hopen.

De spreadsheet berekening van de heer Smits is vervolgens op verzoek van politie en OM overgedaan door de rechtspsycholoog prof. Henk Elffers. De laatste kwam uit op een kans van kleiner dan 1 op 342 miljoen dat een verpleegkundige, werkzaam op de drie ziekenhuisafdelingen, bij toeval bij zoveel “incidenten” betrokken zou zijn. Hij sprak tevens de inmiddels eveneens historische woorden: “Geacht Hof, dit is geen toeval. De rest is aan U”.

Opmerkelijk is dat in geen enkele fase van de rechtszaak tegen Lucia de Berk een echte statisticus in Nederland is geraadpleegd. Wie werd bijvoorbeeld gevraagd de berekeningen van Elffers te controleren? Zijn collega aan de Erasmus Universiteit prof. de Mulder, een jurist die tevens in Amerika een graad in “Business Administration” had gehaald. Hij stond geheel achter de berekeningen van Elffers. Onafhankelijkheid was hier ver te zoeken, want Elffers en de Mulder hadden op de Erasmus Universiteit samengewerkt. In de kranten wordt nog steeds gesproken over “deskundigen”, maar eigenlijk zou er moeten staan: de geraadpleegde amateurstatistici Elffers en de Mulder.

De berekeningen zijn overgedaan door een aantal mensen, waaronder Richard Gill en mijzelf (beiden wel statistici) en wij komen op kansen in de orde van 1 op 10 of 1 op 25 in plaats van de 1 op de 342 miljoen van Elffers en de Mulder. Dit soort berekeningen zijn natuurlijk überhaupt zeer twijfelachtig, want we moeten het doen met gegevens die wel of niet door de ziekenhuizen worden verstrekt, waarbij ook nog speelt of het ziekenhuis een doodsoorzaak als “natuurlijk” of “niet natuurlijk” heeft gekwalificeerd. In het geval van Lucia de Berk heeft het ziekenhuis achteraf doodsoorzaken die als natuurlijk waren gekwalificeerd als “niet natuurlijk” aangemerkt, als men dacht dat Lucia de Berk op het moment van overlijden van de patiënt dienst had. Vernietigend voor de getuige-deskundigen Elffers en de Mulder is echter dat in hun berekeningen allerlei elementaire fouten waren aan te wijzen, zoals het vermenigvuldigen van kansen die niet met elkaar vermenigvuldigd kunnen worden.

Wat hier echter nog meer van belang is, is het feit dat noch het OM noch de rechters en raadsheren de moeite hebben genomen echte experts op dit gebied te raadplegen, maar gewoon mensen uit de eigen kennissenkring hebben genomen. Dus als het hoofd van het OM, Harm Brouwer, zegt: “De deskundigen spreken elkaar tegen” (een geliefkoosde uitvlucht van zowel het OM als de rechterlijke macht), dan is dat een feitelijke onwaarheid: men heeft gewoon niet de moeite genomen om echte deskundigen te raadplegen. De deskundigen op het gebied van de statistiek zijn het allemaal eens dat de berekeningen van Elffers en de Mulder nergens op slaan.

De hoogleraar strafrecht Theo de Roos en Elffers traden op in een uitzending van NOVA/Den Haag Vandaag van 4 november 2003, Statistiek in het strafproces, waarin Theo de Roos onder andere stelde: “In de Lucia de B. zaak is het statistisch bewijs ontzettend belangrijk geweest. Ik zie niet hoe men zonder dat bewijs tot een veroordeling zou zijn gekomen.” Elffers was hier present met zijn kans van 1 op 342 miljoen.

Nadat door zeer veel wetenschappers (niet alleen statistici) vraagtekens zijn gezet bij die kans van 1 op 342 miljoen van Elffers, heeft het Haagse Hof het doen voorkomen of statistiek geen rol meer heeft gespeeld in het uiteindelijk arrest. Het is echter iedereen die dit arrest nauwkeurig leest duidelijk dat misbruik van statistiek nog overal in het arrest aanwezig is. De natuurkundige prof. G. ‘t Hooft merkt bijvoorbeeld bij zijn ondertekening van de petitie voor heropening van de rechtszaak tegen Lucia de Berk (zie hieronder) op: “Dat het gerechtshof pretendeert geen statistische argumenten te hebben gebruikt wordt door de verwoordingen van het vonnis weerlegd. Men laat de getallen, ofwel de wetenschappelijke onderbouwing, achterwege, maar legt wel een a priori verband tussen de diverse sterfgevallen waar Lucia de B. aanwezig zou zijn geweest… De conclusie dat er van moord of poging tot moord sprake is kan alleen maar berusten op het argument van de coïncidentie, en dat argument had men niet mogen gebruikenIk concludeer dat de bewijsvoering hier ondeugdelijk is geweest. Daar medisch personeel nu eenmaal beroepshalve veel betrokken is bij sterfgevallen dient het gerecht daarbij nog meer dan in andere gevallen terughoudend te zijn in aanklachten van dood door schuld, laat staan moord. Ik analyseer het gebruik van statistiek in het arrest zelf in een (Engelstalig) blog van 2007: The Lucia de Berk case, part 2.

Vergelijkbare moeilijkheden zijn opgetreden bij de beweringen van een andere getuige-deskundige, prof. de Wolff. In de Volkskrant van 24 januari jl. stond nog een artikel getiteld: “Deskundige houdt vol: er zat digoxine in dat kind”. Eigenlijk had hier moeten staan: “Prof. de Wolff houdt vol: er zat digoxine in dat kind”. De digoxine-deskundige Professor DasGupta zei bijvoorbeeld in NOVA op 29 september 2007: “Digoxine is niet de doodsoorzaak bij deze baby. Alle informatie wijst erop dat deze baby niet aan digoxine vergiftiging gestorven is.” Professor DasGupta is een echte deskundige op het gebied van digoxine en heeft meer dan 100 publicaties over digoxine op zijn naam, de door justitie geraadpleegde prof. de Wolff daarentegen 0. Laatstgenoemde heeft wel de bewering waar het hier om gaat binnengesmokkeld in een recent verschenen handboek via een casus (het overlijden van het kind A. in de Lucia de Berk zaak). Beschrijving van een casus (een beschrijving die bovendien door echte experts op het gebied van digoxine volledig is ontkracht) is echter geen publicatie over digoxine.

Het OM probeert nu via het bedrijf van Eikelenboom, dat zich “Independent Forensic Services” noemt, alsnog over het hoofd van de inmiddels halfzijdig verlamde Lucia de Berk heen zijn gelijk te halen (”gelijk nemen” beschrijft misschien beter wat het OM probeert te doen) bijna 8 jaar na het begin van de zaak, daarmee in feite alles (ook het eigen werk) diskwalificerend dat tot nu toe gedaan is. Vanaf het begin bestond het vermoeden dat de instelling van de Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken (CEAS), iets waarvoor het OM, en met name het hoofd van het OM, Mr. Brouwer, zich enorm op de borst heeft geslagen, eigenlijk een zoethoudertje was. De huidige acties van het OM bevestigen dit vermoeden. Een commissie, ingesteld door het OM, bestaande uit Mr. Grimbergen, prof. Mr. Groenhuijsen en Mr. Vogelzang heeft in oktober 2007 een vernietigend rapport gepubliceerd over de bewijsvoering in deze zaak (na deze een jaar bestudeerd te hebben). De conclusies van deze commissie worden nu dus gewoon door het OM terzijde geschoven. Mr. Knigge, advocaat-generaal van de Hoge Raad, heeft alles nog eens overgedaan, en weer ongeveer een jaar later in 2008 geconcludeerd dat er geen bewijs voor digoxine vergiftiging was en aanbevolen de zaak te heropenen. We zitten inmiddels in 2009 en nu wil het OM alles weer gaan overdoen, deze keer met hulp van het bedrijf van Eikelenboom.

Is het bedrijf van Eikelenboom “independent”? Natuurlijk niet! Ze zijn afhankelijk van opdrachten die ze van het OM of juist van de verdediging krijgen. Is het bij een opdracht van het OM in hun belang om eventueel ontlastende feiten onder de aandacht te brengen? Nee! Het OM wil zijn gelijk halen (nemen) en het bedrijf van Eikelenboom moet daar materiaal voor leveren!

Bij de huidige voorstellen van minister Hirsch Ballin wordt gesuggereerd dat het gemakkelijker zal worden om zaken te herzien. Is dat waar? Nee, in feite wordt integendeel alles juist geheel dichtgetimmerd. Er komt geen onafhankelijke herzieningsraad zoals er wel is in Engeland, namelijk de Criminal Cases Review Commission (CCRS). Deze laatste commissie heeft sinds 1997 ongeveer 400 zaken heropend, waarbij in 70 % van de gevallen het oorspronkelijke vonnis vernietigd is. In Nederland zijn sinds 1997 slechts 4 zaken heropend, waaronder de Schiedammer parkmoord, waar een ander dan de veroordeelde heeft bekend. Rechters en leden van het OM die hier aantoonbare fouten hebben gemaakt, beweren trouwens nog steeds in deze zaak niets fout gedaan te hebben. Er komt wel een commissie die een aanhangsel wordt van de Hoge Raad. Niet-juristen, i.h.bijz. beoefenaars van beta wetenschappen, worden ten koste van alles in deze commissie geweerd. In de voorstellen staat verder dat er een vaste “pool” (dr. le Pair spreekt in dit verband van “poel”) van deskundigen moet komen die een cursus forensische methoden hebben gevolgd. Wat voor “deskundigen” kunnen we daarin verwachten? Juist: Elffers, de Wolff, mensen uit de kennissenkring van het OM.

Tenslotte lezen we ook nog steeds in de krant en horen we op het nieuws dat de “vermogensdelicten” van Lucia de Berk blijven staan. Waar gaat het hier om? Om bibliotheekboeken die ze niet zou hebben teruggebracht. Maar ze heeft deze boeken in feite wel teruggebracht en er was hier sprake van een fout in de overgang naar een nieuw elektronisch systeem in de bibliotheek. De bibliothecaris heeft uitdrukkelijk geweigerd aangifte te doen. En trouwens: zware woorden van het OM voor dit vergrijp. Het OM hoopt waarschijnlijk dat dit praten over “vermogensdelicten” helpt bij de negatieve beeldvorming over Lucia de Berk, net als de eeuwige tekening waar zij als heks wordt afgebeeld.

Bij de Lucia de Berk zaak hebben het OM en het Hof gewerkt met het begrip “schakelbewijs”. Deze manier van redeneren kan eveneens als anti-wetenschappelijk worden gekwalificeerd, want het hield in dat men vond dat als één moord aangetoond zou zijn minder moeite gedaan zou hoeven te worden bij het aantonen van andere moorden of pogingen tot moord. Bij één geval dacht men “hard” bewijs te hebben, nl. bij het kindje A., dat door digoxine vergiftiging om het leven zou zijn gekomen; het onderdeel van de aanklacht waarbij de getuige-deskundige de Wolff zo’n grote rol heeft gespeeld. De zwakte van dit soort argumentatie is echter overduidelijk aan het licht gekomen nu na de ontkrachting van het digoxine argument het geheel van beschuldigingen als een kaartenhuis in elkaar is gestort. Bij dergelijke zware beschuldigingen van moord en pogingen tot moord als door het OM zijn geuit, zou juist elk geval weer opnieuw zeer nauwkeurig bekeken moeten worden! Niks “schakelbewijs”! Het illustreert opnieuw hoe groot de afstand tussen het OM (en de rechterlijke macht) aan de ene kant en de wetenschap aan de andere kant is geworden.

Het OM hoopte dat laboratorium onderzoek in Straatsburg, waar men over geavanceerdere apparatuur beschikte dan in Nederland, de beschuldiging van de digoxine vergiftiging zou bevestigen. Helaas (voor het OM) heeft het onderzoek in Straatsburg dit helemaal niet bevestigd. Het rapport uit Straatsburg is daarna 2 jaar in een la verdwenen. Hoe durven leden van het OM, zoals mevrouw Brughuis, te beweren dat het hen om waarheidsvinding gaat! In al deze jaren van het proces tegen Lucia de Berk sinds 2001 is juist het tegendeel gebleken!

Op 17 juli 2007 is door Richard Gill een petitie gestart, met de titel: “The case of Lucia de Berk must be reopened”. Deze petitie is ondertekend door wetenschappers uit de meest uiteenlopende disciplines in binnen- en buitenland, hoewel aanvankelijk door een aantal juristen en rechtspsychologen werd gesuggereerd dat deze petitie alleen door statistici ondertekend zou zijn. Op 2 november 2007 is de petitie geplaatst als advertentie in de NRC en tevens is hij op die dag aangeboden aan de Minister van Justitie. Zoveel wetenschappers die in actie zijn gekomen tegen het OM en meer in het algemeen tegen de behandeling van strafzaken in Nederland: heeft het geholpen? In ieder geval heeft het tijdelijk de aandacht op een ernstige misstand gevestigd. Het OM hoopt waarschijnlijk dat de aandacht weer zal verslappen en dat, als deze rechtszaak maar lang genoeg wordt getraineerd, het alsnog toe kan slaan op een door het OM gekozen moment, zeker nu door de voorstellen van minister Hirsch Ballin de behandeling van strafzaken dicht wordt getimmerd tegen de bemoeienis van wetenschappers. Het enige dat ik hier nog over kan zeggen is dat ik hoop dat dit zal kunnen worden voorkomen.

Naschrift. Het is inmiddels 20-2-09 en gisteren heeft het Arnhemse hof de meeste van de voorstellen van het OM afgewezen, zie: Beperkt nieuw onderzoek Lucia de B. Het lijkt erop dat de grote rol die het OM zag voor de “forensisch criminalistische benadering” van de firma Eikelenboom door het hof niet gehonoreerd zal worden. We hopen er nu maar het beste van.

Dat neemt niet weg dat de plannen van minister Hirsch Ballin nog veel zwaar weer in de toekomst beloven, want deze plannen timmeren het justitieel bolwerk dicht tegen bemoeienis van wetenschappers. De kritiek van wetenschappers op de gang van zaken heeft echter in de zaak van Lucia de Berk een heel belangrijke rol gespeeld!

Derksen, A.A. (2006). Lucia de B. Reconstructie van een gerechtelijke dwaling.
Uitgegeven door Veen Magazines.
Derksen, A.A. (2008). Het O.M. in de fout.
Uitgegeven door Veen Magazines.
Gill, R.D. (2007). The case of Lucia de Berk must be reopened.
Groeneboom, P. (2007). The Lucia de Berk case, part 2.
Pam, M. (2009). Snurkende aanklagers en slapende rechters.
Wagenaar, W.A., Israëls, H. en P.J. van Koppen. (2009). De slapende rechter.
Uitgegeven door Bert Bakker.


Hoe worden door NRC.NEXT ingezonden brieven mishandeld?

August 11, 2008

Eigenlijk is dit aflevering 3 van mijn feuilleton: “Hoe worden door NRC Handelsblad ingezonden brieven behandeld?”. Maar vandaag, nadat ik gezien heb wat nrc.next van mijn brief heeft gemaakt in de krant van 30 juli, lijkt de bovenstaande aanhef mij meer toepasselijk. Wat ik daar zag staan was gewoon mijn brief niet meer. En dat nog wel nadat ik braaf binnen de toegestane 250 woorden was gebleven!

Hieronder komen wat punten m.b.t de door nrc.next aangebrachte veranderingen.

Wat stond er in mijn oorspronkelijke brief over het heropenen van zaken van CCRS:

“Deze laatste commissie heeft sinds 1997 ongeveer 400 zaken heropend, waarbij in 70 % van de gevallen het oorspronkelijke vonnis vernietigd is. In Nederland zijn sinds 1997 slechts 3 zaken heropend, waaronder de Schiedammer parkmoord, waar een ander dan de veroordeelde heeft bekend.”

Wat staat er in “mijn” brief in nrc.next:

“Deze laatste commissie heeft sinds 1997 ongeveer 400 zaken heropend, waarbij in 70 % van de gevallen het oorspronkelijke vonnis vernietigd is.”

De voor mijn brief heel essentiële zin over het feit dat het er in Nederland in diezelfde tijd slechts 3 zijn geweest, waaronder de Schiedammer parkmoord, waarbij een ander dan de veroordeelde heeft bekend, heeft nrc.next er uit gecensureerd. Is dit van nrc.next een slinkse poging om te proberen te ontkrachten wat ik zeg?

Wat stond er over de Lucia de Berk zaak in mijn brief:

“Hier staan zonder argumenten een aantal beweringen achter elkaar die mij stuk voor stuk onjuist lijken. Waarom is die keuze “op zichzelf juist”? Wat is hiervoor het argument? Lucia de Berk zou nog steeds in de gevangenis zitten als niet door niet-juristen was gewezen op de in deze zaak gemaakte fouten m.b.t. statistiek en toxicologische bewijsvoering.”

Wat staat er in “mijn” brief in nrc.next:

“Dit zijn meerdere beweringen die mij stuk voor stuk onjuist lijken. Waarom is die keuze “op zichzelf juist”? Lucia de B. zou nog steeds in de gevangenis zitten als niet door niet-juristen was gewezen op de in deze zaak gemaakte fouten omtrent de toxicologische bewijsvoering.”

Nrc.next heeft hier onder tafel gewerkt:

1. Dat ze geen argumenten geven in hun hoofdcommentaar: op twee plaatsen hebben ze dat verdonkeremaand door het te herformuleren.

2. Ik zeg: “op de in deze zaak gemaakte fouten m.b.t. statistiek en toxicologische bewijsvoering.” De fouten m.b.t. statistiek zijn in de publicatie van “mijn” brief echter onder tafel gewerkt. De NRC heeft dan ook prof. Elffers in een lang stuk aan het woord gelaten om hem te laten zeggen: “Statistiek doet er nu niet meer toe”. Zie Professor Elffers neemt het op tegen de 80 hoogleraren, en The Lucia de Berk case, part 2, waarin ik o.a. laat zien dat het arrest van het Haagse Hof nog steeds zwaar leunde op statistische overwegingen, hierbij gebruik makend van het rapport van prof. Elffers. NRC Handelsblad heeft mijn repliek op wat Elffers beweerde in de NRC echter niet willen publiceren, onder het mom dat hier al te veel over was geschreven!

Maar er is geen enkele reactie op het stuk van Elffers in de NRC verschenen! Het rapport van de commissie Grimbergen, waarin vorig jaar de aanbeveling werd gedaan de zaak tegen Lucia de Berk te heropenen, besteedde meer dan 10 pagina’s aan de kwalijke rol van de rechtspsycholoog Elffers en zijn “statistische” berekeningen en adviezen. Helaas hebben lezers van NRC Handelsblad of nrc.next hier echter geen kennis van mogen nemen! Misbruik van statistiek is wat de hele zaak tegen Lucia de Berk op gang heeft gebracht! Het is vervelend dat ik dit steeds maar weer moet herhalen, maar als de pers volhoudt slaafs de mededelingen van juristen en de rechtspsycholoog Elffers te volgen dat statistiek geen rol heeft gespeeld in het uiteindelijke arrest, ben ik wel gedwongen te blijven herhalen dat dit een leugen is. Nu word ik dus zelfs geconfronteerd met een censurering door nrc.next van mijn eigen brief m.b.t. dit punt.

Ten overvloede herhaal ik nog maar eens wat ik hier in mijn stukje de grote misleiding over heb gezegd:
In de uitzending van NOVA/Den Haag Vandaag van 4 november 2003 Statistiek in het strafproces zegt de hoogleraar strafrecht Theo de Roos nog: “In de Lucia de B. zaak is het statistisch bewijs ontzettend belangrijk geweest. Ik zie niet hoe men zonder dat bewijs tot een veroordeling zou zijn gekomen.”. In deze uitzending komt ook de rechtspsycholoog Elffers aan het woord, die hier stelt dat de kans dat een verpleegkundige, werkzaam op de drie ziekenhuisafdelingen, bij toeval bij zoveel van de onverklaarbare overlijdensgevallen en reanimaties op élk van de drie afdelingen aanwezig is, 1 op 342 miljoen zou zijn.

Nadat alle statistici in Nederland, maar ook statistici buiten Nederland, zich van de kans van 1 op 342 miljoen van prof. Elffers en prof. de Mulder gedistantieerd hadden, heeft het Haagse Hof het doen voorkomen of statistiek geen rol meer heeft gespeeld in het uiteindelijk arrest, maar zoals bijvoorbeeld prof. ‘t Hooft terecht bij zijn ondertekening van de petitie voor heropening van de zaak Lucia de Berk heeft opgemerkt: “Dat het gerechtshof pretendeert geen statistische argumenten te hebben gebruikt wordt door de verwoordingen van het vonnis weerlegd.”

Ik begrijp wel dat het Haagse Hof en prof. Elffers liever niet herinnerd willen worden aan de fouten die ze gemaakt hebben met betrekking tot de statistische argumentatie, maar ik begrijp niet waarom NRC en nrc.next hen hierin slaafs zouden moeten volgen en waarom het dagblad nrc.next zelfs zo ver meent te moeten gaan dat het mijn brief op dit punt censureert.

We gaan verder met mijn brief in nrc.next. In mijn oorspronkelijke brief zeg ik:

“Minister Hirsch-Ballin en ook Mr. Brouwer haasten zich in interviews steeds te zeggen dat rechterlijke dwalingen een hoge uitzondering zijn. Hoe weten ze dat eigenlijk zo zeker?”

In nrc.next staat:

“De minister haast zich steeds te zeggen dat rechterlijke dwalingen een hoge uitzondering zijn. Hoe weten ze dat eigenlijk zo zeker?”

De baas van het Openbaar Ministerie in Nederland, Mr. Brouwer, blijft nu buiten schot, maar nrc.next heeft wel: “Hoe weten ze dat eigenlijk zo zeker?” laten staan.

Ik begin mijn brief met:

“In het redactioneel commentaar van 16-7-08 op het voorstel van minister Hirsch-Ballin, waarin de commissie die de mogelijkheid om rechtszaken te heropenen zou moeten verruimen een aanhangsel van de Hoge Raad wordt, wordt opgemerkt:

Wat staat in nrc.next:

“Minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) heeft voorgesteld om de commissie die gaat over de ruimere mogelijkheden om rechtszaken te heropenen een aanhangsel van de Hoge Raad te laten zijn. In het redactioneel commentaar “Ten halve gekeerd” (nrc.next, 17 juli) wordt daarover gezegd:”

Dat is iets heel anders; het “een aanhangsel van de Hoge Raad maken” van deze commissie is slechts een onderdeel van het voorstel van minister Hirsch Ballin waar ik het niet mee eens ben. Het creëren van een vaste “pool” (dr. le Pair spreekt in dit verband over “poel”) van geregistreerde deskundigen die een cursusje forensische methoden hebben gevolgd is een ander (slecht) onderdeel van het voorstel. Op die manier wordt de situatie waarin de echte deskundigen niet worden geraadpleegd, zoals voor het onderdeel statistiek het geval is geweest in de Lucia de Berk zaak, gecontinueerd. Mijn formulering gaf aan dat “een aanhangsel van de Hoge Raad maken” slechts een onderdeel of gevolg van de plannen was; in de herformulering lijkt het alsof het mij daar alleen maar om gaat.

Zoals ik boven al zei: het is gewoon mijn brief niet meer. Het is allemaal te gek voor woorden wat hier gebeurd is. En dat op een essentiële manier veranderen van mijn brief is gebeurd zonder mij daar iets over mee te delen! Binnenkort kunnen we brieven tegemoet zien in NRC of nrc.next waar onze naam onder staat, maar waarin het tegendeel wordt gezegd van wat we onder de aandacht hebben willen brengen!
De brief zoals ik hem aan de NRC heb aangeboden is te vinden op: in de kranten, waar ook de brieven van Metta de Noo en dr. Kees le Pair worden gegeven.


Hoe worden door NRC Handelsblad ingezonden brieven behandeld, aflevering 2

August 6, 2008

In de eerste aflevering van mijn zo juist gestarte feuilleton Hoe worden door NRC Handelsblad ingezonden brieven behandeld werden enkele hypothesen ontwikkeld over wat voor brieven er wel of niet “door zouden komen”. Kort na het schrijven van deze eerste aflevering deed zich een interessante “test case” voor (gelukkig niet n.a.v. een brief van mijzelf). Kees le Pair had in NRC Handelsblad van 26 juli een m.i. zeer goede brief over de voorstellen van minister Hirsch Ballin geschreven, zie in de kranten, waar ook de brieven van Metta de Noo en mijzelf worden gegeven. Een reactie van juridische zijde waarin zou worden gezegd: “U beschadigt het vertrouwen in de rechterlijke macht” kon natuurlijk niet uitblijven. En jawel, Mr. Kruisdijk heeft in de NRC van 31 juli een (pijlsnel geplaatste!) brief waarin precies deze aantijging staat, samen met wat beschouwingen over het feit dat rechters die naar een functie in een andere standplaats worden gepromoveerd, niet meer zaken mogen behandelen die hebben gediend bij de rechtbank waar ze eerder gedetacheerd waren. Helaas houdt deze juridische logica echter op bij de Hoge Raad, want als daar een zaak wordt aangeboden die eerder door één van de leden van de Hoge Raad is behandeld in een vorige fase van de loopbaan, is er voor ons hoogste rechtscollege geen ontsnappen meer mogelijk aan het behandelen van deze zaak.

Een brief waarin o.a. dit wordt opgemerkt is op 3 augustus door Kees le Pair aan NRC Handelsblad gezonden. Hier komt hij:

Op 31 juli schreef rechter Kruisdijk dat mijn kritiek (NRC 26/7) ‘nodig weersproken’ moet worden. In hoger beroep fungeren geen rechters die al in eerdere instantie met een zaak te maken hadden. Ik beschadig met mijn niet onderbouwde stelling het vertrouwen in de rechterlijke macht.
Rechters, die eerder in de Eper incestzaak fungeerden zitten broederlijk in het college dat over een eventuele herziening mag besluiten. Een rechter, die steken liet vallen in de Puttense moordzaak, gaat zich in de Hoge Raad over herzieningen buigen. De uitlevering van Hörchner geschiedt op last van een rechter, die voordien bij de landsadvocaat werkte, waartegen hij jaren heeft geprocedeerd… Mr. Kruisdijk keek slechts naar ‘hoger beroep’ in engere zin. Ik bezie de procesgang uit het oogpunt van de beklaagde, de ten onrechte gestrafte, kortom de bedreigde burger. Als hij dat ook deed, zouden de voorbeelden niet aan zijn aandacht zijn ontsnapt.
Fijn dat onze magistraten ook zelf waken tegen het bezwaar klevend aan functie hoppen. (Dezelfde persoon gaat opnieuw over dezelfde zaak.) Mogen wij op hun steun rekenen bij ons verzet tegen het voorstel van Minister Hirsch Ballin? Die wil de Hoge Raad verantwoordelijk maken voor de herziening van een gesloten rechtszaak. Hij hanteert dus een contraire logica. Ik wacht op het bericht: “Rechters protesteren tegen het wetsvoorstel herziening gesloten rechtszaken. De beslissingsbevoegdheid moet niet worden gelegd bij een instantie, die verantwoordelijk was in de voorafgaande rechtsgang.”
‘U beschadigt het vertrouwen in de rechterlijke macht’ is een verwijt dat bij de magistratuur los in de mond ligt. Ik trek het mij niet aan. Het is of je bewoners niet moet waarschuwen, wanneer hun huis in brand staat. Ze zouden in paniek kunnen raken. Sinds mensenheugenis riskeren brengers van slechte tijdingen de woede van potentaten. De psychologie daarachter lijkt tijdsinvariant.

Het kwam mij voor dat deze brief niet door de normen en waarden van de hoofdredactrice Birgit Donker heen zou komen. Ik schreef dan ook aan Kees le Pair: “Een heel goede en ook nog leuke brief! Het kan bijna niet beter. Alleen vraag ik me af of dit wel mag van Birgit Donker. Ik geloof dat sarcasme niet is toegestaan. Ben benieuwd…” En, …, het is vervelend om te zeggen, maar ik had al weer gelijk! Vandaag verscheen de brief van Kees le Pair in NRC Handelsblad zonder de laatste twee alinea’s. Maar we moeten natuurlijk niet voorbarig zijn in onze conclusie dat dit ligt aan de normen en waarden van de hoofdredactrice en eerst nog even een alternatieve hypothese toetsen.

We kunnen ons bijvoorbeeld afvragen: “Bleef deze brief wel binnen de 250 woorden (of de aan een andere briefschrijver in de krant van 26 juli toegestane 300 woorden, na verzoek tot inkorten)?”. Ik heb even geteld. De brief telt 297 woorden, zit dus wel binnen de limiet van 300 woorden, maar niet binnen de limiet van 250 woorden. Laten we echter de laatste alinea, beginnend met “‘U beschadigt het vertrouwen in de rechterlijke macht’ is een verwijt dat bij de magistratuur los in de mond ligt.” weg, dan houden we 235 woorden over. Dat betekent dat de brief dan zelfs keurig binnen de 250 woorden blijft, maar ook nog een alinea bevat, beginnend met: “Fijn dat onze magistraten ook zelf waken tegen het bezwaar klevend aan functie hoppen.” Het is m.i. duidelijk dat dit niet kon vanwege de normen en waarden van de hoofdredactrice.

Na de brief van Kees le Pair kwam in de NRC van vandaag een brief getiteld: “Bachs Hohe Messe is overduidelijk katholiek”. Ik was even geïnteresseerd in de vraag hoeveel woorden dit stukje bevatte. Hier is het antwoord: 272. Ai! Boven de 250! Maar wat een wereld van geleerdheid wordt hier dan ook niet over ons uitgestort!

Bijvoorbeeld:
“Overigens, de Hohe Messe moge integraal voor het eerst zijn uitgevoerd in 1749, het Kyrië en het Gloria werden al gecomponeerd in 1733 en als proeve van bekwaamheid aangeboden aan de katholieke Friedrich August II, koning van Polen en keurvorst van Saksen.”

Kijk, dit is nu het soort van brieven die een “sieraad voor de krant zijn”, om met Birgit Donker te spreken. Daar is onze kwaliteitskrant heel erg blij mee. Het geeft een bijna cosmetische glans aan de krant. En dat gezeur over onze voortreffelijke Nederlandse juristen en die rechtszaken die niet goed behandeld zouden zijn moet nu maar eens de kop in worden gedrukt!

Dus, de Hohe Messe moge integraal voor het eerst zijn uitgevoerd in 1749, maar het moge ook duidelijk zijn dat de brief van Kees le Pair te pittig was voor de NRC. Sarcasme mag niet, grapjes mogen niet. Men neme een voorbeeld aan de brief “Bachs Hohe Messe is overduidelijk katholiek”, al telt die dan ook meer dan 250 woorden!

Naschrift. (8-8-08). Kees le Pair heeft inmiddels zelf bericht over het door NRC Handelsblad (zonder zijn voorkennis) afhakken van de laatste twee alinea’s van zijn brief, zie: Rechters moet je eren! Vroeger stond er dan in zo’n geval bij een brief: “Van redactiewege bekort”, zodat je wist dat de krant een of andere bewerking op de brief had uitgevoerd.
Ik begin me nu zelf ook enige zorgen te maken dat mijn brief in NRC.Next van 30-7-08 misschien eveneens door de redactie “bewerkt” is. Zelf heb ik deze brief nl. niet in de krant zien staan, omdat ik pas twee dagen later van een redacteur vernam dat hij geplaatst was in de krant van 30 juli (als reactie op een vraag van mij), en omdat ik er via de site niet bij lijk te kunnen komen…
Toevoeging 11-8-08: Het vervolg van dit feuilleton is te vinden in: Hoe worden door NRC.NEXT ingezonden brieven mishandeld?